Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2001-10-28 10:00:00 ds. C. van den Bergh (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
psa 119:63 psa 119:57-64 1joh 5:1-5 2001-10-28.1011a.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.1Mb)
2001-10-28.1011b.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.1Mb)
2001-10-28.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
'Ik ben een vreemdeling op aarde' zoals Abraham dat was. Van huis uit voelen we ons thuis op aarde echter. We hebben het goed. De ellende kin Amerika en Afghanistan is naar omdat het onze rust verstoord.
Vreemdeling op aarde word je als je gelooft in de Heere Jezus. Dat geloof is een gave van God, zoals Zijn Zoon een gave is. God liefhebben boven alles. Neven u heb ik niets op aarde. Vreemdeling op aarde. Geen vreemde meer van God. God heeft jou lief boven alles.
Maar wel een vreemde in je eigen omgeving. Je omgeving kan jou missen als kiespijn. Je hebt andere normen. Op school, universiteit, je werk, de straat. Je voelt je als een eenzame mus.
Maar de psalmdichter zegt hier: 'Ik ben een gezel'. Hij kon een woord kwijt, met mensen praten over hun geloof in Christus. Anderen die ook een vreemdeling op aarde zijn geworden.
De Statenvertaling stamt uit de tijd van de gilden. Een gezel daarin, was een knecht. Een mede-knecht van Christus. De gemeenschap van Christus.
'Wij zijn niet meer vreemdeling en bijwoner, maar metgezel'. De kerk moet daar een voorbeeld van zijn. Een toevluchtsoord. Als je verhuizen moet kijk je naar een huis, maar ook naar waar je kerken kan. Dat is van levensbelang. Als je heinde en verre in en kerk komt en je hoort de prediking en de liederen die je kent, dan voel je je er thuis.
Broeders en zusters moeten wij zijn. Een in het geloof, jong en oud. Wij heben elkaar gekregen uit Gods hand. Ook aan het begin van de Maranathakerk. Zien we elkaar zo? We moeten elkaar niet alleen helpen in materiele zin, vooral in geestelijke in.
Zoals Filippus naar Nathanael vloog 'wij hebben die gevonden, waarvan de profeten zeggen, dit is de Christus.' Betekenen wij dat voor elkaar?
Als je alleen loopt kan je van alles overkomen.
Samen getroost te worden, samen vermaand te worden. Een onuitsprekelijke gave. Die God lief heeft heeft ook diegenen lief die in hem geloven.
Geldt dat niet voor je, omdat je er (nog) niet bijhoort? De psalmen noemt twee kenmerken van die metgezellen. '...allen die uw naam ootmoedig vrezen'. Wat samenbindt is geen utopie, zelfs niet de belijdenis van de kerk. De vreze des Heeren, dat maakt je bondgenoot. En dat is je houding tegenover God.
De heidenen hebben een panische angst voor hun afgoden - je kunt er geen pijl op trekken. Maar de Heere zal zijn die Hij zijn zal. De vreze des Heeren is geen angst maar respect, liefde.
God ziet geen zonder over het hoofd, maar ook geen belofte. De Heere vrezen is schuilen bij de Here Jezus. Als Ruth bij Boaz. Breidt uw vleugelen over mij uit, want gij zijt mijn borg.
Twee zijn beter dan een zegt Salomo, maar een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken. De band tussen twee, met de lijn naar boven. een driehoek met Jezus in top.
Heeft u God lief boven alles, dan heeft u alles lief wat van Hem is. Dan ben je zuinig op de scheppig. En ook op Zijn wet. Je weet van je ouders ook dat ze het beste met je voor hebben. Daarom aanvaaren wij hun geboden.
Zijn geboden onderhouden, niet 'vervuld', 'nageleefd'. Dat kunnen we niet maar we houden die wet wel hoog.
De Heere geeft ons de wet niet om ons te ontmoedigen.
De Tien Geboden zijn de herdershonden, die schapen die dreigen af te dwalen weer bij de kudde houden.
Zijn bevelen te doen uit dankbaarheid. Dat dat onze werkelijkheid mag zijn, verbonden met Hem. Een medeburger der heiligen.

Edit