Edit|
EditReeks Samenvatting:
Vooraf een paar opmerkingen over psalm 16. Ik heb de preek voorbereid met een aantal jongeren van de gemeente. We hebben samen een Bijbelstudie gedaan over psalm 16. Hoe kijk je naar zo'n psalm? Eerst kijk je met je eigen ogen van deze 21e eeuw naar deze psalm, ten tweede kijk je naar de commentaren van theologen en nu heb ik een derde bron gebruikt, een aantal jongeren. Dat leverde van alles op. Vragen en opmerkingen waar ik niet op zou komen. Ik hoop dat de psalm daarom nog dichterbij komt. Het gaat in deze psalm over blijdschap. David is blij in vers 6, vers 9, vers 11. Vreugde is zeker een thema in deze psalm. Zijn mensen die geloven in God niet in de eerste plaats mensen die mogen leven vanuit blijdschap? Nou is blijdschap een gevoel en daar kun je lastig mee praten. Maar ik ga er toch naar zoeken hoe we dat een plek kunnen geven. Kun je je nog herinneren dat je een keer ontzettend blij was? Je werd gebeld dat je was geslaagd, of dat je aangenomen was, of je was blij want je merkte dat je een kind zou krijgen, of de uitslagen waren gunstig van het ziekenhuis. Al die gebeurtenissen hebben met elkaar gemeen dat ze je toekomst geven en dat je verder kunt met je leven. Je kijkt naar de toekomst en je ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. Er zijn mensen die na een ziekenhuisopname vooral dankbaar zijn voor de tijd die ze nog krijgen. Vreugde is een levenshouding die je moed geeft om de draad weer op te pakken. Daarom ligt blijdschap aan de basis van ons geloofsleven. Dat lezen we zowel bij David als bij Petrus. Jezus Christus uit de dood opgestaan.....als dat geen perspectief van leven is! Dat geeft houvast voor de toekomst. Juist christenen kunnen genieten van het leven, omdat het van God gekregen is. Omdat we weten dat er meer en mooier zal zijn dan hier en nu. We zijn op weg naar een Koninkrijk waar Jezus Christus Heer is. En waar Hij Heer is, is het goed. Niet voor niets juichen alle volkeren van de aarde, als Hij terug komt, psalm 98. Laten we psalm 16 eens wat nauwkeuriger gaan lezen.
In vers 1 neemt David de toevlucht tot God. En daarna spreekt hij uit wie God voor Hem is. U staat boven aan. Niets gaat boven U. In vers 4 wordt de tegenhanger genoemd. David beweert hier dat mensen die andere goden dienen geen vreugde wacht, maar verdriet, geen blijdschap maar leed. Wat zijn in ons leven afgoden? Ik heb het aan de jongeren gevraagd en ik geef de dingen die zij noemden aan u door. Egoïsme, hoogmoed, snelheid van het leven, feesten, verkeerde muziek, voetbal, occultisme, geld, vrije tijd, ontspanning, drugs, alcolhol, etc. Een afgod is iets of iemand die je te veel ruimte geeft, waar je niet zonder kan. Iedereen kan eigenlijk wel aangeven waar veel of te veel tijd in gaat zitten. Waardoor je te weinig toekomt aan andere dingen. Dan is dat je afgod. Afgoden lijken je alles te geven wat je heel graag wilt hebben, maar feitelijk doen ze dat niet. Een afgod vraagt alles, en geeft niets. God vraagt niets, maar geeft alles. God vraagt geloof, en geeft vreugde. David zegt niet: ga de strijd niet aan, maar zegt zelfs: blijf uit de buurt van die afgoden. Ga ze niet bestrijden, maar probeer ze te vermijden. Dat is niet arrogant, maar nederig. Chocola die je niet koopt, hoef je ook niet te weerstaan. Bestrijd de zonde niet zo zeer, maar vermijd ze, dat voorkomt heel veel verdriet.
