Edit|
EditReeks Samenvatting:
Twee mensen in de kerk, allebei belijdenis gedaan, aan de zelfde avondmaalstafel. Dan komt er tegenstand en verdrukking, de een haakt af en de ander houdt vol. Hoe kan dat nu toch? Zoveel voorrechten samen gedeeld en toch valt er een scheiding. Paulus vergelijkt het met een stuk grond, het hemelwater komt, de zon schijnt en de ene grond brengt nuttig gewas voort en de ander doorns en distels. Ze zijn verwerpelijk en de vervloeking nabij – staat er zo ernstig. Verwerping, vervloeking en verbranding, drie ver's . Onze God is ook een verterend vuur. Het maakt me bang en in de war. Kan het zo ver gaan? Ja dus.
Hoe was dat in die tijd? Vroeger twee mensen, allebei Tora onderwijs, samen in de synagoge, samen zagen ze uit naar de komst van de Messias, laten dopen door Johannes de Doper op dezelfde dag. Ze hebben de Heere Jezus gezien en zijn redevoeringen ingedronken, ze hoorden van het open graf. In de buurt van de Olijfberg toen Hij ten hemel voer. Maar toen de verdrukking kwam – de een is een naamchristen en de ander een waarachtig christen. Wat is het verschil tussen schijn en zijn? Een gelovige op zijn slechts en een naamchristen op zijn best. Links op de brede weg en rechts op de smalle weg – een flinterdun verschil. Ook de Heere Jezus zegt dat: de ranken – die vrucht draag , maar die niet in Hem blijft - dan zie je weer die ver's. Aangrijpende woorden van de Heiland zelf.
1
Die Hebreeuwse gelovigen waren niet volwassen geworden. Zou mijn kind een beperking hebben? Het groeit niet. Zo kan het in het geestelijk leven zijn. Laten we het eerste onderwijs laten rusten. Wat een zin! Dat hoor je niet veel dominees zeggen. Er is ook onderwijs voor gevorderden. Het fundament is belangrijk. Velen blijven er bij de eerste beginselen hangen – bekering van dode werken – je eigen gerechtigheid. Dat was de boodschap van Joh de Doper. Dat zei de Heere Jezus ook in het begin. Bekeer u. dat is no 1. en 2 Geloof in God, dat is heel basaal. Het allereerste begin. Je wilt een huis bouwen op dat fundament. 3 leer van de dopen – er zijn er meerdere: waterdoop (reiniging), geestesdoop (van je hart), vuurdoop (tegenstand), bloeddoop (martelaars). 4 Handoplegging, zoals de zondebok. Door je hand op Hem te leggen gaat mijn zonde op Hem over en Zijn heerlijkheid op mij. 5 opstanding – dat geloven Jood en Moslim ook. En 6 een eeuwig oordeel - eeuwige hemel en een eeuwige hel. Waar de duivel in geworpen worden maar ook mensen, die zich blijven verzetten tegen God en Zijn Christus. 'Broeder' en 'zuster' – maar dan moet er wel wat in je leven gebeuren, door een persoonlijk geloof in Hem. Dat moet in jouw leven plaatsvinden, anders is het vanzelfsprekend.
Het gevorderden-leerboek van het Nieuwe Testament leert ook dat er een opstanding is tussen de doden uit, een eerste en dan pas een tweede. Opstanding van de rechtvaardigen en van die van de goddelozen. En gevorderd onderwijs over eeuwig oordeel is dat er onderscheid is tussen paradijs en vaderhuis. Of de rechterstoel van Christus en de grote witte troon.
Fundament – maar de bedoeling is verder bouwen, niet bij de poort blijven staan. Niet bij het brandoffer en wasvat blijven stil staan, het voorhangsel is gescheurd. Maar komen tot in de nabijheid van waar God woont.
Ik wil meer, dieper, rijker, voller.
