Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2004-07-18 17:00:00 ds. A.W. van der Plas (Waddinxveen)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Eze 16:6 Exo 2:23-25 Eze 16:1-14 Eph 2:1-8 2004-07-18.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vorig jaar in een achterstandswijk zei een buurtbewoner, er ligt wat op de achterbank van die sloopauto. Een gruwelijke vondst, een klein baby'tje in een plastic zak. Een verslaafde dakloze moeder had het er neergelegd. Je huivert ervan als je het leest; wat een wereld van nood en ellende. Hoe zou het komen dat niemand alarm slaat of hulp heeft geboden. In wat voor wereld leven we eigenlijk? Als je kind of kleinkinderen hebt grijpt je dat aan, of als je kinderloos bent gebleven.
Maar het is van alle tijden. Ezechiël vertelt ervan en het beeld wordt herkend. Jeruzalem was belegerd en koning Jojachim en edelen en ook Ezechiël werden weggevoerd. Deze geschiedenis is van nog voor de tweede wegvoering. `Maak Jeruzalem hun gruwelen bekend`. Maar wie wacht daarop? Je komt naar de kerk om een schouderklopje te krijgen, niet om afgebroken te worden. De mensen dachten, het waait wel over. Het komt terecht, daar zal de Heere wel voor zorgen. Ze probeerden het leven zo aangenaam mogelijk te maken maar hielden vast aan de zonde, niemand kwam erop de afgoden weg te doen. De boodschap van Ezechiël komt slecht aan. Jeruzalem zou met de grond gelijk gemaakt worden, wist Ezechiël en ook dat het terecht was. Een profeet is geen postbode, hij worstelt mee om de inhoud van zijn boodschap. Harde taal, maar daar achter steekt de liefde van God. Als Israël zegt *wij* zijn het volk van God; Ezechiël zegt wees niet hoogmoedig, jullie afkomst is laag en heidens. Mensen, je komt van Nergenshuizen en je was er nooit geweest als God niet naar je had omgezien. De profeet heeft het ook over u en jou en mij.

De Egyptenaren verachtten de Israëlieten en probeerden ze uit te roeien. Het zou maar zo lang duren of ze waren er niet meer. Als een kind langs de weg. Als oud vuil weggegooid. Niet gewassen, niet met zout ingewreven, dit kind heeft geen toekomst. En niemand liet er een traan om. Een meisje werd weggegooid. Zo ging het, en zo gaat het ook nog met de kinderen die sterven in abortusklinieken. Elk schepsel heeft waarde in de ogen van God. Wij moeten mensen in nood ondersteunen.

Maar het gaat in deze tekst nog om iets anders. De geboorte van Israël als natie, van begin af aan omringd met vijandigheid. Het gaat over: kijk waar je begin ligt, kijk waar Ik je heb gevonden. Je bent Mijn volk niet omdat ik zoveel in je zag, want je was verloren. Dat raakt, gemeente, als blijkt dat van jezelf niets te verwachten valt. Het kindje huilt en trappelt maar ligt midden in de dood.
Ook David zingt ervan in psalm 51.In zonden ben ik ontvangen. Hij zag zichzelf liggen langs de weg. Dit is wat ons leven van ons zelf uit is.
Het kindje huilt. En het geschiedde dat de kinderen Israëls weenden, en God hoorde hun gekerm. Iemand komt voorbij. God ziet om naar mensen in de ellende. Daar mag je je aan vast klampen als al je zekerheden wegvallen. Hij zag hen. Dat staat er zo vaak van de Heere Jezus. En Hij riep - daar begint de verlossing. Dat is Gods werk alleen.
God ziet naar kind om, al heeft iedereen het afgeschreven, het is kostbaar voor Hem. Niet te begrijpen, echte liefde. Het begint in de eeuwigheid en veronderstelt dus niets bij ons mensen. Hij raakt ons zoals we zijn. En Hij zegt: Leef! En dat doet Hij vandaag nog. Hij heeft ons levend gemaakt met Christus. Daar heeft God de deuren geopend naar het nieuwe leven. Hoe gebeurt dat? En wat merk je daarvan? God raakt je aan en spreekt tot je hart met Zijn woord en Zijn Geest. Daar breekt er wat van binnen en je wordt ook opgenomen in Zijn eeuwige liefde.

Een weggeworpen kind oppakken - dan moet je er ook voor zorgen. Dat heeft de Heere gedaan. Israël is tot leven gekomen door Gods voedende zorgen. Israël had God echt niet zo hard nodig, maar God dacht aan Zijn verbond aan Abraham. Precies als Hij belooft bij de doop. Ik wil je tot een God zijn. Ik zeg je sta op! Zou Hij jou of u niet tot een ander mens kunnen maken? Door een genade een kind van God. Je weet niet alles van het ene moment op het ander - een kind weet ook niet alles. Maar als je het woord van God hebt ontvangen is er een begin en dan groei.

Heere u heeft mij zó lief - het is zo erg als je God voorbij gaat, die deze wereld zó lief gehad heeft. Hoe staat het met uw hart? Hebben we de Heere lief gekregen door het geloof of leef je nog altijd voor jezelf? Als je zegt dat ging over mij - zo door God gevonden, dan kom je woorden te kort om Hem te danken, en ga je zingen van Zijn liefde en trouw.

Edit