We gaan naar vers 5 en 6. Dat is het tegendeel volgens David. God is mijn deel, mijn beker, mijn lot. Ik bezit God. Dat zeggen wij niet zo. Maar David zegt: God is mijn deel en dat geeft hem vreugde. Het feit dat ik met God leef, zorgt ervoor dat ik dankbaar ben. Dat maakt dat ik met vreugde in het leven kan staan. Hij is mijn deel, en Hij geeft mij ook nog eens een heleboel, en daar ben ik dankbaar voor. En dan gaat hij verder met vers 8 en 9. God is niet alleen mijn bezit, maar ik houd Hem ook voortdurend in het oog. Dat is wat mij vreugde geeft. Daarom ben ik blij en veilig en kan ik en kan mijn lichaam veilig wonen. Als God ligt aan de basis van mijn leven, dan geeft dat stevigheid. Als God je bezit is, hoef je geen zorgen te hebben over de toekomst. Dat geeft je een stevige basis om het leven aan te kunnen, om er positief in te staan. God is involved, Hij is betrokken bij mijn bestaan. God heeft de regie, en als Hij de regie heeft van mijn leven, dan geeft dat rust. God staat niet alleen boven mij, maar ook naast mij en gaat met mij mee. Dat gaat nog verder. Zelfs na het sterven dan is God er nog steeds. Je kunt dan na de dood opstaan in een nieuw leven. Een leven dat de dood heeft overwonnen. Dat was voor David al zo in psalm 16, maar God heeft in het Nieuwe Testament het bewijs geleverd toen Jezus Christus opstond uit de doden. Zolang Christus de gezalfde Koning is, is de dood teniet gedaan. Hier en nu en voor eeuwig. Dat geeft vreugde, blijdschap en ontspanning. Dat klinkt heerlijk; hier verlang ik naar, schreef een jongere.
Ik weet niet wat er bij u naar boven komt als u dit zo heel positief hoort. Ik weet niet wat uw persoonlijke omstandigheden zijn. Maar laat het u motiveren om voortdurend het oog te houden op God. Dan kun je ook die moeilijkheden overwinnen. Juist het feit dat je perspectief hebt, kan je vreugde geven en daardoor kun je verder met je leven. Ik woon veilig omdat God aan mijn rechterzijde is, God is mijn deel. Ik hoop dat het je de kracht geeft om niet kritisch in het leven te staan, altijd kritisch op anderen en op je werk en op school. Maar dat het je helpt om positief naast de ander te staan. Hij maakt mij het pad ten leven bekend, en daarom kan ik dat pad ontspannen gaan.
Maar hoe werkt God dat dan? Hoe weet je welke kant je levenspad opgaat? Daarom gaan we even terug naar vers 7. Ik loof de Heere die mij raad heeft gegeven. Het leven met God brengt ook zijn eigen verantwoordelijkheden met zich mee. Geloof komt je niet aan waaien. Jij kiest ervoor om je focus op God te richten of op afgoden. Jij kiest ervoor om weer achter internet te zitten of je bezig te houden met andere dingen. Wij kunnen elkaar geen geloof geven en ook niet aan onszelf. Maar er zijn wel momenten die je kunt benutten. Je kunt luisteren naar de raad van God. Als ik God loof, erken ik Hem en zeg ik iets positiefs over Hem tegen een ander. David looft God omdat Hij hem raad heeft gegeven en de weg wijst in deze wereld. We kunnen doen alsof we dat niet weten, maar we weten het vaak wel. Het kan door een regel uit een psalm, een tekst, een lied dat met je meegaat. Of door een gesprek met andere mensen. In vers 7 staat: mijn nieren hebben mij onderwezen. Je kunt blijkbaar soms zelfs fysiek merken dat God je leven leidt. De vraag is of je alert bent op de stem van God. Om dingen in je leven te zien als onderwijs van God. Om open te staan voor de ontmoetingen die je hebt in je leven. Als je die vreugde wil vast houden in je leven, moet je de stem van God ruimte geven om te spreken en dan moeten andere stemmen zwijgen.
David is heel actief met God bezig. Hij luistert zelfs 's nachts naar Gods onderwijs. Hij stelt zich God actief voor ogen. Dat is reden om blij en dankbaar te zijn.
1. Vreugde of blijdschap zijn kernbegrippen die onder ons geloof liggen als basis
2. Namaakgoden vragen offers, dus blijf uit de buurt!
3. God vraagt niets en geeft veel vreugde, zodat je weer toekomst hebt.
4. Focus op God, vermijd de afgoden, sta open voor Zijn raad. Dat geeft je leven vreugde.