Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2015-04-05 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Paasfeest voor Petrus apart Markus 16:1-7Lukas 24:32-351 Korinthe 15:3-5

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 24:34 Mar 16:1-7 Luc 24:32-35 1Cor 15:3-5

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1. Een heerlijke boodschap
2. Een persoonlijk bericht
3. Een pastoraal bezoek
Gemeente, in Rusland begroeten ze elkaar met ‘De Heere is waarlijk opgestaan’ Dan antwoordt de gemeente ook terug: ‘Ja, Hij is waarlijk opgestaan!” Zo kwamen ook de discipelen en de Emmaüsgangers naar elkaar toe en riepen ze dit elkaar toe.
Het staat er in sobere woorden, Hij is ook verschenen aan Petrus. Petrus was wel de eerste discipel van de twaalf aan wie Jezus is verschenen. Waarom als eerste aan Petrus? De ergste operatiepatiënt krijgt altijd de voorrang. Hij was het verst afgedwaald, hij had het hardst het nodig. Als je nadenkt over de verschijning van de Heere Jezus zie je allerlei facetten: Bij de Emmaüsgangers verschijnt Hij als de profeet. Bij Maria Magdalena verschijnt Hij als priester. Bij Saulus op de weg naar Damascus verschijnt Hij als de Koning. Aan Petrus verschijnt Hij als de Herder. In Prediker staat: ‘De Heere zoekt het verdrevene’.
1. Een Heerlijke Paasboodschap
‘Anastacia’ opstanding, Hij leeft! Het is het hart van het evangelie, de kern van het christendom. Het graf is overwonnen, Hij is opgestaan uit het graf. Er was een fabrieksdirecteur, hij was overleden en werd begraven. De mensen stonden op het kerkhof en de begrafenisbedienaar vroeg aan het eind van de plechtigheid:’ Is er nog iemand die het woord wenst?’ Een man zei ‘Ja, ik’. Hij zei ‘De man die nu gestorven is liet mij op zijn kantoor komen en ik ben op staande voet ontslagen. Hij zei : ‘Eruit en je komt er nooit meer in!’ Nu zeg ik tegen hem: ‘Jij gaat erin en je komt er nooit meer uit!’
Dit zeiden ze tegen Jezus ook, er lag een steen voor het graf en wachters erbij. ‘Hij gaat erin en komt er nooit meer uit!’ Het wonder is: Hij heeft het graf overwonnen. Hij rees uit het graf door eigen kracht, want Hij is God bekleed met macht. De kinderen zingen het: ‘De steen is weg, het graf is leeg’. De Heere is waarlijk opgestaan, waarlijk, werkelijk, het is echt gebeurd. Daar slooft Paulus zich voor uit in de Korinthebrief, 1 Kor. 15: God heeft het gezegd in de bijbel. Als de Heere Jezus is opgestaan zie je de doeken, als een cocon, de doeken als paasteken, het leven is er letterlijk uit. Er zijn ook veel ooggetuigen. De kroongetuige is Petrus zelf, die leeft nog en kan het ook nog navertellen. Je ziet dat Hij leeft omdat het zoveel verandering gegeven heeft in het leven van de discipelen. De lafaards worden de leiders van de eerste gemeente. Ze waren ooggetuigen en oorgetuigen. Jezus is doodgegaan, ja, Hij is dood geweest en Hij leeft!
2. Een persoonlijk bericht
De Verrezene gaat verschijnen aan deze en die en een van die verschijningen is de verschijning aan Petrus. De engel zegt tegen de vrouwen: ‘Je moet naar de discipelen gaan en Petrus’. Als je daar over na denkt is dat een bijzondere boodschap. Waarom staat dat erbij? Zijn discipelen, daar zit Petrus toch bij? Volgens de Heere Jezus is dat nodig, de engel zegt dit er apart bij. Misschien hebben de anderen wel gedacht, ‘Die Petrus had altijd zo’n grote mond, als wij zouden vluchten zou hij staande blijven, kijk eens wat er van terecht komt?’ Laten we Petrus ook maar schrappen van de lijst. Nu staat Petrus apart, speciaal zegt de engel, ‘vergeet hem niet want hij heeft het nodig’ . Bij mensen lig je er eerder uit dan bij God. Wat een genade, die speciale vermelding ‘En Petrus’.
Op het moment dat Petrus zijn Meester verloochende, die blik van Jezus, dat is niet uit te schilderen. Jezus is hem niet uit het oog verloren. Met een blik vol liefde en smart. Die ene blik zei meer dan een preek vol verwijten. Die blik deed hem ook beseffen dat Jezus voorbede voor hem gedaan heeft. Dan gaat hij naar buiten en weet niks meer te zeggen. Heeft u dat ook wel eens in uw leven gehad?