2
Paulus gaat waarschuwen – hij steekt zijn vinger omhoog. Namens God – heenwijzen, maar ook waarschuwen. Het is onmogelijk dat een afvallige tot bekering kan komen. Als je het geweten hebt en je werpt het van je af. “Is er altijd een weg terug” – er kan een grens over gegaan worden, dat de genade voor jou voorbij is. Huiveringwekkend. Wat was de situatie daar?
Mensen die christen waren geworden, aan het avondmaal gezeten, na verdrukking, overwogen ze: laten we terug gaan, dan zijn we van die bedreiging af. Is er een afval heiligen? Waar gaat het dan over? Hen die eens verlicht zijn geweest. Deelgenoot aan de Heilige Geest. Alles meegemaakt en geproefd. Ben ik dat nu, Heere?
Belijders die niet behouden zijn, namaak of echt? Bijna behouden en toch niet gered. Nabijkomend christendom, zei men vroeger – dit werd bedoeld. Klatergoud – het schittert en spiegelt als echt, maar wordt zwart. Je valt er van af, naast, en dat komt niet meer goed.
Ik geloof dat het hier niet gaat om werkelijk wedergeboren mensen. Maar belijders.
.Die eens verlicht zijn geweest – de opening van het evangelie gaf hen licht, ze waren niet meer onwetend, maar hun hart bleef onvernieuwd.
.Die de hemelse gaven gesmaakt hebben – het smaakte heerlijk. Het brood des levens is hun mond geweest, maar ze hebben het niet gegeten. Het werd hun eigendom niet. Ingenomen als gorgeldrankje en niet als inneemdrankje. Geproefd maar niet doorgeslikt. God zoekt waarheid in het binnenste.
.Deelgenoot geworden van de Heilige Geest. Dat is de moeilijkste. Je kunt deelgenoot zijn in uiterlijke afstraling (Gr metochos) of innerlijke verbondenheid ([sug]koinoonos, als in 1Cor 9:23, 1Pe 5:1). Het ging hen niet voorbij. Die invloeden hebben ze ondergaan. Die regen van de Geest viel ook op hen. Maar bracht geen vruchten voort. Ze hadden de Geest niet inwonend. Biliam sprak door de Geest maar had het loon van de ongerechtigheid. Judas heeft duivelen uitgeworpen. Maar hij was een dief en eindigde als zelfmoordenaar. 'wij hebben in Uw naam duivelen uitgeworpen!' Ga weg gij werkers van ongerechtigheid.
.Ze hebben de woorden van God aangehoord en beleden. Het zaad viel op een steenachtige plek. In het verstand en gevoel, maar het komt niet in het hart – terstond met vreugde nemen ze het aan en het is direct: “halleluja”, geen wortel. Tijdgeloof. Ze vallen terug. Het zat in hun gevoel. Het ontbrak aan werking in de diepte van je hart en je geweten. Als er nooit in je persoonlijk leven een diep leed over jouw zonden heeft plaatsgevonden, dan heb je een oppervlakkige bekering gehad. Heb je het innerlijk je eigen gemaakt? Wel eens bij Psa 51 en 32 terecht gekomen? Daar moet je ook niet in blijven hangen – maar is het je helemaal vreemd? Droefheid naar God. Je vind het verschrikkelijk dat jij Hem leed hebt aangedaan, dat is Bijbelse taal dat wordt verstaan door al Gods kinderen. Wel enthousiast maar niet wederom geboren.
.De krachten van de komende wereld geproefd. De kracht van de Geest gezien en Hij is er nog.
Het valt op, afgelopen dinsdag hadden we het over kinderen van gelovige ouders (opvoedavond). Zijn ze bekeerd of onbekeerd, heiden? hoe kijk je daar tegen aan? Weet u nog van de bord met een wit en zwart vlak? Door de doop kom je van het ene koninkrijk in het andere. Die kinderen zijn niet gelovig allemaal, ze zijn verlicht met een lichtglans van Gods genade. Die schijnt op jou en ze mogen proeven van het Goede woord van God, op de Joz, kids, JV. Misschien dat je er nog smaak in gekregen hebt ook. De Heere Jezus is die onuitsprekelijke gave. Je hebt misschien zelfs gezien dat er leeftijdsgenoten tot bekering kwamen, ze werden serieus, en jij? Jij nog niet. Je weet wie God en Jezus is.
