Edit|
EditReeks Samenvatting:
Dat vroeg een huisarts aan zijn patiënten. Tot zijn verbazing zeiden verschillende patiënten ja, ik heb er wel eens een gezien. Hij schreef er een boek over, met daarin een mengsel van heidendom en psychologie. Als je er naar op zoek gaat, kom je tegenwoordig veel boeken tegen over engelen met daarin de meest bizarre denkbeelden. Voor je het weet zit je op een verkeerd spoor en blijft er toch iets van in je gedachten hangen. Mensen zijn tegenwoordig op de een of andere manier toch religieus. Andere mensen zien engelen als mensen die hen helpen: je bent als een engel voor mij. Een klein kindje wordt soms ook een engeltje genoemd, al kom je er al gauw achter dat dat niet zo is. De meningen over engelen lopen ver uit een. Wat zegt de Bijbel erover?
Meerdere psalmen zingen over engelen en ook de Heere Jezus noemt ze. Toch letten wij er maar weinig op. In de adventstijd komen wel engelen ter sprake, maar verder weten we er weinig van. Je kunt ze zien, zegt de Bijbel, en weg zijn ze weer. Hoe zien ze eruit? Zoals vaak geschilderd in schilderijen en in kinderbijbels? Wij mensen na de Verlichting proberen alles te beredeneren. Lange tijd dachten wij dat je alles moest kunnen beredeneren of zien en al het andere vergeet het maar. Aan de andere kant is er ook veel bijgeloof. En daarmee is de betekenis van engelen op de achtergrond geraakt. We weten dat ze er zijn, maar meer ook niet. Wat hebben ze voor ons te betekenen? Ze zijn er niet voor zichzelf en je moet ze niet aanbidden en je er niet mee bezig houden buiten God en Christus om. Het gaat om hun betekenis die ze hebben voor ieder die in Christus gelooft.
De Heere Jezus spreekt over de kleinen, in vers 10. Hij geeft daar aan hoe het in de gemeente van Christus behoort te gaan. De meeste aandacht moet uitgaan naar de kleintjes. En dan te bedenken dat er een discussie aan vooraf is gegaan wie van de discipelen de meeste was. Herkenbaar voor ons; voor je het weet duw je een ander opzij en wil je zelf vooraan te komen. Je probeert allemaal net een stukje meer te zijn dan een ander. Je probeert een ander de loef af te steken, je voelt je net een beetje beter dan die ander. De Heere kijkt er anders tegen aan. Grote mensen hebben er vaak een beetje een handje van. Als er een kind in de winkel staat, dan dringen grote mensen vaak voor. Dat kind kan dan wel even wachten. Zo gaat het vaak ook in de gemeente. Er zijn van die geestelijke bodybuilders, die hele verhalen hebben over wat ze met God hebben meegemaakt. En die zien wij als kampioenen in het geloof. Maar pas op, dat je niet een van de kleinen veracht, zegt God. Hij rekent anders dan wij; God begint bij het kleine. Het verachte van deze wereld heeft God uitverkoren. Daarom zegt de Heere Jezus als je niet verandert en aan de kinderen gelijk wordt, zal je het koninkrijk van God niet binnen komen. De discipelen staan zich een beetje op te fokken en denken dat ze heel wat zijn. Dan roept de Heere Jezus een jongetje tussen de mannen. Met hun ruwe vissershanden, en druk pratend. Het jongetje voelt dan pas goed hij klein hij is en kijkt verlegen naar de grond. Dan komt de Heere Jezus en legt zijn handen op zijn hoofd. Zo moet je allemaal worden als een kind, zegt Christus. Hoe kan dat? Door bekering, vernieuwing van je hart door de Heilige Geest. Want dit gaat dwars tegen jezelf in. Zoals een kind een vader nodig heeft, hebben wij de Heere Jezus nodig. We kunnen alleen van genade leven.
Ik denk ook aan de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar. De Farizeeër staat vooraan en dankt dat hij niet zo zondig is als andere mensen. De tollenaar voelt zich klein en zijn zonden drukken hem als een last. Hij vernedert zich en moet zijn hand ophouden bij de Heere. Hij bidt als een bedelaar om genade en zo vindt hij de weg naar de hemel. Die tollenaar is een van die kleinen. God heeft een groot hart voor kleine kinderen, dat ook, zoals ook onze voorvaderen in de Dordtse Leerregels al zeiden. Niet omdat die ouders zo goed zijn, maar omdat Gods hart zo groot is. De goedheid van God is zo groot omdat mensen helemaal van genade moeten leven. Wie zich verhoogt, zal vernederd worden en wie zich verhoogt zal vernederd worden. Hij heeft ze lief in al hun gebrek en zwakheid. Juist omdat ze zo klein zijn, houdt God dubbel van hen. God heeft voor de kinderen een dubbele zorg. Hij werd zelf een kind, en schaamt zich niet om zondaren Zijn broeders te noemen. God steekt ons vandaag Zijn handen toe. Hij kijkt naar je als je zo veel tekort komt in geloof en praktijk. Hoe kan dat geloof nu uitkomen in mijn handel en wandel als ik elke dag struikel? O God wees mij zondaar genadig want je hebt alles tekort. Dan kom je op je knieën terecht aan de voeten van de Heere Jezus. Daar komt het op aan.
Let op de kleinen, zegt God. Geef hen bijzondere zorg en sta hen niet in de weg. Heb je zorg voor de kleinen in het geloof? Want ze hebben een speciale plek in het hart van God. Engelen zijn betrokken bij het leven van Gods kinderen, zowel de kleinen in het geloof als de kleine kinderen. Mensen die helemaal op anderen, en op God zijn aangewezen. Geloof is geen wapen waarmee je van je af kunt slaan. Als het er op aankomt zijn we kleine zwakke mensen tegenover de zonde, de wereld en ons eigen hart. De engelen zijn bij hun leven . De Rooms Katholieke kerk zegt dat je tot hen kunt bidden en hen te hulp kunt roepen, en dat iedereen een beschermengel heeft. Zo staat het niet in de bijbel. Maar God gebruikt hen in het leven van Gods kinderen. Soms moet je weer een kind worden om weer in engelen te geloven. Je moet een kind van God zijn om engelen op je wegen te zien. Misschien niet letterlijk, dat is een zeldzaamheid. Maar je ziet het veel meer in de zorg van God voor je leven. Bijvoorbeeld de engelen droegen Lazarus in de schoot van Abraham. We mogen vragen om Gods bewaring en ieder van wie je houdt aan Gods hart leggen en dan mag je bidden: Heere, laat Uw heilige engelen over mij waken. Zijn we zo klein geworden dat we God nodig hebben of kunnen we het zelf wel? Buiten Jezus is geen behoud te vinden, al zoek je nog zolang. Die engelen zijn vlak bij de troon en delen in Gods kracht.
Een klein jongetje was bang. Zijn grootmoeder nam hem bij zich en zei: Joh geen kind hoeft zijn eigen weg te gaan. Ze vertelde van de Jakobsladder en vertelde dat hij nooit alleen was, maar omringd werd door engelen, ook als hij eenzaam en alleen zijn weg ging. Dat jongetje was de latere theoloog Kohlbrugge. Als je bidt voor je kinderen, neem die gedachte dan mee. Een belofte voor ieder die gelooft: hun engelen in de hemel zien altijd het aangezicht van mijn Vader en ze hebben vrij toegang. Vergeet ze niet. Wat ben je gelukkig als Jezus je Heiland is geworden. God zorgt voor mij. Engelen houden de wacht en als je zo'n bescherming hebt, dan ben je voor eeuwig veilig.