Edit|
EditReeks Samenvatting:
1. De verheven God
2. De vergevende God
3. De volbrengende God
We sluiten het jaar af met een woord van Micha. Micha was een van de kleine profeten. Net als Jesaja is hij door de Heere in dienst genomen. Micha heeft zicht gekregen op de Heere Jezus. Micha is een onbekende profeet, het is een boekje met zeven ernstige hoofdstukken. Je ziet een refrein in die hoofdstukken terug komen. Sociale zonden, politieke zonden, godsdienstige zonden. Een ernstig woord, de zonden worden aan gewezen. Ook het oordeel wordt aangezegd. Jeruzalem zal een puinhoop worden. Ik denk dat Micha dit met veel pijn in zijn hart gedaan heeft. Als je het oordeel aan moet zeggen kan je dit bijna niet met droge ogen doen.
Er zit in zijn profetieën een aankondiging van heil, troost, toekomst en genade. Dit boek kan je eigenlijk delen in drie delen en elk deel begint met : ‘Hoort’ .Het oordeel wordt aangezegd, maar het eindigt met de heilsaankondiging.
Het eindigt in Micha 5 over de Heerser, Bethlehem Efratha. Hoofdstuk 7 vers 18 tot 20 is een slotakkoord bij Micha, een juichend loflied op wie God is. De God van Israël is een God van vergeving. Na zeven donkere- wolk-hoofdstukken scheurt hij de hemel open en blikken we in Gods hart.
1. De Verheven God
In vers 18 staat: Wie is een God als Gij die de ongerechtigheid vergeeft? Dit is een uitroep van verwondering. Wat betekent de naam Micha:’ Wie is als de Heere?’ Zoals U zo is er eigenlijk maar Een. Wie kan U evenaren? Dit zie je constant bij de bijbelheiligen. Wie is aan onze God gelijk die armen opricht uit het slijk? Elke gelovige kent die momenten. Zijn er van die momenten geweest in het afgelopen jaar dat je boven het stof verheven werd en mocht uitroepen: Wie is aan U gelijk? Als ik daar over na denk is het allerheerlijkste de vergeving en verlossing. Daarin ontdek ik de onvergelijkelijke grootheid van God. Als je dan oud geworden bent, je luistert mee met de kerktelefoon, dan lees je in psalm 71: ‘Ik roem Uw eeuwig alvermogen.’ Het is heerlijk om mensen tegen te komen in de Maranathakerk die de Heere zo kennen.
Vers 18: God die voorbij gaat aan de overtreding. Hoe kan God dat doen, Hij kan toch niet zomaar de hand voor de ogen houden? Dan denk ik aan Jesaja 53: Er is een lijdende Knecht geweest, die het heeft moeten uitroepen om onze overtredingen. Omdat de Heere Jezus die ongerechtigheden ging verzoenen als het Lam van God die de zonden van de wereld op zich nam en wegdroeg. Het bloed van het nieuwe verbond is de grond waarop God de zonden vergeeft. Dit hebben we het afgelopen jaar herdacht bij het Heilig Avondmaal.
‘Ja’ zegt u, ‘voor wie is die vergeving?’ Er staat hier: ‘hun zonden’ wie zijn dat? Heel letterlijk betekent het overblijfsel de rest uit het volk Israël. Paulus zegt: Er is een overblijfsel naar de verkiezing der genade. Hoe weet ik dat die vergeving ook voor mij is? Dan zeg ik u vanavond: Luister naar de taal die dat overblijfsel spreekt. Als dit uw taal is en er is herkenning dan hoort u ook tot dat overblijfsel. Van onze kant is de weg de weg van de belijdenis van schuld naar God toe: Heere, ik heb tegen U gezondigd. Als de Heere je ontdekt aan je schuld en zonde ga je dit ook eerlijk belijden. Op grond van de schuldbelijdenis krijg je de schuldvergiffenis door Christus bloed. Er wordt gesproken over de ongerechtigheid, over de zonde en over de schuldbelijdenis. Dit zie je ook in psalm 32. Gemeente als we gaan beseffen hoe we de Heere vermoeid hebben met onze zonden en ongerechtigheden, dat we afgeweken zijn van Gods weg. Dan moet ik mijn hoofd buigen. Er wordt gesproken over zonde: letterlijk doel missen. Als ik daar een indruk van krijg ga ik mijn hoofd buigen. Die zonde van mijn jeugd. Heere die ambtelijke zonden, bijna 10 jaar in Rotterdam. Als ik denk aan de dingen die ik bedreven heb en gedacht. Er zijn zoveel dingen die we moeten belijden. Dat wordt beleefd en doorleefd.