Ik zat op 6 VWO. Er was een belhamel uit Flakkee, totaal onverschillig, ze zouden gaan feesten in Frankrijk en op zondag weg gaan - hij werd op zaterdag gearresteerd door God, en belde zijn vrienden: het gaat niet door. Dan zie je iets van de kracht van God, je kunt niet zeggen, ik heb het nooit geweten – zo bevoorrecht ben je, als je het aan je laars lapt – dan ben ik zo bang dat Heb 6 op jou van toepassing kan worden. Wat een verantwoordelijkheid, ouders om je kinderen bij de Heere te brengen – ik hoef je niets te vertellen. Je weet het – laat de kinderen van onze gemeente niet vallen onder Heb 6...
In die afval breng je Christus weer opnieuw op Golgotha – weg met Hem! Ik wil niet dat Hij koning wordt over mijn leven. Je deserteert bij de koning vandaan. Als er een dokter is die jou kan genezen en die zeg je vaarwel, dan kan je niet meer gered worden. Als je een hekel aan Jezus hebt, dan is er geen plan meer over. Er is geen sluiproute naar de hemel. Je bent er zo dicht bij geweest. Je weet wat je doet en je spuugt het weer uit. Teken van de eindtijd, de grote afval zal komen. Alleen als je ergens op staat kun je ergens van afvallen. 2Tes 2 – vlak voor de wederkomst zal de grote afval plaatsvinden. Bunyan beschrijft zo'n man in Christinnereis, meneer Afwijker uit de stad Afval, hij wil zich door niets en niemand laten overtuigen. Kijk naar het kruis – nee dat wil ik niet, altijd die Jezus... vlak voor de poort ontmoette hij Evangelist nog – keer toch om, maar hij liet zich niet overreden, geen gesprek meer mogelijk over Jezus. Er is geen afval van heiligen wel van onheiligen. Van naamchristenen. Kometen kunnen vallen, sterren niet.
3
Maar geliefden – wat u betreft zijn we overtuigd van betere dingen. De enige plek waar geliefden voorkomt in Hebreeën. Niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Dat is even waar. Tobben over zekerheid - tegen zijn wil door zondigen, en telkens weer belijden – dan vertroost ik je dat Jezus niemand uit Zijn handen laat vallen. Maar als je dreigt af te wijken naar dwaalleer – volhard tot het einde, want als je een keer afwijkt, dan...
Wat is nu het verschil? Petrus: er zijn mensen die een tijdje de weg hebben gekend maar als een hond keren ze terug. Als een gewassen zeug in de wenteling van het slijk. Maar schapen kennen de stem van de Herder, zij zijn ook ziek en dwaalziek. Maar modder is hun element niet. Het voelt zich vies en vuil en verlangt naar verlossing en reiniging.
Maar als je hart trekt naar de zonde - Los van de riemen keer je terug. Ben je dan van binnen veranderd?
Hoe weet Paulus nu dat zij waarachtig bekeerd zijn?
10 liefde. 11 hoop, 12 geloof
Waarachtige hoop, vast geloof en vurige liefde. Liefde toonden zij. God is liefde dus dat beeld vertoonden zij. Hij vergeet uw werken niet. Er zijn er die stil hun weg gaan. U krijgt allemaal een lintje – van God zelf. De lintjesregen in de hemel. De volle zekerheid van de hoop. Houd dat allemaal vast. Geloof, hoop en liefde, het kruis, anker en het hart. Het bewijs, dat God dat nieuwe leven in hun hart begonnen is, dat geve God.