In de Mattheuspassion hoor je de diepte van die zware toonval: ‘En hij ging naar buiten en weende bitterlijk’. Als ik het aan u zal vragen: ‘Wat was in je leven het moment dat je het meest ontmoedigd was?’ Dat was voor Petrus dit moment. Er waren betere tijden in zijn leven, hij beleed: ‘U bent de Christus, de Zoon van de Levende God’. Dan ben je er nog niet. We moeten zelfkennis leren. Hij meende het nog zelf te kennen en te kunnen. ‘Petrus, je hebt de Heiland lief maar je bent nog vreemdeling van je eigen hart jongen’. Van de witte donderdagnacht naar de goede vrijdag en stille zaterdag en nu die vroege zondagmorgen heeft hij op de zeef van de satan gelegen. Als u dit leest, zegt u dan: ‘Dat lijkt mijn foto wel’. Verloochenen is uit angst zeggen dat je Hem niet kent. ‘Ik heb geen band met Hem, ik maak het uit met Jezus, ik wil er niet meer bij horen’. Hij kwam dat nu? Omdat hij niet gebeden had maar geslapen. Als je slaapt en niet bidt breekt je geestelijke kracht. Er is een draad die hem behoedde voor de wanhoop, de voorbede van Christus. Dan komt er een bericht op zondagmorgen.
Als je zo niet te bedaren verdrietig bent, is er dan geen schouder waar Petrus kon uithuilen? Ik denk dat Johannes tegen Petrus heeft gezegd: ‘Petrus, kom mee naar huis’. Als de Heere Jezus is opgestaan lopen ze samen naar het graf. Petrus is naar het huisje van Johannes geweest, hij heeft ergens in een hoekje gezeten, hij voelde zich een loser. Dan komt de boodschap, ‘…en Petrus’. Denkt de Heere Jezus ook aan mij? Krijg ik nou die paasboodschap vanmorgen ook te horen? Hier krijgen we een blik in het hart van de opzoekende Herder, geen val zo diep, geen zonde zo groot, Hij geeft genade.
3. Een apart bezoek
Het wordt Pasen voor Petrus persoonlijk, ‘Hij is van Cefas, van Simon Petrus gezien’. Petrus was volkomen passief, hij nam het initiatief niet. Door zijn smart is hij zo passief geworden, hij zou het graag wel goed willen hebben. Jezus zoekt hem op, Hij neemt het initiatief. Stel je voor, je bent in de steek gelaten, gedumpt door een goede vriend. Dan zeg je ‘Als het goed komt moet hij toch de eerste zijn om naar mij toe te komen’. Hier niet, Jezus zelf is de eerste, de minste om Petrus met haast op te zoeken. De andere discipelen komen later aan de beurt, Simon eerder dan de rest, de Heere komt altijd eerder dan je denkt en verwacht. De Paasboodschap is opzoekende liefde, vergevende liefde en vertroostende liefde. Op het moment dat de Heere Jezus verschijnt aan Petrus onder vier ogen, komt daar de levende Heiland naar hem toe, op dat moment denk ik dat Petrus op zijn knieën gevallen is en gezegd heeft: ‘Ga uit van mij Heere want ik ben een zondig mens’.
Wat is er precies tussen die twee besproken? Ik zou het graag willen weten. Er zijn geen getuigen bij geweest. Er zijn van die momenten in je geloofsleven die zijn zo intiem. Die verborgen omgang met de Heere, je deelt heel veel met je vrouw en kinderen maar er is een stukje tussen jou en de Heere, tussen de Heere en je ziel. Er moet wel worden gepraat, het moet worden goed gemaakt. Ik denk dat het over twee dingen gegaan is: In ieder geval is het gegaan over Petrus berouw en over Jezus trouw. Ik denk dat hij gezegd heeft: ‘Ik heb tegen U, U alleen gezondigd’. Jezus verloochent hem niet, maar Hij begenadigt hem. Petrus had geen lef maar hij was laf. Het was uit zwakte, hij heeft hem niet verloochend omdat hij gemeen was. Jezus zegt: ‘Ik ben naar Golgotha gegaan en daar heb ik geroepen: ‘Het is volbracht!’ Jezus gaat op Pasen verklaren wat Goede Vrijdag betekent. Al de tranen die jij geweend hebt kunnen de zonde van je verloochening niet weg wissen, maar jou zonden zijn in Mijn bloed weg gewassen. Dat is het Paasevangelie, daar schittert de vergeving.
Het is echt goed gekomen tussen die twee. Later zitten ze bij dat vuurtje, in het Noorden van het land. Jezus vraagt Petrus: ‘Heb je mij lief?” Hij mocht zeggen, ‘Ja, Heere u weet dat ik u lief heb’. Achter die uitspraak ‘ik heb u lief’ ligt dit gesprek. Wie veel vergeven is heeft veel lief en kan wel zingen van vreugde. Petrus gaat naar de discipelen toe dat Hij de Heere Jezus heeft gezien en gesproken. Ze vragen: ‘Joh wat is er met jou gebeurd?” Ze zien het aan zijn gezicht, hij is zo veranderd. Toen hij de deur uitging leek hij op iemand uit de Oud Gereformeerde Gemeente, met alle respect hoor, zijn hoofd naar beneden, maar toen hij terug kwam leek hij op iemand –ik zeg het met respect hoor- uit de Pinkstergemeente.
En ze hebben gezongen psalm 103: ‘Looft Hem die u al wat gij hebt misdreven, hoe veel het zij genadig wilt vergeven.’ En psalm 56 ‘Gij hebt mijn smart verdreven, Uw dier’bre gunst is me altoos bijgebleven, ‘k zal voor Gods oog naar zijn bevelen leven’. Laten we dat gaan zingen.

Edit