Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2015-05-14 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Ik heb een Heiland die leeft om te bidden Hemelvaartsdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Joh.2:1-2 1Joh.1:1-2:2

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Ik heb een Heiland die leeft om te bidden

1. een vaderlijke toespraak (vers 1)
2. een hemelse voorspraak (vers 1)
3. een evangelische uitspraak (vers 2)

Na hard werken voor je examen ben je toe aan vakantie. Na gedane arbeid is het goed rusten. Dat geldt voor scholieren, examenkandidaten en ook voor ouders. Kun je dat vergelijken met de Heere Jezus? Hij heeft het werk van de Vader volbracht en is naar het Vaderhuis gegaan. Maar Hij is daar niet werkloos; Hij leeft om voor ons te bidden aan Gods rechterhand.

Johannes is al oud en schrijft aan jonge gelovigen, die geteisterd werden door dwaalleraars van binnenuit. Ze zijn in verwarring over wat nu de kenmerken zijn van een echt kind van God. Daarom schrijft die oude Johannes een brief aan hen. Hij begint daarbij met de persoon van de Heere Jezus. Het Woord van het Leven, de Heere Jezus, Hem heb ik gezien toen ik op aarde was, schrijft Johannes. Hij begint met de schoonheid en de glorie van Christus voor ogen te stellen. Hij wil graag dat ze blij zijn in de Heere. Maar hij schrijft het ook met een tweede reden: opdat u niet zondigt. De derde reden (H5:13)is opdat jullie zeker weten dat jullie eeuwig leven hebben in de Zoon. We zoomen vandaag in op de woorden “opdat u niet zondigt”. God is Licht. Als je denkt dat je gemeenschap met Hem hebt, en je wandelt in het donker dan klopt er iets niet. Een kenmerk van een kind van God is dat je wandelt in het licht. Je bent overgegaan in een ander Koninkrijk, en dat gaat niet samen met wandelen in het duister.
De regel is dus: dat je niet zondigt. En als je wel zondigt dan is dat een uitzondering....Ja maar, we doen toch elke dag zonde? We struikelen elke dag in vele dingen. Ja, dus? We moeten de Bijbel niet afzwakken naar ons ervaringsniveau, maar andersom. Ga heen en zondig niet meer, zegt Jezus tegen iemand die Hij genezen heeft. Toen je tot geloof kwam, is niet alleen de schuld vergeven, maar is ook de macht van de zonde gebroken. Als kind van God, als wederom geboren mens ben je vrij gemaakt van de wet van de dood. Als christen hoef je niet te zondigen. Dat is de norm. Je hebt een nieuw hart ontvangen en je gaat lijken op de Heere Jezus. Een christen heeft nooit een excuus om te zondigen. Dat is principieel. Ook al is de praktijk anders.

Gelooft u dan in de leer van het perfectionisme? Nee. Maar ook al heb je die zondige natuur nog, dat betekent niet dat je daaraan toe hoeft te geven. Als je zegt dat je nooit zondigt, dan heb je geen zelfkennis. Maar er is kracht voor handen die de Heere Jezus geeft aan Zijn kinderen, kracht van de Heilige Geest, waardoor je niet hoeft te zondigen. Houd u voor de zonde dood, maar voor God levend in Christus.

Als ik verbonden ben aan de Heilige Geest, en Hij is in mij, dan hoef ik niet te zondigen, want Zijn kracht is machtiger dan de macht van de zonde. God is licht en verdraagt in Zijn kinderen geen greintje duisternis. Hij wil niet dat we zondigen. Paulus schrijft niet voor niks: toen wij nog zondaars waren......wàren. Een zondaar ben je nu niet meer. Een zondaar is iemand die erdoor beheerst wordt en niet anders meer kan dan zondigen. Dat is veranderd. Door gelovig mijn hand te leggen op het offer van de Heere Jezus krijg ik deel aan Hem. Als ik pleit op het werk van de Heere Jezus, dan zal God de Rechter voor eens en voor altijd jouw zonden wegdoen. De zonden uit het verleden, van nu en zelfs die uit de toekomst zijn door de Heere Jezus weggedaan door Zijn offer. God is niet meer mijn Rechter maar mijn Vader. Ik heb met Hem als Rechter niets meer van doen door de Heere Jezus. Dat is de positie, de staat.

Maar nu de praktijk. Als ik een kind van God geworden ben, kan ik nog wel zondigen. Ik kan weer in zonden vallen. Dan krijg ik niet meer te maken met de Rechter, maar met de Vader. Mijn gemeenschap met Hem wordt dan verstoord.
In de weekbrief staat een schema:

(opnemen uit weekbrief)

Als ik dicht bij de Heere Jezus leef en op de krachtbron blijf aangesloten, dan hoef ik niet te zondigen.

