Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 gebed
2 gezang
3 gevolg
1
Soon Ok Lee schreef: Zij mogen de hemel niet zien, over de vervolging van christenen in Noord-Korea. Zij kwam tot geloof in een concentratiekamp. Voor 'gestoorde mensen' (christenen) - ze moesten naar de beneden kijken. Alleen Kin Il Sung moest worden vereerd. De christenen werden het zwaarst aangepakt. “Ik begreep die mensen niet. Zo'n moeilijk leven en toch bleven ze goed gemutst. Niet een viel van zijn geloof af. Ze zongen in dat kamp. Er klonk zoveel vreugde in door”. Daardoor kwam ze tot geloof.
Over zoiets gaat het hier in Filippi. Kapot geslagen en de gevangenisbewaarder komt tot geloof. Door de Vader, Zoon, en Heilige Geest.
Het begon in Jeruzalem. Jullie zijn Mijn getuigen. Naar de einde van de aarde. De eerste stad in Europa is Filippi. Daar begint de triomf van het evangelie. Lydia de purperverkoopster. Tijdens het luisteren, dat is Gods gewone weg. De tweede is een slavinnetje die een boze geest had. Ze schreeuwt – de duivel schreeuwt altijd, Jezus spreekt. “Zij verkondigen een weg van zaligheid”. Dagen achtereen. Paulus ergert zich eraan en ze wordt gezond, en de winst is weg. En dan heb je de poppen aan het dansen. Economische belangen gaan vóór geestelijke gezondheid.
Deze zijn dienstknechten van de allerhoogste God – daar is toch niets mis mee? Maar het evangelie en waarzeggers horen niet bij elkaar. De Naam van Jezus gebruikt ze niet. In Zijn naam wordt die geest verdreven. En niet: een weg, maar De weg der zaligheid (Grieks: een weg, niet de weg).
De duivel bouwt een kapelletje. Dat zie je hier. Eerst met list en dan met geweld. Een menigte die uitzinnig wordt, want hun winst is weg. Ze sleuren ze weg en de kleren worden van het lijf gesleurd. Ze slaan hen helemaal open. Zonder verhoor, valse beschudiging. Binnenste kerker, diepste cel, onderaards.
Het blok is feitelijk een martelwerktuig alsof ze zware misdadigers waren. Alles doet pijn. 2/3 van de christenheid maakt dat mee, behalve wij hier in het westen.
Er is ook een geestelijke strijd. Twee nul voor het Koninkrijk, maar er zitten twee dienstknechten vast. 2-2.
Wat zal er door hen zijn heen gegaan, het begon zo zegenrijk. Bevestigd in hun roeping. Gaan die moeilijke omstandigheden buiten God om? Hij had het zo bepaald, ook in de gevangenis moest die boodschap gebracht worden.
Wat gaat er door je heen? Zou Paulus boos geweest zijn? Wij maken het vaak mooier dan het is. Boos op die mensen, die hem zo oneerlijk en vals hebben behandeld. Was hij boos op de Heere, moet het nu zo Heere? Of mag ik dat niet vragen?
Zou hij bang geweest zijn? Hij was geen supermens. Bang in de dodencel. Bedroefd? Denk menselijk mee. Als hem geweld of list bestrijden – dat gebeurt hier. Hun bloed en tranen en leiden. Elke ademhaling doet zeer. Die vernedering, onrecht. Wij springen gelijk over naar vers 25.
2
Ze hebben biddend God lof gezongen. Zingen is het hoofdwerkwoord in het Grieks.
Kapotgebrand met de bestralingen die je moet ondergaan, of als je gewond bent, vast, gevangen in negatieve gevoelens. Psychisch in het donker. Wat doe je dan? Ook hun handen zaten vast. Dan kun je je handen alleen nog maar vouwen. En hun mond gaat open.
Dat is toch wel een wonder. Ook voor die andere gevangenen. Die hoorden normaal andere dingen. Maar bidden... Als je klein bent, heb je een babyfoon. Later – altijd je mobiel bij je. Als er wat is – even naar huis bellen. Zo is bidden. Anrufen in het Duits, 1-1-2 naar de hemel. De Wachter Israëls sluimert noch slaapt.
Waarom middernacht? Wat deden ze om elf uur? Of tien uur – misschien hebben ze om 9 uur nog wel gemopperd en om 8 uur nog tranen. Als elke ademhaling pijn kost. Van 6 tot 12 hebben ze die dingen kunnen verwerken, je kunt niet zo maar vergeven en vergeten. Er komt zoveel over je heen. Het was niet meteen middernacht. Niet 1-2-3 laten we een lofzang zingen. Je hebt er wel een paar uurtjes voor nodig om op die toonhoogte te komen. Soms volgen die gevouwen handen op gebalde vuisten – dat heb ik opgegeven.
Wie in nood gezeten is, kun je dan ogenblikkelijk een lofzang zingen? Als je om zes uur zingt, dan is het te vroeg. Sela, even rust, maar het kwam wel en het begon met gebed.
Ik hoor wel eens liedjes van Martin Brand. 'Het gewicht van 1000 vragen. Het verdriet dat mij verscheurt, ik kan het haast niet dragen. Ik probeer wel te bidden, maar weet niet wat ik zeggen moet - als mijn hart zo bloed. Ik zou wel willen zingen Heer, ook nu het donker is'. Menselijk, dat raakt mij diep.