Voelt u dan dat er verwondering komt? Micha komt er in terecht; Wie is een God als Gij? In het volgende vers zegt Hij: De Heere zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn. God vindt er welbehagen in om goedertieren te zijn. Hij doet dit graag. ‘Il prend plaisir’ staat er in de Franse vertaling. God moet toornen, maar Hij heeft er behagen in om goedertieren te zijn. ‘Mercy’ is Gods lievelingseigenschap. Zijn toorn wil de Heere zo veel mogelijk beperken en Zijn goedertierenheid wil
2. De vergevende God
Micha klinkt al hoger in zijn lofzang, hij transponeert. Hij gaat nog even verder: Weet je hoe die vergeving van God eruit ziet? Jullie gaan in de ballingschap, maar uiteindelijk zullen jullie terugkeren. Het oordeel zal doorgaan maar er komt een eind aan. Zoals de vader zich ontfermde over de verloren zoon die thuiskwam met belijdenis. Vers 19 : God zal onze ongerechtigheden dempen, vertrappen, met de voet verdelgen. Weg met die zonden. ‘Ja’ zegt Micha, het is nog rijker: niet alleen dat Gods hart het fijn vindt, ‘ja, Hij zal alle zonden werpen in de diepten van de zee.’ Nee er staat geen ‘Hij’ maar ‘Gij’ Micha spreekt God rechtstreeks aan in een aanbiddingsloflied. ‘U zult alle zonden werpen in een zee van eeuwige vergetelheid’. Op de liturgie staat een uitspraak van Corry ten Boom: ‘verboden te vissen’. ‘Al hun zonden’: dat is totaal, radicaal.
Wanneer wordt die aanbidding geboren? Op het moment dat ik mijn zonden leer kennen en ik ook leer kennen wie God is. Psalm 103 zingt ervan; “Hoeveel het zij genadig wil vergeven’. Heel veel verschillende uitdrukkingen worden gebruikt om de rijkdom van de vergeving uit te stallen. Er is met eerbied gesproken geen delete knop en op de oordeelsdag een control Z knop, zodat het terug komt. Nee, het is weg. Het is bedekt met het bloed van de Heere Jezus, helemaal, efficiënt zodat het nooit meer terug gevonden kan worden. Al die vuile vlekken lossen op in het kostbare bloed van het Lam. De diepte van de zee, een heerlijke uitdrukking. In de NGB staat: ‘de rode zee van Christus bloed’, zo mijn zonden in de rode zee van Zijn bloed weg, verdronken. De zonden hebben niet de overhand, maar die wateren. Zo ruim zo rijk, zo diep gaat Gods vergevende genade.
Een tobber zegt: Wist ik maar zeker dat het goed is als ik kom te sterven.’ Martin Loyd Jones had een verhaal hierover. Een jongeman kwam tot bekering door een van zijn preken. Hij bleef moeite houden met de heilszekerheid. Tot op een dag dat God hem overtuigde. God gebruikt alles om je het laatste duwtje te geven. De man woonde in Wales en het was een stormachtige avond aan de kust. De man zag een schip op het strand liggen, een wrak. De vloed was toen zo hoog zodat het wrak bedekt was met water, geheel overstroomd. Toen zag hij in: mijn leven is als dat wrak, geen redden meer aan, maar zoals dat water dat verloren schip bedekte werden mijn zonden bedekt door het bloed van Christus.
God heeft een almachtige arm en door die almacht werpt hij de zonden weg. God schuift het niet onder het tapijt, zodat het met de grote schoonmaak weer tevoorschijn komt. Ik had het over vergeven en vergeten. Dat is iets dat God kan en wij niet kunnen. Als er vreselijke dingen gebeurd zijn in je leven, heftige dingen meegemaakt in je familie. Wij zeggen dan : ‘ik kan het wel vergeven, maar niet vergeten’. Die krassen in je ziel blijven zo lang. Bij God is het zo uniek dat Hij vergeeft en vergeet. Hij brengt het niet meer ter sprake. Satan is het tegenovergestelde, hij klaagt ons aan, hij herinnert ons aan ons zondig verleden, maar God vergeet het als Hij ons vergeeft. Als mensen dingen vergeten weten we het echt niet meer. Als God vergeet WIL Hij het niet meer weten, Hij komt er niet meer op terug. Zover gaat Gods vergeving. Gemeente, een mooier eind kunnen we niet bedenken.
3.Een volbrengend God
‘U zult aan Jakob en Abraham de trouw bewijzen en de goedertierenheid’. De Heere zal aan zijn heilsverbond, aan die gestaafde eed gedenken. De Heere zal gedenken aan zijn volk Israël, door ze uit de ballingschap te halen. Hij heeft het gedaan door de komst van de Heere Jezus. Hij zal het doen door de vervulling van de beloften dat er een zegenrijke toekomst zal zijn voor Israël. Ik denk aan de orthodoxe joden. Als zij nieuwjaarsdag vieren gaan ze naar de rivier, een beek of een zee. Ze staan dan langs het water. Ze zeggen dan Micha 7 vers 18, 19 en 20 op. ‘Wie is als Gij die de ongerechtigheid en de zonden vergeeft?’ Ze pakken steentjes en gooien die het in het water. ‘Gij zult al mijn zonden werpen in de diepten van de zee’. Het komt nooit meer terug. Als je aangevallen wordt door de satan, zo op de drempel, ga dan maar een lied zingen: ‘Al mijn zonden al mijn zorgen neem ik mee naar de rivier’. Waar vind je nou zo’n God? ‘Daden als Uw grote daân treft men nergens elders aan’.