Edit|
EditReeks Samenvatting:
De Middelaar in het middelpunt!
- In zijn vernedering (verleden)
- In zijn verhoging (heden)
- In zijn verheerlijking (toekomst)
Psalm 26: ik ga rondom uw altaar om u een loflied te doen horen. Het eerste in de tabernakel was het brandofferaltaar: daar werden lammetjes op geslacht als zoenoffers. In het NT is Golgotha het altaar. Laten we eromheen gaan: in het noorden kijk je in Zijn hart door de geopende zijde. In het westen zien we Zijn opengeploegde rug. In het zuiden zien we Zijn rechterarm die heil gaat brengen. In het oosten, rechtstreeks voor Hem, zien we Zijn ogen en Zijn wonden. De betekenis hiervan maakt het Goede Vrijdag: vergeving en genezing, vol van zondaarsliefde. Zoals het pak van christen bij het kruis starend van hem afviel. En toen ging hij zingen.
Vernedering
Jezus liep als Isac, de enige die Gij liefhebt, met het hout op Zijn rug naar de slachtplaats. Als spijkers in je zak: als je ze voelt, realiseer je je dan dat iedere zonde, lelijke gedachte of daad zijn als hamerslagen. Jezus werd in het midden gekruisigd: Goddelijke leiding.
In het midden van de schande: in het midden hangt de hoofdschuldige. Alsof hij de grootste kwaaddoener was. In plaats van Barabbas. Plaatsvervangend: Ik ruil met u. De juiste plaats: hij droeg de zonde daar van de hele wereld, tot zonde gemaakt.
- Tussen hemel en aarde: op beide plekken niet gewenst, uitgestoten door de aarde en kon omdat Hij tot zonde was gemaakt niet terug naar de hemel. Zo verbond hij juist hemel en aarde door het kruis.
- Tussen zonde en genade. Het middelste kruis is het kruis van de verzoening en de andere twee staan voor waarschuwing en de bemoediging. De een ging verloren in het spotten, de ander kwam tot inkeer, beleed en werd gered. Wie zijn hoofd afwendt van de Kruiseling gaat door eigen schuld verloren. Beide waren even schuldig en hingen net zo dicht bij de Heere Jezus. Wat is het verschil? De plaats die zij tegenover Jezus innemen, is bepalend voor je eeuwige bestemming. Aan welke kant sta jij?
- Tussen het Oude en Nieuwe Testament. Kruis staat tussen een roep en een danklied om verlossing. Tussen de vraag- en uitroeptekens, dankzij Zijn dood.
- Tussen wet en evangelie. Er een zondeprobleem: God is rechtvaardig – overtreding betekent straf. Jezus droeg de eis van Gods wet in Zijn hart en de vloek van de wet op Zijn schouders. Daarom aan het kruis: vervloekt. Zo ons vrijgemaakt van de vloek van de wet. De toorn van God op het hele menselijke geslacht was op Hem. Hier hoor je niet wat je moet doen, maar wat er is gedaan. Dan heb je maar een ding te doen, wat je mag doen, Hem danken daarvoor. Zalig worden is zien op Hem!
- Tussen ons en God. Het kruis overbrugt de kloof tussen berg God en berg mens. Je moraal of goede werken halen dat niet, dat touw is te kort, dat houdt niet. Altijd ‘door Hem’ tot God gaan.
Verhoging:
- Johannes 20: 19. Jezus stond na Zijn opstanding weer in het midden. Als een as in de spaken: hoe dichter bij Hem, hoe dichter bij elkaar. Nu begint Zijn vertroostingswerk. Hebt u weleens gemerkt dat Jezus tijdens een kerkdienst zegenend in ons midden was? In Openbaring wandelt Hij tussen de kandelaren, in het midden van de gemeente. Hij ziet wat ze nodig hebben.