Edit|
EditReeks Samenvatting:
Artikel 8 van de 12 artikelen van het geloof: Ik geloof in de Heilige Geest.
Als je Hem (zó) belijdt, wat geloof je dan eigenlijk. Zit daar een (nieuw) hart achter?
Wat is het nut.
Dat er zonder de Heilige Geest geen heil is, geen heelheid, zaligheid is.
Zonder Hem kunnen wij niets doen.
1- Dat Hij met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. De Heilige Geest ís God. Niet maar een kracht, werking, uitstraling van God. Maar God Zelf. Derde Persoon in het goddelijk Wezen. Hij kan geen God zijn zonder Geest te wezen. En ook omgekeerd. En Die H.G. zoekt contact met onze (onheilige) geest. Daar ligt de brug. Zal er aanraking zijn van God met ons dan zal dat zó gaan. In de openbaring van de Drie-enige God is er gelijke aandacht, zorg en eeuwige liefde. En zó krijgt van ons ook gelijke aandacht: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Van de Vader en van de Zoon kunnen we niets zinnigs weten of zeggen zonder de Heilige Geest. En omgekeerd. Het eigene van de gereformeerde theologie en prediking is aandacht voor het werk van de Heilige Geest, Die het werk van de Vader en de Zoon bemiddelt. Het is Zijn genade als deze belichting van Gods werk niet onderbelicht zal blijven. Het bederf van het beste is het slechtste: Praten en preken over de H.G. heeft niets van doen met de H.G. Daarmee wordt Hij buiten boord gehouden. Dan zou ik zo hele sectoren van de kerk kunnen noemen. Daar waar de meeste aandacht schijnt te zijn voor de H.G. is Hij er niet. In de bediening van het Woord komt Hij mee. Op de wijze van de genade. Wie in zichzelf wat wil zijn of te blijven die heeft nodig te preken óver de H.G. Daar waar we niets meer zijn, daar hebben wij nodig prediking in en door de Heilige Geest. Niet óver. Hij (De H.G.) verheerlijkt Christus, stelt Jezus in het licht en middelpunt en vraagt geen aandacht voor Zichzelf. Echt geestrijke prediking draait om Christus. De H.G. is de meest bescheiden Persoon in de Heilige Drie-eenheid. En Hij verbergt Zich in en achter het Woord. Hij gaat nooit uit van ons denken, en ligt ook niet in verlengde van ons denken. Nicea: Hij gaat uit van de Vader en uit van de Zoon. En zó komt Hij naar ons toe. Altijd anders dan wij denken. Begrijpt u dat in grote delen van de kerk een vermoeidheid optreedt: Men weet het al. Daar komt de Geest op uit het ‘geestelijke’ denken van mensen! Maar wij hebben een verrassende Heilige Geest! Ons probleem is vaak dat we het werk van de H.G. verzelfstandigen. Dan wordt het een fossiel, sterft af.
2- Ten andere: Dat Hij ook mij gegeven is. Die hoge en heilige God komt hier héél dichtbij. Hoort u de verwondering? Oók mij. Daar zit de hemel in, daar is de Geest in. Een belijdenis. Vraag: Hebt gij de Heilige Geest ontvangen? Ontvangen hoort bij geven. Lieve gemeente, hebt u persoonlijk de H.G. ontvangen? Die vraag moeten wij vanavond beantwoorden. U mag positief antwoorden, als u Hem kent in Zijn noodzakelijkheid. Zonder die H.G. is er geen waar geloof in Christus. Ik heb Hem zó nodig om Christus te kennen.(Je kunt er snel overheen glijden naar Jezus toe, maar sla je de Geest en Zijn werk niet over? ) Mag u ja zeggen? ‘Dat bevind ik’. Eén keer wordt dat waar = wedergeboorte (in engere zin). En dan steeds weer. Ik kan niets doen zonder Hem. Niets geloven, maken zonder de H.G. De weldaden van Christus doet Hij ons delen: de rechtvaardigmaking, heiligmaking en de verheerlijking! Doopformulier zegt: De Heilige Geest Die ons toepast al wat wij in Christus hebben . U mag positief antwoorden als u hem kent in Zijn beminnelijkheid, liefelijkheid (Die ons troost) Dan bent u nooit getroost zonder de enige troost! Onthoud u dat. Ik kan geen troost geven buiten de vereniging met Jezus Christus. Het ontdekkende werk van de H.G. is dat Hij troosteloos maakt buiten Christus. Maar hier sluit naadloos aan het bedekkende werk van de Heere Jezus Christus: de verzoening. Golgotha dus. Zonder ontdekking geen bedekking. En in de ontdekking leer je de enige troost. En dat Hij meer troost dan een moeder troosten kan. Dat Hij met uw geest uitroept: Abba, Vader. Dat is liefelijheid! Hebt u de H.G. ontvangen? Dan kent u Hem in Zijn noodzakelijkheid en Zijn beminnelijkheid
3- ‘En dat Hij eeuwig bij mij blijve’; U mag hem kennen in Zijn eeuwigheid. Wat een volheid. De drie-enige God maakt Zijn werk af. (Naast het werk van God de Vader en de Zoon: ) De Heilige Geest doet dat in ons hart en leven. Wij verlaten God keer op keer. Wij bedroeven hem zo vaak. We zijn in staat om Zijn Geest uit te blussen. Toch: eeuwig gegeven! Wat een beminnelijkheid in Zijn eeuwigheid. Dan komt Hij toch weer terug in het bloed van Zijn Zoon. Terug vanuit het eeuwig welbehagen van de Vader. Een eeuwige verrassing als ik zalig wordt. Voor u ook? Er zit ook een volmaakte dimensie in: De hemel is vol van de drievuldige God. Voor allen die hier vervuld zijn door de H.G.
Daarom bidt de kerk voortdurend: O Vader dat Uw liefd’ ons blijkt etc.
Een bede ín de Geest óm de Geest.