Edit|
EditReeks Samenvatting:
Lees je Bijbel, bid elke dag. Dat zing je als kind. Maar Daniël zingt het nog steeds. In dit hoofdstuk lezen we een ontroerende schuldbelijdenis. Het gaat vanmorgen over het gebed van Daniël.
De aanleiding om te gaan bidden
Het rijk van Nebukadnezar was ten onder gegaan. Er komt een nieuw wereldrijk, een kantelpunt in de geschiedenis. Wat doet Daniël dan? Hij zoekt licht uit het profetische Woord. Hij gaat zijn tijd bezien in het licht van het Woord van God. Krijg ik vanuit de Bijbel licht op de tijd waarin ik leef? Dat zouden we meer moeten doen. In Jeremia 29:10 leest Daniël dat de ballingschap 70 jaar zal duren. Die 70 jaar zijn bijna voorbij. En God heeft beloofd dat we dan weer terug mogen! Wat doet hij dan? Wat ging er door Daniël heen? Hij gaat het Woord van God, met de belofte van God, de terugkeer, bidden voor het volk van God. Hij gaat terug naar Gods troon. Hoe zou u dat gedaan hebben? Ik geef u een paar mogelijkheden
1. Heere u hebt het toch beloofd? Doe alstublieft wat u zegt.....
2. Een Pinksterzuster zou zeggen: Dank u Heer, dat U geweldige dingen gaat doen. Dank U dat U doet wat U beloofd hebt, ik zie er naar uit.
3. Het staat er wel, maar dat moet je geestelijk opvatten, zegt een gereformeerde broeder. Het staat er wel, maar…
Hoe gaat Daniel er mee om? Hij zegt als eerste: Heere, vergeef. Daniel begint niet met de belofte, maar met de schuldbelijdenis. Hij zit in zak en as, hij verootmoedigt zich voor God. Daniel wordt genoemd een zeer gewenste man….Natuurlijk wil God heel graag Zijn beloften vervullen, dat is het punt niet. Maar de toon die wij aanslaan is van belang. Laat dat een toon van berouw en bekeringzijn. We kunnen niets eisen bij God zonder die toon van berouw en bekering. Dat leer ik uit dit gebed. Dat is de weg van herstel. Echte opwekking begint op de knieën. Begint bij één man die door alles heen zakt en komt te liggen voor Gods troon.
De inhoudvanhet gebed
Vers 5-14 is een schuldbelijdenis. Vers 15-19 is een smeekbede.
Hij bad tot de “HEERE, mijn God.” Dat is de eerste keer dat we de naam HEERE met 5 hoofdletters tegenkomen. De Verbondsgod. Vertrouwelijk, vrijmoedig, maar ook heel eerbiedig. Nabijheid en afstand tegelijk. Het valt op dat Daniël bidt in de wij-taal. Die zonden worden met name genoemd. We hebben niet geluisterd naar de profeten, we zijn in opstand gekomen. Deze man voelt de schuld en de nood. Terwijl er van hem geen één zonde in de Bijbel staat. Het lijkt wel of hij zich identificeert met de schuld van zijn volk. Collectieve schuld.
Daniel staat er persoonlijk wel buiten, maar hij doet alsof hij er één van is. Daniel is een voorbidder met een priesterlijk hart. Hij brengt de zonden van zijn volk voor God. Daarin lijkt hij op de Heere Jezus, maar de Heere Jezus ging verder dan Daniel. Daniel zegt dat die zonden al bij de voorvaderen begonnen zijn. Alles was niet vroeger beter. Als je klaagt over wat je niet goedvindt in de gemeente, dan klaag je over jezelf. Jij bent die gemeente. Denk nou eens aan die ene broeder of die ene zuster waar je niet mee overweg kan. Mopperaars zijn er genoeg. Maar waar zijn de Daniëls die meelijden, meebukken, mee opdragen? Dat is vers 7 en 8. Dat gaat steeds dieper. Daniel schaamt zich. We denken grijs, we doen zwart en we praten goed. Je bent geen toeschouwer maar je maakt deel uit van de gemeente. Ik heb het over christenen, over kinderen van God. Wie ben ik nou eigenlijk als kind van God? We zijn zo bevoorrecht boven de meesten in Rotterdam, maar wat zijn we ondankbaar. Die zonden van voor mijn bekering zijn vergeven, maar hoe vaak heb je niet gezondigd tegen Gods licht en Gods liefde? Die liefde van God daar heb ik me in verblijd, maar ik heb er ook tegen gezondigd. Wat kan je oppervlakkig bidden, wat kan een kritische geest je beheersen. Dan is alles niks behalve jij. Ik ben zo blij dat er ook boetepsalmen in de Bijbel staan. Een kind van God zondigt niet goedkoop.
Ik ben zo blij dat er ook boete-psalmen in de Bijbel staan. Die staan er niet zoveel in de opwekkingsbundel....Petrus verloochende zijn meester en hij weende bitterlijk. Ik heb het over de tijd na je bekering.....Ben ik nou nog steeds zo, Heere? Ik dacht dat ik een nieuwe schepping was, Heere. Dat is waar, maar dit is ook waar. Uw genade die me nochtans redt, Uw barmhartigheid die me nog steeds spaart. In vers 11-14 gaat hij nog een stapje verder. Hier wordt gesproken over de vloek. Over het oordeel van God over je gezin, over je nakomelingen. Wanneer komt er die vloek over je? Als je het poortje van de zonde open zet. Als je het poortje openzet van de zonde komt het binnen en het beïnvloedt zelfs je nageslacht. Door breken met de zonde en schuldbelijdenis gaat die vloek er weer uit.
