Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 Melchizedek en Abraham (1,2)
2 Melchizedek en de Heere Jezus (3-4)
3 Melchizedek en Levi (5-10)
We gaan het diepe in, dus luister en huiver. Hoofdstuk 5 en 6 was feitelijk een tussenzin – jullie zijn in de kinderschoenen blijven steken. Je bent niet doorgegeroeid. Toch pakt Paulus de draad op nu en hij gaat spreken over het priesterschap van Christus. Alle verschillen die er zijn met Aäron, zo veel overeenkomsten zijn er met Melchizedek.
De brief is geschreven aan Messiasbelijdende Joden. De tempel stond er nog. Daar wilde Paulus hen bij weg halen. De blik moet gericht op die hemelse hogepriester, die aan de rechterhand van God zit. H7-10 is de kern van de brief.
Ze waren overgezet van de Oud-Testamentische schaduwdienst naar Christus. Van de wet naar genade. Een duidelijke overzetting. Familie en vrienden waren het er niet mee eens – ze kregen het moeilijk, is het wel de moeite waard? Het Oude Testament was toch ook door God ingesteld? Dat was toch ook een verbond en een heiligdom? Daar waren toch ook beloften? Wankelende Hebreeën. Herkent u dat, 'ja maar'? Wat zeg je tegen hen die dreigen terug te vallen? Hoe doe je dat? Overgegaan naar de M'kerk, maar het gras is toch niet zo groen. Wat zeg je dan?
Paulus zegt, merk nu op hoe groot hij is. Letterlijk Melchizedek, als type: kijk hoe groot Christus is. Als Hij uit beeld verdwijnt raakt u uit de koers. De wet brengt je niet in de hemel. Natuurlijk was er ook verzoening in het Oude Testament, maar als voorlopige maatregel. Het bloed van lammen neemt geen zonden weg. Aaron en zijn kinderen waren ook zondige mensen. En elke Jom Kippoer moest het herhaald worden. Het was niet volmaakt. De Heere Jezus ontbrak. Nu is Hij gekomen en alles is nieuw geworden. H7 een nieuw priesterschap. H8 een nieuw verbond. H9 Een nieuw heiligdom. H10 een nieuw offer. En een nieuw gezelschap van aanbidders. Niet alleen vergeven van zonden, maar ook mogen zij achter het voorhangsel komen om de Vader te aanbidden.
Let nu toch op Hem. Staar op Hem. Groter dan profeten, groter dan knechten (H 1-5). Hij lijkt eerder op Melchizedek. Die mysterieuze figuur in het Oude Testament. Dus u weet het: dat moet je zeggen: kijk nu toch naar Jezus.
Melchizedek komen we drie keer tegen. In Genesis 14 en 1000 jaar later één vers in de Psalm en nog eens 1000 in de Hebreeënbrief. Hoger dan Abraham en Aäron. Geloven in God in het algemeen – dat hadden de Messiasbelijdende Joden ook kunnen zeggen. Dat is niet genoeg. U gelooft in God, geloof ook in Mij. Zelfs de duivelen doen dat en zij sidderen. Het speciale geloof in de Heere Jezus, daarin zijn we christenen. We lijken op Hem met ons wedergeboren hart. En we volgen Hem.
Je wordt niet ontrouw aan het Oude Testament, want Abraham eerde Melchizedek. Melchizedek leek op Christus zegt de Schrift. Christus voorafgeschaduwd, ook al is dat niet bon-ton in de theologie vandaag.
1
Abraham ontving de zegen van Melchizedek en gaf tienden aan hem. Ik buig mijn hoofd en breng Hem het beste deel. Als je gezegend wordt, is dat door iemand die meerder is, evenzo die tiende ontvangt. Daarom is Melchizedek en de Messias hoger dan Abraham.
Gen 14 is een eerste wereldoorlog, 4 tegen 5 koningen. Kedar Laomer uit Iran, nog een uit Babel – ze nemen die gevangen waar Lot bij zit. Abraham verslaat vervolgens die vier koningen. Dan komt Melchizedek uit Jeruzalem. En geeft hen brood en wijn en zegent als priester van de allerhoogste God. De eerste priester die genoemd wordt. Het eerste is vaak een beeld van het allerlaatste, zoals de laatste wereldoorlog. Priester-koning is hij. Zie Zach 6: 12-13 een Man die zowel koning als priester zal zijn, dat geldt Melchizedek en Christus.
Abraham is zo onder de indruk dat hij het tiende deel geeft – het beste deel. Hij heeft daar recht op, wat een les voor ons. De Heere Jezus is niet geïnteresseerd in de restanten van je tijd of je energie of je talenten. Niet de botjes voor God. My utmost voor His highest. Ik leef voor mezelf en in de winter van me leven geef ik wat? In je jeugd ben je nuttig voor Hem.
In de RK mis heb je het Credo, de geloofsbelijdenis. “ik geloof” in het Latijn. Dat kun je niet los zien van het Cordo (ik geef mijn hart..) zeiden ze al in de middeleeuwen.
Zelfs Abraham (onze vader, zeggen de Joden). Hij zag een meerdere in Melchizedek. En die lijkt op de Zoon van God. Hoe groot moet Hij dan wel niet zijn.
2
Koning en priester, dat kon en mocht niet in het Oude Testament, maar bij Melchizedek en de Heere Jezus zie je het wel. Koning van de gerechtigheid en koning van Salem, dus het recht en dan de vrede. De Bijbel zegt niets over Melchizedeks voorgeslacht of opvolger. Hoe oud hij geworden is. Dus het is of geen voorgeslacht heeft. Het is alsof de Heilige Geest hem even op de voorgrond zet en daarin lijkt hij ook op de Zoon van God, Hij is ook eeuwig priester en koning.
Psa 110: de Vader zegt tot de Zoon, zit aan Mijn rechterhand – als koning dus op een troon, en je bent priester naar het model van Melchizedek. Zie hoe groot Hij is.
3
5-10: Paulus betoog is: Uit Abraham is Levi voortgekomen, achterkleinzoon. In zijn lenden was hij aanwezig. 4, 5 jaar zijn kinderen en dan zien ze de trouwfoto – waar was ik toen? Niet in mama's buik. In de lendenen van Abraham is Bijbelse taal. Als Abraham gaf Levi dus ook die tienden aan Melchizedek dus ook heeft hij Aäron gezegend. Dus is Hij meer dan de priesters.
Simeon zegende “hen” in de tempel. Dus de ouders, niet het Kind. Hij moet gezegend worden door het Kind. De oude Jakob komt bij Farao en hij zegende hem!
Aanschouw hoe groot Hij is. Ibrahim chalil, de vriend van God zeggen de moslims, Avraham avinoe, onze vader, zeggen de Joden. Maar wij aanbidden de Messias, de zoon van God. Zien in details hoe groot Hij is. En zolang je Hem in beeld houd, blijf je op koers, maar kijk je naar wetticisme, de wereld, stormen en rampen in de wereld, dan komen de ja maars en ga je kopje onder.
Och, Hij maakt zelfs zijn onderdanen tot koningen en priesters in eeuwigheid. Open 5:10!
Is Hij jouw koning en priester, niet los verkrijgbaar. Ik buig net als Abraham en breng Hem mijn hart, offer van lof. Omdat U het zo waard bent. Paulus zei, je bent in de kinderschoenen blijven steken, kinderen, je hebt geestelijke groei nodig, – dat Christus voor jou groot wordt, en dat je op Hem gaat lijken, gericht op Hem.
Hoe groot zijt Gij!