Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 gebed tot de Koning
2 gedrag van de Koning
3 gejuich over de Koning
1
De bruid was eerst aan het lofprijzen en nu is het aan het bidden. Zo ben je in de wolken en dan weer midden in de modder. Zo kan het in het geloofsleven. Een christen moet iets meekrijgen voor je handen, je hoofd en je bevinding, ervaring. Hooglied is de liefde, de bruidsliefde. De mooiste liefde. Liefde is het meest. Geloof – dan moet u bij Paulus zijn. Hoop, Petrus of Openbaring. Liefde hebben we een heel boek van.
Als U mij trekt ben ik zo Thuis. Wat was de eerste trek in je ziel? Niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader hem trekt. Uit je oude leven of je godsdienstige systeem getrokken en bij de Heere Jezus terecht gekomen. Door Zijn woord en Heilige Geest, zachtjes, soms met een ruk. Ik kan mezelf niet losmaken. Dat doet soms zeer. Maar het zijn liefdeskoorden. Soms wordt van alles kapotgetrokken, maar je bent behouden. Soms moet Hij je geluk kapot trekken. Of je baan of bezitttingen of je huwelijk – om je ziel te redden.
Het is niet kerk èn wereld, je eigen leven èn God op de voorgrond, de een komt dichter bij, het ander komt op afstand. Trek mij – ze ervaart afstand, anders bid ze dit niet. Nieuw hart, Christuskennis, want ze verlangt naar Hem, anders vind je het prima zo. En ze heeft ook zelfkennis. Ik kan mezelf niet bij u brengen. Het wil wel eens verslappen in het geestelijk leven. En je gaat Hem missen. Met even 5 minuten bidden is het niet direct OK. We kunnen het niet op commando oproepen. Draw me close to you, zingt een Engelse hymne. Help me find a way and bring me back to you.
Het is heel persoonlijk. Trek mij meer. Je kunt het anderen toebidden. Maar je kunt ze niet binden of bewegen. Trek ook de mijnen naar U toe. Drie soorten jongeren, stond er in de krant: Je hebt verbinders, schakelaars (zaterdag stappen tot in de stillen uren en je zit hier wel) en ontkoppelaars – ze willen los. Trek ook die ene jongen, Heere. We willen ze niet kwijt.
Twee soorten mensen. Demas en de Bruid. De eerste heeft de tegenwoordige wereld lief gekregen. De Bruid heeft de Bruidegom liefgekregen. Ze weet ik ben machteloos, maar ik heb één wens, één begeerte. Trek mijn hand – wat hou jij vast? Het hier en nu of het Hem en het Straks?
Trek mij – wij zullen u nalopen, HSV: achter u aan snellen. Anderen komen mee. Als de dominee even bij zijn papiertje wordt weggetrokken dan gaat de gemeente ook mee.
2
De koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers. Vele vertrekken. Het Hof der Hoven is de hemel. Een hof erom heen, een troonzaal. En het vaderhuis, de privé vertrekken van de Koning. Dat is nu die binnenkamer. Daar worden de gelovigen in toegelaten. Met mijn Abba Vader, mijn Verlosser, mijn tere Trooster. Wat intiem. U roep mij zacht in Uw nabaijheid. Trek mij naar U toe. Je wordt zalig als je in de voorhof bent gebracht, mijn zonden zijn vergeven, maar je mag zelfs naar het heilige en het Heilige der Heilige. Paleis en tempel – in het Hebr hetzelfde woord.
Christen komt in de Christenreis van Bunyan in het huis van Uitlegger. Dan in de ene dan eens in de andere kamer.
Bijv
1 De spreekkamer, de gehoorzaal. Daar staat Zijn troon, daar mag ik mijn zorgen en klagen neerleggen en er is Raad bij Hem. Zoals de koningen van Sjeba, Salomo verklaarde haar hele hart. Woorden van Wijsheid.