Daniël beseft dat hij er een van het volk is. Hij gaat schuld belijden. Hij gaat de zonden van het volk belijden opdat die vloek weggaat. Wij en onze vaderen. God werkt zegenend in de lijn van de geslachten. En die keten van zegen wordt doorbroken als jij gaat zondigen. Zo kan er ook een keten van vloek zijn die je kunt doorbreken door schuldbelijdenis. Als er zonden in het verleden zijn, antisemitisme,. Occultisme. Waarzeggerij, godsdienstig wetticisme, etc. Dat is een boze geest. De nam van Jezus kan niet genoemd worden want dan ben je per definitie al te licht. Dat is een onreine geest. Een geest van incest, porno en perverse seksuele activiteiten. Dat zijn allemaal zonden die alleen verbroken kunnen worden als het beleden wordt. Die vloek kan alleen daardoor verbroken worden.
Na het belijden gaat Daniel smeken. Nu dan Heere, laat toch Uw toorn en grimmigheid zich afwenden. En geef het licht van Uw aangezicht. Geef die zegen van Uw genade. Herstel ons daarom. Breng ons terug. Het gaat niet om mijn zaak, om mijn kerk. Uw volk. Uw heiligdom. Het gaat om U zelf. Uw volk, Uw stad, Uw huis, het is uiteengeslagen. Er wordt door de heidenen modder op Uw naam gegooid. Dat duldt Uw glorie toch niet? Daniel bidt niet omdat wij daar recht op hebben maar omwille van Uw grote naam.
Om Sions wil zal ik niet zwijgen. Geef de Heere geen rust, maar maak de Heere indachtig. Luister naar het gebed, hoor, open Uw ogen. Hij herinnert de Heere aan Zijn eigen Woord. In het Hebreeuws staat er een woord voor “secretaresse”. Iemand die de Heere herinnert aan Zijn beloften. Dat doet Daniël.
We verdienen het niet, we hebben geen rechten. Straks zingen we psalm 102. Daar zit dat ook in. Vanuit de as, op de puinhopen.
Wat is de grond van het gebed?
Daniël bidt heel vrijmoedig. Hij pleit, hij doet een beroep op Gods heerlijke eigenschappen. Op grond van Uw barmhartigheid. Zijn innerlijke barmhartigheid is grondeloos. Hij pleit ook op Gods gerechtigheden. In Christus komen Gods barmhartigheid en Gods gerechtigheid bij elkaar. Daniel pleit op Gods vergeving. U bent toch een vergevend God? Zo bent u toch, Heere God? Het is toch Uw stad, Uw volk. Dat blijft toch van U, Heere? Nu dan onze God, doe het omwille van de Heere. Calvijn zegt dan zo mooi: hier gaat het al over de Heere Jezus. De gebedsstof haalt hij uit Jeremia, De gebedsgrond is Zijn offer.
In vers 21 staat dat Daniël geantwoord wordt omstreeks de tijd van het avondoffer. De grond van het antwoord dat Daniel krijgt op dit gebed, dat ligt in het avondoffer. Dat werd in het Oude Testament altijd gebracht om 3 uur 's middags. Het 9e uur. Om 3 uur 's middags werd er een lammetje geslacht. Er vloeide bloed, er steeg een geur op naar de hemel. Daarom wil God verhoren. Dat is het zelfde tijdstip dat de Heere Jezus stierf. Van het 6e tot het 9e uur werd het donker. En op het 9e uur roept de Heere Jezus: het is volbracht. Als God zonde vergeeft heeft Hij altijd een grond nodig. Die grond heeft Hij gevonden in het offer van de Heere Jezus. De Heere Jezus heeft plaatsvervangend de zonde beleden, overgenomen van Zijn schuldig volk. O Heere, vergeef. God kan niet zeggen: nou vooruit dan maar. God heeft een basis nodig. Het offer.
Misschien praten wij wel eens te oppervlakkig over vergeving. O liefde die om zondaars te bevrijden, zo zwaar wou lijden.
Het avondmaalsformulier spreekt over het bittere lijden van Gods Zoon. Er moest bloed worden gestort. De Heere Jezus heeft zo zwaar geleden. En alleen door die bloedstorting is er vergeving, anders niet. Ik weet, er zijn christenen die blijven in de ootmoed hangen. Ze komen niet verder dan hopen dat de zonden vergeven zijn. De andere kant is ook fout. Altijd spreken over vrij en blij, vergeving, en je staat niet meer stil bij wat het gekost heeft om jou te bevrijden. Jom Kippoer is de meest ernstige dag van het Joodse jaar. Het volk mocht niets doen, alles deed de hogepriester. Ze moesten zich alleen verootmoedigen voor God. Diep buigen voor God dat is de weg van Daniel 9. Dit is de taal van de Schrift. Dit is de taal van Gods kerk. Guido Gezelle, een rooms-katholieke priester uit Brugge zei het 150 jaar geleden zo:
Heer, mijn hert is boos en schuldig,
maar Gij zijt bermhertig, en
duizendmalen meer verduldig
[als]1 dat ik boosaardig ben:
geeft mij dan, o Heer, ik vraag het,
geeft mij hulpe en staat mij bij;
['k]2 heb gezondigd, ik beklage't,
helpt mij, God! Vergeeft het mij!