Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 Gods genade in Jericho (vers 19-22)
2 Gods gericht in Bethel (vers 23-25)
Kinderen, (er zijn er nogal wat op vakantie) heb je wel eens een beer gezien? In Blijdorp! In een natuurfilm! Of je kent een liedje over een beer. Groot zijn ze, soms wel tot 2 meter. Ze hebben scherpe kaken en enorme klauwen. Wat eet hij? Bessen, vruchten, zalm, maar ook schapen en herten. Hij eet alles! David moest eens ook vechten tegen een beer, die de kudde wilde aanvallen.
Elisa is een prachtige man. Zijn naam betekent: mijn God is redding. Namens God mocht hij redding brengen in Israël. Elia leek veel op Johannes de Doper. Maar Elisa lijkt wel op de Heere Jezus. Bracht water waar dorst was; hij gaf brood; genezing. Zelfs de heidenen (Naäman) mochten er in delen.
Deze eerste twee wonderen zijn het begin van de bediening van Elisa. Elisa heeft alleen maar genade wonderen verricht. Maar ook één oordeelswonder.
Het oordeel valt n.b. in de Godsstad Bethel. En het genadewonder in de vloekstad Jericho. Wonderlijke paradox.
Ook in het nieuwe testament lezen we van de Heere Jezus dat hij veel zegen en genade bracht. Maar hij sprak ook: wee u! Aan kerkelijke mensen! Ook Paulus: het evangelie is een reuk des levens ten leven, maar ook een reuk des doods ten dode. En op een andere plaats: “iemand die een ander Evangelie brengt is vervloekt!”
Zegen en vloek, dat klinkt zowel in het OT en het NT overal door!
Als wij maar één kant belichten, en zit je onder een verkondiging die één van die zijden volstrekt negeert, dan zit je onder een leugenleer. En je verwoest je ziel.
1- Genade
Jericho: de stad van de vloek. Na de inname mocht de stad nooit meer worden opgebouwd. En toch staat hij er weer. Fraaie stad! Maar de watervoorziening was niet goed. De bron gaf slecht water. Milieuprobleem. Actueel. Maar toch gaan we zien dat de zegen de vloek overwint. De Heere Jezus heeft trouwens in die stad ook wonderen gedaan.
Als je in je leven geconfronteerd wordt met lijden en strijden, dan ga je naar de Man Gods. Zoals de blinde Bartimeus ook ging naar de Heere Jezus.
Dan denk ik aan deze wereld: Fraai gelegen, maar door de zonde kwam er een vloek: ziekte en dood, vruchteloos. Bederf. De zonde is overal doorheen gevreten.
Gezinnen zijn de hoekstenen, bronnen van de samenleving. Maar als deze bron vergiftigd is, dan ontstaat een jongerenprobleem. Het gezin is een bron: zie Jezus. Hij zegt: ‘Zacheus: ik moet heden in uw huis zijn!’ Van het huis van de tollenaard Zacheus ging een slechte invloed. Maar nu gaat dat hele huis zegen geven. Ook ons hart is een bron. Er komt zoveel verkeerds uit. Hoe wordt dat nu gezond? Naar de Man Gods.
De Jerichoërs moeten een nieuwe schaal met zout halen. Elisa werpt dat zout in de bron van slecht water.
God zegt: ‘Ik heb dit water gezond gemaakt’ (vs21). Maar hij doe dat door mensen: Zijn knechten werpen het Evangelie (het zout) in de bron, en dan doet Hij het! I In het diepste van je hart doet de Heere dat wonder.
Als je nu van het water proeft, dan proef je: het is anders! Hoe komt dat? Hij (God) is in mijn hart, mijn huis gekomen.
Breng mij een nieuw schaal, met zout. Een nieuwe vorm kan soms nodig zijn, als het zout maar zout blijft!
2- Elisa bespot
Nu gaan we naar Bethel. Huis van God betekent dat. Kinderen; waar denk je aan bij Bethel. Dat was toch bij Jacob! Toen Jacob vluchtte, kwam hij in Bethel, en sliep daar onder een open hemel. Daar was een ladder naar de hemel. En Jacob wist: Dit is een plaats van God.
Nu is Bethel het zuidelijkste puntje van het 10-stammenrijk. Er stond nu een altaar met een gouden kalf. Opgericht door Jerobiam. Een eigenwillige godsdienst. We eren de God van de bijbel, maar wel op onze manier. Zelfgemaakte godsdienst. U begrijpt dat wat nep is, een hekel heeft aan wat echt is. Dat zien we hier. Elisa en kleine jongens gaan elkaar ontmoeten. Eerder kwam Elia met Elisa hier langs. In dit gedeelte komt Elisa nu alleen terug. Zonder Elia.
Er volgt een clash. Elisa: is die vloek niet te heftig?
Wat gebeurt er nu precies.
Jongens: dat zijn geen kleuters, maar tieners. Jongens en meisjes. Ze wisten wat ze deden. Ze zijn in een groep. Van vijftig. En dan gaan ze toch tekeer tegen Elisa. Geen respect voor God en Zijn knecht. Van huis uit kerkelijke jongeren, besneden! Kaalkop. Diepe minachting: vlieg op man, naar diezelfde hemel als Elia.
Waar komt die taal vandaan. Werd er thuis negatief gepraat over de knechten van God? Toen Elia en Elisa daar langs kwamen: ‘ze denken dat zij het alleen weten…; beter zijn dan wij ”
En de invloed van de priesters van die kalverdienst. Ouders zijn hier ook schuldig.
Wat breng je over in je gezin: God is genadig, maar ook heilig!
Het is zo belangrijk dat we de ernst van de zonde benoemen, in de preek, maar ook in het gezin, de club.
Elisa keerde zich om, en keek naar hen. En hij (profeet des Heeren) vervloekte hen in de Naam des Heeren. Hij was ambassadeur van God, maar kreeg te horen: weg met hem. Grote belediging.
En God bekrachtigt de woorden van Zijn knecht. 42 jongeren worden gedood.
Zo ernstig neemt God de zonde, en laat Hij die niet onbestraft.
En moet de stad 42 jongeren begraven. Afschuwelijk.
We lezen nog een tekst: Leviticus 26, waar Israël door God gewaarschuwd was.
Eerst lees je daar vers 19 en 20, waarin de tijd van Elia geduid wordt.
En dan de tijd van Elisa in vers 21 en 22: ‘Als u dan tegen Mij blijft ingaan, en niet naar Mij wilt luisteren, dan zal Ik u overeenkomstig uw zonden zeven keer harder slaan; Ik zal de dieren van het veld op u afsturen, en die zullen u van uw kinderen beroven. Uw vee uitroeien, en u in aantal zo verminderen dat uw wegen er verlaten bijliggen.’
Wat is de les? Ik huiver. God laat zich niet bespotten. Vroeg of laat krijg je dat terug.
En ik moet het zeggen: Ze zijn onverzoend gestorven. Geen hoop voor die jongeren. En een priester van de kalvertempel moet ze begraven?
Soms moeten dingen scheef getrokken worden om alles weer recht te krijgen.
We zingen wel ‘Er is een vriend die op je let’ : niet alleen je gebed, maar ook als je spreekt tegen je ouders, of uitgaat, je doen en je laten. En spotten? Kijk uit!
We zagen:
Het zout en de beer
De zegen en de vloek
Het leven en de dood
Als je de genade afwijst blijft er alleen een vreselijk oordeel oordeel.
Zeg de rechtvaardige dat het hem wel ga. Maar wee de goddeloze.
In het geloof zeg je: Jezus Christus: Hij is mijn alles!
U ook?