Edit|
EditReeks Samenvatting:
Eenzaam maar niet alleen: het boek met herinneringen van oud-koningin Wilhelmina, een koninklijk kind door de Vader bemind. Daar lijkt het niet altijd op. Vaak lijkt het eenzaam en alleen, soms in je eigen gemeente. Daarmee is de toon gezet voor wat in Ezechiël wordt geprofeteerd.
Een deel van Israël zit in ballingschap in Babel. God scheen hen verlaten te hebben. Hij is toch de God van het verbond? Maar wat ervaar je daarvan in de werkelijkheid?
Wie zondigt, zal verstrooid worden. Dat gaat hier in vervulling.
Er zijn wat mensen achtergebleven in Jeruzalem, het was de elite die neerzag op de ballingen. Ze wilden de muren niet herbouwen, want ze zeiden: het gaat om ons, de inhoud van de vleespot. Ze zeiden nog net niet “wij zijn vleselijk”. Zelfgenoegzaam op de puinhopen van de stad.
Ezechiël sympathiseerde eerst met de elite. Maar nu gaat God zelf ingrijpen. Hij zegt dat hij de elite zal doden. Ze zullen liggen als dood vlees op de straten van Jeruzalem en de broeders, die je minacht, zijn je broeders. Ezechiël, ga naar ze toe en zeg ze dat ik ze niet vergeet. Ik ben nog hun God. Dat is de boodschap, heel merkwaardig.
Ik dacht aan de ontkerstening in Nederland, met name in de stad. Gemeentes die vasthouden aan Gods woord zijn vaak eenzaam in een classis. Ook individuen zijn steeds meer eenzaam op hun werk of in de kerk. Merkwaardig dat in deze verscheurde situatie toch behoefde is aan contact. Logisch, want we zijn mensen. Vooral via de techniek, via mobieltjes, Facebook, smartphones. Het is een gemeenschappelijk uitgedragen autisme, volksziekte nummer 1.
Hoeveel jongeren vallen ’s nachts niet eenzaam en alleen in slaap na uren online te zijn geweest? Ouders, let erop. Het is het ik-tijdperk, ook in de gemeente.
Maar voor de kerk is er geen pure godsverlatenheid, zoals ook niet voor de ballingen.
Er verschijnt plotseling de sjechina, de heerlijkheid van God. De profeet onderkent dat. Dat maakt Babel tot een heilige plaats. God is daar, waar ze eenzaam en verstrooid zijn onder de heidenen. Dit visioen krijgt Ezechiël te zien. Er is troost: ga ze zeggen dat ik God ben.
Ondertussen wordt wel een oordeel uitgesproken over allen die de secularisatie niet zien. Het gaat toch goed? Is God er dan ook?
De tijd van straten vol kerkgangers is voorbij. Maar God blijft dezelfde. Hij is voor de zijnen een klein heiligdommetje (King James: little sanctuary).
De gedachte dat de tegenwoordigheid van de Heere het wezen is van het heiligdom zijn we kwijtgeraakt. We hebben het instituut, het gebouw, de liturgie. Maar het gaat om de aanwezigheid van God zelf. Je kunt zonder al deze dingen en toch God zelf als een klein heiligdom hebben. De genadeboodschap wordt toegesneden op hen die eenzaam en alleen zijn onder de volken. In de ballingschap zal de gemeenschap met Hem niet minder zijn dan in de tempel. Want we zijn thuis bij Hem. Calvijn: de genade van God past zich aan aan onze menselijke situatie. Destijds was de synagoge een soort tussenverschijning, nadat de tempel vernietigd was. En dan de kerk: waar twee of drieduizend …. Nee, waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik aanwezig. Precies in die kleinschaligheid, die er nu is door de secularisatie. God is dan niet in het grote, het opzienbarende.
Men laat soms zondermeer merken dat ze niets van jou of van je kerk weten willen. Dan wil god jou tot een heiligdommetje zijn. Je zult maar alleen op je werk christen zijn of in de gemeente, als je je niet verstaan voelt als je zegt: ik ben God kwijt. Als ambtsdragers zeggen: je moet geloven. Of dat geen genade is. Als het ontdekkende werk van Gods geest er niet is en je staat alleen.
De heerlijkheid van God verlaat de tempel en verplaatst zich naar de ballingen. Ik zal jou kort even tot een heiligdom zijn.
Waar je ook bent, God wil bij je zijn, als een mobieltje wat je bij je draagt.
Zoals Jacob in Bethel: werkelijk de Heere is op deze plaats en ik heb het niet geweten. Dan kun je overal wezen. De tempel en de liturgie zijn ver weg, maar als je Hem hebt, dan heb je alles. Kijk van je zorgen weg naar Hem, die voor je zorgt. En van jezelf vandaan naar de Heere. Ik leef, maar niet meer ik. Het eigenlijke heil is dat God voor de zijnen God is. Dan wordt je hart zo vol dat je verder niets meer nodig hebt. De kerk, ja die is er nog. Maar is God er ook? Dat nemen we vaak maar aan. Is dit nood voor jou?
God is een mobiel heiligdom, waar de ballingen zijn, eenzaam en alleen. Ik zal op Mijn tijd je terugbrengen. Dat gaat vandaag al in vervulling, en ten slotte helemaal.
Het heilige der heiligen, daar kon toch alleen de hogepriester komen, verder toch niemand. Door het geloof in de grote hogepriester mag jij ook ingaan in et heilige der heilige. Hoe dan? Als de Hogepriester het bloed plengt op het altaar mag je erbij staan. Ik denk niet meer aan je zonden, want het offer is gebracht. Je staat erbij en je kijkt er naar. Het binnenste heiligdom, het Lam dat de zonde wegdroeg. Je kijkt ernaar en ziet de heerlijkheid van God. De verborgenheid van de godzaligheid is zo groot: een klein mobiel heiligdom. Zo kun je in een bomvolle metro, in de marathon toch zeggen Abba, lieve Vader. God is niet gebonden aan het instituut kerk.
Eenzaam maar niet alleen, en dat vandaag, waar de eenzaamheid nog nooit zo groot is geweest. Waar vind je rust in de stress van iedere dag? Bij god, nee, IN God via het mobiele heiligdom.
Als je mobiel gaat trillen, grijp je ernaar. Als het in je hart gaat trillen bij het lezen/prediken van het woord, is er een boodschap voor je. Hij wil met je communiceren. Zo groot is onze lieve God. Ik zal je niet begeven en niet verlaten. Vandaag worden christenen teruggeworpen op de essentie van het geloof. Niet de uiterlijkheid maar van hier binnen gebeurt het, uit genade. Word stil voor het aangezicht van God. Kort en maar even, een intermezzo. Straks zal er geen kerk meer zijn, ook geen Maranathakerk. Straks ten slotte zegt Johannes, zal God bij hen wonen, als Israël terug is in het land van de belofte. Je mag nu alvast oefenen om te leven zonder wat kerk o.i.d. is. Als er gepreekt wordt, wel naar Christus toe maar niet of nauwelijks van Christus uit, dan zegt Hij Ik kom naar je toe en Ik geef je alles. Mijn kind hier ben ik. Wat een God! Dat is mogelijk in het ik-tijdperk, ter plekke waar je bent. In het mobiele tijdperk wil God even kort bij ons zijn. Zo zijn we niet eenzaam maar met God gemeenzaam. En straks niet even maar eeuwig. Heb je er zin in? Hij vergeet u niet, die uiterst eenzaam was. Hij is bij u door de Heilige Geest. Die het hoort en gelooft zal zalig worden, ook in Rotterdam.