Edit|
EditReeks Samenvatting:
Als je op school iets te vragen hebt, steek je je vinger op. Bij Pasen steken engelen en Jezus hun vinger op. Zij vragen allebei aan Maria "waarom huil je?" Vreemde vraag eigenlijk, want er was voor Maria zoveel om te huilen. Wij kunnen ons herkennen in Maria, als we onze idealen, ons huwelijk of iets anders kwijtgeraakt zijn. Maria is haar Heere kwijt, Die alles voor haar was en Die zelfs zeven duivelen bij haar uitgeworpen had.
Er is zoveel om te huilen, zoals om een vliegtuigcrash in Frankrijk of om de moord op christenstudenten in Kenia. In het boek Openbaring moet Johannes zelf ook huilen om het kwaad in deze wereld. Dan mag Johannes in de hemel kijken en over al het lijden heen zien.
De vraag "waarom huil je? " lijkt niet zo pastoraal. De reden van de vraag is om Maria tot nadenken te zetten en omdat Jezus Zich aan haar wil openbaren. Jezus stelt dus vragen aan mensen: hij stoort ons met Zijn vragen om ons op andere gedachten te brengen.
Het was nog donker toen Maria naar het graf ging; dit betekent dat het donker was bij Maria en donker in haar hart. Haar eerste gedachte bij het lege graf is "grafroof". Zij was niet bekend met de opstanding en had dit dus niet voor mogelijk gehouden. In deze tijd geldt dit ook voor zovelen: opstaan uit de dood, dat kan toch niet waar zijn!? De anderen (vrouwen, discipelen) gaan weg bij het graf vandaan, maar Maria blijft "hangen" bij de dood en het verdriet.
De andere vraag die wordt gesteld is "wie zoek je?" Als je dat weet, zou je dan nog steeds moeten huilen? In het Johannes evangelie zijn dit de eerste woorden van Jezus: "Wat zoek je?" zegt Jezus tegen de eerste twee discipelen (Johannes 1: 39). Het Johannes Evangelie is heel erg gericht op de vraag wie Jezus is. Met dergelijke vragen komt dit mede tot uitdrukking.
Als Jezus dood gebleven was, dan zou het pas echt om te huilen geweest zijn. Dan zou het met de dood opgehouden zijn en zou er geen hoop meer geweest zijn. In Johannes 20 komen we steeds dichter bij de waarheid:
• De steen is weggerold
• De doeken liggen er verlaten bij
• De zweetdoek is opgerold
• Er zijn engelen
• Tenslotte is Jezus er
Jezus roept Maria en daar reageert ze op met "Raboni". Jezus zoekt je eerst op en roept je bij je eigen naam. Pasen is dat Jezus aanwezig is en ons roept bij name, ook al is er veel om te huilen. In dit bijbelgedeelte mogen we onze eigen naam invullen, want Jezus roept ons ook nu.
Maria moet Jezus wel loslaten, want Jezus wil zich ook openbaren aan andere mensen. Wij hebben de stem van onze Heiland nodig. Hij roept ons ook nu bij onze naam. Hij roept ons weg uit de verblinding, verdoving en eigen gedachten. Anders zouden wij in onze eigen zonden, gedachten en verdriet blijven leven. Zo kunnen we in het leven staan met Hem. Het verdriet kan er zijn, maar Hij gaat ons voor. Jezus leeft, want het is Pasen geweest.