Het strengste regiem. Maar God komt er binnen en de duivel ook. Als je meende dat je Gods roepstem gehoord had – waar is nou God op wie je bouwde? Waar blijft Hij nu? Die God van jou verliest het. Heb ik me vergist Heere? Je kunt er een mooi verhaal van maken – het is toch niet vreemd dat je pijn en verdiret mee maakt als knecht van God, om tien uur, met hun kapotte ruggen? Zou Paulus gevraagd hebben – Silas, hebben we het toch fout gedaan? Misschien heeft Silas gezegd, waarom begon je nu ook met bevrijdingsbediening, Paulus? Maar er moet een moment gekomen zijn dat ze zeiden: zullen we samen gaan bidden, wat een kostbaar moment.
Wat zijn de gebedspunten?
In de Pelgrimskerk kreeg ik een boek met de gebedspunten die de gemeenteleden opgeschreven hadden. Stel je voor dat er zo'n boek lag op de tafel hier voor. Zullen we bidden voor elkaar, voor bevrijding, voor vrede in ons hart, voor de voortgang van Gods werk, in het donker hier.
Biddag voor de voortgang van Gods werk, dicht bij God te komen en te rusten. Wees in geen ding bezorgd schrifjt hij later aan Filippi, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. (Fil 4:7)
Mooi als je in de gemeente samen kunt bidden. Met vrede vullen – dat gaat nu gebeuren.
En dan ga je zingen. Een Lofzang, een hymne. Geen zelfbeklag, geen klaagzang. Ik zal Zijn lof zelfs in de nacht – de lofzang klinkt uit Filippi's kerker. Die kerker wordt een kerkje, dwaasheid voor de wereld. Er komt een moment dat de wereld zwijgt. De kerk blijft zingen. Zingen in een dodencel. Lofzingen alsof ze verlost zijn, ze bedriegen zichzelf. Maar het geloof heeft een geheime kracht. De wereld kent dat niet, maar de 'godsdienst' ook niet.
Het naakte geloof zingt vóór de aardbeving. Omdat het moed, troost en kracht put uit God. Die vrede Gods daalde in hun hart neer.
Luther kende dat ook, hij zong psalm 46 met Melanchton. Elkaar tot steun. Een vreemd koor, een vreemd podium, een bebloede rug, geen mooie koorkleding. Vreemd repertoire, vreemd tijdstip. Dat kan alleen als de Geest aan het werk is.
Waar over hebben ze gezongen? Misschien Gods kracht, Rechterhand. Machtiger dan welke omstandigheden ook. Waarmee de slavin werd bevrijd. Dat niets hen kon scheiden van de liefde van Christus. Die liefde blijft. Ze kenden ze uit hun hoofd, psalmversjes geleerd, geen boekje, geen beamer. Wat heerlijk als je dat in je jeugd op slaat.
Als men vraagt – hoe gaat het? Naar omstandigheden wel aardig. Paulus had gezegd: door genade gaat het wonderlijk wel. Hij meet zijn geluk niet af naar zijn omstandigheden. Niet zijn gevoel. Of de stemming. Maar God is de bron van mijn vreugde. Verblijd IN de Heere te allen tijd. Dit was nog nooit gehoord in de gevangenis – ze luisterden aandachtig. Ik ben bij jullie, hoe dan ook. Jezus Hij is hier, Hij is bij ons. Ik heb Lydia bekeerd en de slavin bevrijd, Hij is altijd dichtbij. Nooit zal Hij zal gevangenen begeven. God de Vader hoort dat gebed en zingen. God antwoordt door een aardbeving te geven, met eerbied gesproken, dat is het hemels applaus.
3
Een wonder: alles ging los maar het gebouw viel niet. Alles stond te schudden, maar er viel niets in elkaar. De gevangenen ontsnapten niet. En de deur van het hart van de gevangenisbewaarder ging ook open. God moet je wel eens door elkaar schudden. God schreeuwt niet, maar door de suizende stile, zo ging de deur van Lydia open. De gevangenisbewaarder moest geschud en hij beeft. Hier is een opperwezen aan het werkt, weet hij.
Paulus zegt niet – steek je zelf maar overhoop, uit wraak. Wat moet ik doen om zalig te worden, wat zou u antwoorden? Er zijn zoveel 'bijna goede' antwoorden. Er is er maar een: geloof in de Heere Jezus Christus en je zult zalig worden, wat je toevoegt vermindert de kracht van het evangelie. Dit is het. Dit is het woord van God niets minder, niets meer. Geloof is kijken in het aangezicht van de Heere Jezus Christus en dan breek je.
Hij neemt hen mee in zijn huis, Zijn zonden waren afgewassen en hij wast Paulus en Silas.
Eerst even niks, het duurde even en het kwam tot gebed en gezang en geloof, in één nacht. Moet je daar niet je hele leven over doen – deze in één nacht, hij ging door zijn knieën. Hij had één vraag en kreeg het juiste antwoord, en er kwam blijdschap, een kenmerk van het ware geloof. Dat je weten mag in wie je gelooft. Wees in geen ding bezorgd schrifjt hij later aan Filippi, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.
1 Wat vlied of bezwijk', getrouw is mijn God,
Hij blijft aan mijn zij in 't wisselend lot;
moog 't hart soms ook sidd'ren in 't heetst van de strijd,
zijn liefd' en ontferming vertroosten m' altijd.
2 Door 't vleiende woord der zonde belaagd,
door 't kwellend berouw gepijnigd, geplaagd,
zie 'k op tot de Vader om rust voor mijn hart;
dan stilt Hij de stormen en bant Hij de smart.
3 Als God mij vertroost, is 't kruis niet te zwaar,
dan ken ik geen vrees in 't bangste gevaar,
dan win ik al strijdend vertrouwen en kracht
en zing ik mijn psalmen in duistere nacht.
(Gezang 202)