2 De Eetkamer, de koningin was verbaasd over het voedsel wat daar staat. Ieder krijgt zijn deel en soms krijgt Benjamin een vijfvoudig deel. Dat is niet elke keer hoor. Mijn beker vloeide over.
3 De binnenkamer van Zijn lijden en sterven. Schoenen van de voeten, hier hangen schilderijen, die beelden de vernederingen uit, de kribbe. Dat ben ik, zegt de koning. Zwetend bloed in Gethsema, Gabbata. Van Golgotha. Dit deed Ik voor u. De een wordt daar meer ingeleid dan een ander. Wordt het u steeds wonderlijker?
4 De schatkamer. Vele schatten heeft de Heere Jezus aangebracht door Zijn lijden en sterven, zoveel meer dan de verlossing. De aanneming tot kinderen. De verloren zoon niet alleen de kus van verzoening,maar je mag binnen komen, schoenen, ring, best kleed. Dat ligt allemaal in die schatkamer. De parels van Gods beloften. Vrede met God, kindsschap, hoe rijk zijn wij in U.
Die kamers zijn geen museum – waar je alleen even rond mag kijken. Maar we trouwen in gemeenschap van goederen. Gij kunt niet bevatten hoe rijk ik wel ben. In Hem zo rijk gemaakt.
5 De archiefkamer. Oude rollen, oude boeken. Daar staat het verlossingplan al in. Eer ik begon te leven had Hij al een oog op mij. De troost van de verkiezing. Daar moet je niet over tobben als je aan het begin staat, maar het is een troost als je daar staat. Verheug je dat je naam in het boeken van het leven van het Lam staat.
6 In de wapenkamer daar staan trofeeën. De prikkel van de dood bijvoorbeeld ligt daar. Een giftand van die oude slang, de satan. Een handschrift van de zonde hangt daar, met VOLDAAN er doorheen. De sleutel van de dood en de hel. De grafsteen van het graf van Arimathea en een kroon, die voor jou is weggelegd. En voor allen die Mijn verschijning hebben liefgehad.
De koningin van Sjeba bezweek.
7 de Slaapkamer. Daar mag je de meest intieme liefde ervaren. Zijn linker hand is onder mijn hoofd en Zijn rechterhand omhelsde mij. De wonden zijn er nog in te zien. En daar mag ik mijn moede hoofd op neerleggen. Even een momentje in de hemel. Als Hij zijn bruid even optilde van de aarde. Ik lag en sliep gerust, liggen aan Zijn borst als een Johannes.
In welke kamer bent u vanmorgen geweest?
3
Dat gejuich kunt u zich voorstellen. Laten we Uw uitnemende liefde prijzen. Liefde onuitputtelijk. In het Hebreeuws staat daar iets bekend. Nagila hava, etc. Nagila laten we blij zijn, laten we ons verheugen. Die bruid wil dat uiten. Laten we een loflied zingen, In U. Niet over het voedsel of het paleis. Hoe meer we toenemen in de kennis van de Heere Jezus. Laten wij zijn uitnemende lifede prijzen, met ons hart en onze mond. De een pakt zijn gitaar, de ander zijn dwarsfluit, de andere schrijft een limerick – Zijn goedheid prijzen doe je nooit te veel. Als je nooit eens een goed woord van de Koning hebt kunnen spreken, wat weet je dan van die liefde? Dan je nooit iets te vertellen hebt – sjonge. Heb je dan zijn liefde wel gesmaakt. Als je altijd klaagt en wat te kort hebt – wat wij doen is gebrekkig. Broeder met wie ik het van harte oneens ben - geef nog eens een loflied op!
U bracht mij weer in Uw nabijheid, ik heb er weer zicht op gekregen wie Hij is.
De oprechten hebben Hem lief, niet de volmaakten.Wat voelt u voor Hem, niet wat weet je van Hem? Wat voel je voor Hem. Ik neem de bede van de bruid over.
En dan dat laatste rukje van hier naar het vaderhart van God, wat zal dat zalig zijn..