Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2015-03-29 10:00:00
ds. A. van Vuuren (Amstelveen)
Ik in Hem en Hij in mij

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gal 2:20 Gal 2:11-21 Rom 6:1-8

Edit| EditReeks
Samenvatting:
2 gedachten:
- Meegenomen in Zijn dood
- Meegenomen door Zijn leven.

1. Meegenomen in Zijn dood

Hoe is het mogelijk dat een co-piloot 149 mensen meeneemt in een zelfgekozen dood? De passagiers konden het niet navertellen.

Jezus heeft velen mensen meegenomen in Zijn dood (ik ben met Christus gekruisigd), maar niet naar de ondergang. Deze mensen kunnen het wel navertellen (ik leef). Jezus koerste bewust op Zijn dood aan, om de Zijnen te redden.

Vaak weten we niet van elkaar hoe het persoonlijk geloof beleefd wordt. Paulus laat hier wel zijn geloofsbeleving zien om Zijn God groot te maken. Hij doet dit als reactie op een aanval op het evangelie. Op deze manier zijn onze belijdenisgeschriften ook ontstaan. In Galaten is men wettisch gaan leven en worden er voorwaarden aan het evangelie gesteld. De gemeente van de Galaten werd hierdoor weer onder het juk van de wet gebracht. Paulus haalt hier fel tegen uit, aangezien hierdoor het evangelie krachteloos gemaakt wordt. Christus heeft ten slotte gezegd: "het is volbracht". Wij kunnen niets toedoen aan onze redding. Het is een groot gevaar om het evangelie aan te vullen met onze goede werken of het wetticisme. Dit wetticisme kan zich uiten in zowel een gereformeerd zwart jasje als in een evangelisch activisme.

Paulus vertelt zelfs dat hij Petrus voor wetticisme heeft moeten berispen. Petrus wilde namelijk niet aan tafel zitten met heiden-christenen. Dit was verkeerd, omdat de joodse spijswetten toch als voorwaarde werden gesteld. Daarom vraagt Paulus "waarom dwingt u de heidenen op een joodse wijze te leven?" Petrus deed het uit mensenvrees. Ook wij kunnen daar last van hebben. Paulus rekent duidelijk af met wetticisme: "ik ben vrij van de wet en het oordeel van de wet". Dat is dus bevrijdend. Er is dus een groot verschil tussen leven uit de wet of leven uit Christus.

"Ik ben met Jezus gekruisigd". We kunnen dit vergelijken met een postzegel op een brief. De postzegel reist altijd mee. Zo moeten wij altijd meegaan met Christus. In de doop worden wij ook meegenomen met Christus. Dat betekent ook een ander leven: "niet ik leef, maar Christus leeft in mij". Hij nam mij mee in de dood, maar Hij neemt mij ook mee in het leven.

2. Meegenomen door Zijn leven

Door het geloof in Christus nemen we een andere identiteit aan. Dan gaat er een streep door ons leven heen. "Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij." De opgestane Heere Jezus bepaalt je hele leven. Luther zegt daarom ook dat we door het geloof een klein Christusje worden. Nier meer ik, maar Hij. Dat is nu het werk van de Heilige Geest: Hij in mij en ik in Hem. Ik verwacht het niet meer van mijzelf, maar van de kracht van Christus. Ik roem niet meer in mijzelf. Die kracht van Christus heb ik nodig om door het leven te komen en de verleidingen te weerstaan, als de Heere Jezus in mij leeft en ik mij overgeef aan het kwaad wordt de Heere Jezus bezoedeld. In plaats van een wettische gehoorzaamheid krijgen we een kinderlijke gehoorzaamheid. Dit is een heel intiem leven met Christus. Dit is te vergelijken met het leven van man en vrouw in het huwelijk.

"Zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God". Met vlees wordt het aardse leven (van alle dag) bedoeld. Het hele leven is dus gericht op de Zoon van God. Daardoor wordt mijn bestaan bepaald: in relaties, geldbesteding, werk, muziekkeuze, enzovoorts. "Neem mijn leven, laat het Heer, laat het heer, toegewijd zijn aan Uw eer." Het woordje "zover" geeft een beperking aan. Het leven bestaat niet alleen uit tijdelijk geluk met geld en aards genot. Paulus probeert aan te geven dat hij met één been al in het hemelse leven staat. Uiteraard zijn we nu met vele banden aan het leven gebonden, zoals familiebanden en broeder- en zusterbanden. Pauls belijdt dit als hij nog midden in het leven staat. Een ongelovige denkt dat dit een leven is met een handrem erop. De ervaring van gelovigen is echter dat het een rijk leven is van genieten. Wij kunnen ons geheel verliezen in het de liefde van de Vader en de Zoon. Dat wekt grote verwondering: dat God mij, vuile zondaar, liefheeft. Hij nam mij mee in Zijn dood toen ik een vijand en onwetende was. Hij heeft zich "doodgeliefd" aan het kruis. Dan zingen we "ik hield al van U, maar nooit zoveel als nu." Dan zingen we:

Jezus, leven van mijn leven,
Jezus, dood van mijne dood,
die voor mij U hebt gegeven,
in de bangste zielennood,
opdat ik niet hoop'loos sterven,
maar uw heerlijkheid zou erven,
duizend, duizend maal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer!

Edit