Als het dan toch gebeurt dat ik zondig, in de zonde val, dan heb je daar een voorziening voor. Als je in zonde valt, dan wordt de gemeenschap met de Vader verstoord. Een kind dat gezondigd heeft, moet even op de gang, naar boven, naar buiten. Het blijft een kind van zijn ouders, daar hoeft het niet aan te twijfelen, maar de gemeenschap is verstoord. Mijn kindschap staat niet ter discussie, maar mijn gemeenschap met God. David herkende dat. U ook? Als een schaap in de modder valt, voelt het zich niet happy. Het kan misschien een poosje blijven liggen, maar dan wil het toch graag uit de modder. Da Costa zegt: het is alsof je van de trap valt, je bezeert je.
Hoe kan het dan weer goed worden tussen de Vader en Zijn kind? Als je je zonde eerlijk aan de Vader vertelt. Dat is de weg. Een kind kan op de gang gezet worden voor straf. Er zijn kinderen die dan schoppen tegen de deur, die hebben nog niet genoeg zelfkennis. Maar er zijn ook kinderen die huilend in de armen van de Vader vallen. De Vader vergeeft je dan, niet de Rechter. Vader ik heb gezondigd, er is wat tussen gekomen door mijn schuld. En van Gods kant; Hij is de Voorspraak bij de Vader. Ik heb een Heiland die leeft om te bidden.

Ik heb de Heere Jezus nodig als ik zwak ben, maar ook juist als ik zondig. Het doel is dat de gemeenschap met de Vader hersteld wordt. We hebben een voorspraak, een Parakleet, een pleitbezorger, een advocaat in het Latijn. Maar bij een ‘advocaat’ denk je aan een rechtbank. Dat is een juridische term. Bij de Vader heb je geen advocaat nodig. Je moet het niet als advocaat vertalen, maar als een machtige Helper, een Middelaar. Hij pleit niet voor vrijspraak van Zijn cliënt. De Vader is niet een woedende Vader die gekalmeerd moet worden om zijn kind nog een keer in genade aan te zien. Zo is de Vader helemaal niet. Als mijn kinderen zondigen, dan staat mijn gezicht boos, maar mijn hart gaat nog steeds in liefde naar hen uit. Die voorspraak is er niet om de Vader te bedaren, maar om ons tot inzicht te brengen. Zodat we eerlijk gaan belijden. De Heere Jezus is bezig om die verandering in je te bewerken. Wat heeft God toch een hoop werk aan Zijn kinderen. We hebben een voorspraak bij de Vader. Het bloed van de Heere Jezus is de basis waarop de Vader vergeeft. Wat een bemoediging!
De Vader houdt van je, kind van God, Hij is je Vader. Zijn liefde vermindert niet, maar je hebt wel de gemeenschap verstoord door je zonde. Je bent je vreugde, je blijdschap kwijt. Er is afstand gekomen.

Hij is de verzoening voor onze zonde, zegt Johannes. Hij heeft in het hart van de Vader mogen blikken. En daar heeft Hij Gods liefde gezien. Dat ene enkele offer op Golgotha gebracht, dat Zijn kracht en waarde houdt voor altijd… Hij is een zoenoffer, niet alleen voor ons. Niet alleen voor ons als gelovigen, maar ook voor de ongelovigen. Die boodschap van verzoening mag naar iedereen uitgaan. Er is bloed genoeg voor de hele wereld. Er is voldoende bloed gestort voor alle mensen. Het is ook noodzakelijk voor alle mensen. Want als je ongelovig blijft, ga je voor eeuwig verloren.
De verzoening is voor allen beschikbaar. Geen beperkte verzoening, maar wel een beperkte toepassing. Het offer is genoegzaam voor de hele wereld. Maar door je ongeloof en het weigeren je aan de Heere Jezus over te geven val je er buiten. Dat komt niet omdat die verzoening beperkt is, maar omdat je je hand niet op het offer van de Heere Jezus legt en je aan Hem overgeeft. Verzoening is er, maar je krijgt er deel aan door in Hem te geloven. Er is nog genoeg plaats. Er kunnen nog steeds mensen bekeerd worden; het getal is nog niet vol. Laat je met God verzoenen!
Hemelvaartsdag. Daar zit Hij nu op de troon om te helpen en te troosten; glorie voor de allerhoogste God!

Edit