Edit|
EditReeks Samenvatting:
- Een trieste benaming
- Een troostvolle bemoediging
Samuel werd destijds ondergebracht bij de hogepriester Eli. Een heel jaar lang zag Samuel dan zijn vader en moeder niet. Samuel zou zich erg verlaten gevoeld kunnen hebben, maar de Heere kwam naar hem toe. Samuel beantwoordde de roep van de Heere met "spreek Heere, want uw knecht hoort".
Het is vandaag wezenzondag, de tijd tussen hemelvaart en Pinksteren. Er is een soort leegte, want God de Zoon is weg en God de Heilige Geest is nog niet gekomen. Toen de discipelen naar de hemel staartden was Jezus weg, maar de Heere Jezus zei: Ik zal jullie niet alleen en voorgoed achterlaten.
1. Een trieste benaming: "wezen"
De Heere Jezus is in de opperzaal na de viering van het Heilig Avondmaal. Judas is al weg en Jezus spreekt nu met zijn meest intieme vrienden. De hoofdstukken 14 t/m 16 worden wel het heilige van het Johannes evangelie genoemd (hoofdstuk 17 met het hogepriesterlijke gebed, het heilige der heilige).
De Heere Jezus heeft net gezegd dat Hij Zijn discipelen gaat verlaten. De discipelen hadden alles voor Jezus achtergelaten en zijn Hem drie jaar lang dag en nacht gevolgd. Zij waren niet alleen leerlingen, maar ook volgelingen en vrienden van de Heere Jezus. Het gaat niet alleen om het leren, maar ook om de levenswandel (hoe Hij at, bad, zat, Zich kleedde, sliep, liep, lachte, huilde, enz.), zodat de discipelen uiteindelijk zouden worden als Hem. Een discipel was iemand die de Heere Jezus in alles nadeed. Jezus was als een Vader en een Moeder voor hen: Hij troostte en beschermde Zijn discipelen.
Zonder een natuurlijke vader en moeder mis je erg veel. Een weeskind kan zich erg eenzaam en verdrietig voelen, ook al wordt het goed verzorgd door een ander. Gelukkig roept God op om om te zien naar en goed te doen aan weduwen en wezen. Jakobus zegt zelfs dat de ware godsdienst is "weduwen en wezen bezoeken in hun verdrukking en jezelf onbesmet bewaren van de wereld".
De discipelen moeten zich na de hemelvaart erg eenzaam gevoeld hebben. Rouwen is als zitten in een roeiboot, met je rug naar de toekomst en het zicht op het verleden (waar het gemis gevoeld wordt).
Er kunnen perioden in het geloofsleven zijn waarbij wij ons eenzaam en verlaten voelen, al woon je in een drukke stad, heb je veel collega's en zit je in een volle kerk. Elia heeft zich geestelijk zo eenzaam gevoeld, na de gebeurtenissen op de Karmel. Elia had totaal geen moed meer en wilde sterven. Je kunt dan niet terecht bij de wereld of bij vormen-godsdienst. Nog erger is het als je niet doorhebt dat God geweken is (Simson merkte het pas toen zijn kracht geweken was). Soms komt Jezus onverwachts, maar op andere tijden kan Jezus zo gemist worden. In het nieuwe testament komt dit ook voor bij de Emmaus-gangers. Ook Thomas zal zich eenzaam gevoeld hebben toen Jezus er niet meer was. Maria Magdalena huilde bij het graf omdat ze dacht dat haar Meester was weggenomen.
Zonder Hemelse Vader en geestelijke moeder (de kerk) kunnen we niet leven. In ons land is meer dan 50% onkerkelijk, zij hebben dus helemaal niets meer.
2. Een troostvolle bemoediging.
"Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe" zegt de Heere Jezus. De periode van eenzaamheid/verlatenheid heeft voor de discipelen tien dagen geduurd. Deze tien dagen waren ervoor om diep te beseffen "zonder Mij kunt u niets doen". Die tien dagen waren ook van God: niet om van te genieten, maar om van te leren. Dit was belangrijk als voorbereiding op hun geweldige opdracht om het evangelie in de wereld te gaan verspreiden. In deze leegte geeft de Heere een belofte. Deze belofte is als een touw aan de hemelzolder waar je je aan vast mag klampen.
Wat betekenen de woorden "Ik kom naar u toe" in Johannes 14: 18? Gaat het hier over de opstanding, Pinksteren of de wederkomst? Dit zijn alledrie mogelijke interpretaties. We zouden ook kunnen zeggen dat hierdoor de belofte van de Heere Jezus driemaal wordt vervuld.
De Vader en de Zoon komen door de Heilige Geest is ons wonen. De Heere Jezus deed een stap terug in de hemel, om vervolgens zo dichtbij te komen, zodat Hij in je woont. Dat is het Pinksterfeest.
De belofte van de Heere Jezus om terug te komen is een belofte en een schuldbekentenis. Elke keer opnieuw wil de Heere Jezus naar ons terug komen. Daarom mogen we vrijmoedig bidden om Jezus nabijheid. Het is geen automatisme dat Jezus komt: wij mogen en moeten blijven bidden om Zijn Geest. Als Hij komt gaat alle matheid, leegheid en gezelligheid weg, zodat wij vervuld worden met Hem. Elke woordverkondiging komt de Heere naar je toe. Hij staat aan de deur van je hart en Hij klopt. Wat doen we als de Heere Jezus bij ons aanklopt? Als we Hem binnenlaten zal er echt wat gaan gebeuren. Doen wij de deur voor hem open? In ieders leven wordt er door Jezus op de deur van ons hart geklopt, ook al zou dat maar een keer zijn. Een mijnwerker maakte dat op 17e jarige leeftijd mee, maar deed zijn hart niet open voor de Heere Jezus. Toen deze mijnwerker 70 jaar was moest hij bekennen dat hij een verkeerde keuze had gemaakt en een slecht leven had geleid. Doet u wel de deur van uw hart open voor de Heere Jezus?
We sluiten af met een gedicht van dominee Christop Blumhardt:
"Wel voer Hij van ons henen
naar 't stralend ver verschiet;
maar wie, verweesd, hier wenen,
verlaat de Heiland niet.
De Trooster zal ons helen
in lijden en in strijd,
en eenmaal ons doen delen
in ‘s Vaders heerlijkheid."