Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2015-05-24 17:00:00 ds. H. Liefting (Schoonhoven) Pinksterfeest met de Wet of met de Geest?

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Cor 3:17 Exo 34:27-35 2Cor 3

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vandaag en morgen is het pinksterfeest is Israel. Zij noemen het daar het wekenfeest. Dit feest staat in het teken van de wetgeving.

Mozes moest van de Heere de berg Sinai op. Het volk moest beneden blijven en mocht de berg zelfs niet aanraken, om niet gedood te worden. Mozes plaatste zelfs hekken rond de berg. Vervolgens gaat Mozes alleen de berg op. Boven verandert er een heleboel: het wordt donker, er komt donder en bliksem. Boven alles uit klinkt bazuingeschal. Dit allemaal is erg angstaanjagend: het volk siddert op afstand. Dan spreekt Mozes met God en God geeft hem de Tien Geboden (zie Exodus 20). In Exodus 24 moet Mozes weer de berg op, omdat Mozes de wet ook op schrift moest hebben: de twee stenen tafelen die God met Zijn eigen vinger beschreven heeft. Als Mozes met de stenen tafelen van de berg afgaat glanst zijn gezicht vanwege de heerlijkheid van God. Het volk schrikt en durft niet eens te kijken. Ze zeiden tegen Mozes dat hij zijn gezicht moest bedekken, wat Mozes ook deed. Het doek ging pas van het gezicht van Mozes als hij weer de berg opging. Zo heilig was het allemaal rond de wetgeving. Het pinksterfeest in Israel staat dus helemaal in het teken van de glans van God en het ontvangen van de wet. In Handelingen 2 gaat het over het pinksterfeest in Jeruzalem. Hier komt ook vuur en glans op de hoofden van de discipelen terecht.

De gemeente van Korinthe was niet zo'n gemakkelijke gemeente. Korinthe was een grote wereldse stad met veel handel, schepen en zeelieden. Toch kiest God deze stad uit om het evangelie door Paulus te laten verkondigen. In zo'n gemeente met veel diversiteit is het moeilijk om de boel bij elkaar te houden. Sommige Joden wilden toch weer naar de wet terug. Paulus gaat hier fel tegen tekeer in deze brief. Hij zegt dat men niet terug moet gaan naar het oude testament/verbond en het juk van de dienstbaarheid/wet. Anderzijds zegt Paulus ook dat de wet niet niets was: de glans kwam er wel door op Mozes' gezicht. Die glans verdween de volgende dag weer. Mozes hield de sluier echter langer op zijn gezicht, zodat de mensen het belang van de wet zouden blijven erkennen.

Paulus zegt in vers 10 dat de Heere zelf veel heerlijker is dan deze glans en deze wet uit de tijd van Mozes. Paulus zegt eigenlijk dat het niet allemaal om de wet draait, want het is Pinksteren geweest. De heerlijkheid van de Geest is daardoor veel heerlijker geworden dan de wet. Deze heerlijkheid van de Geest is er voor altijd. Als je dat niet beseft, heb je zelf nog een doek op je gezicht. In vers 15 zegt Paulus zelfs dat het doek dan zelfs nog op je hart ligt. Als men de wet nog leest zonder het zicht op Christus leeft men nog onder de bedekking. Als men wel het zicht op Christus heeft, staat de wet in het hart geschreven. Dan is het houden van de wet geen moeten, maar een liefdedienst. In het gesprek met Israel moet dit ook (met wijsheid) benoemd worden. We mogen Christus dus niet verzwijgen, want de Heere nu is de Geest.

Niet alleen bij de Joden staat de wet centraal, maar bij christenen komt dit ook voor. Wij worden echter niet door de wet gerechtvaardigd. Het gaat om de rechtvaardiging van de goddeloze, niet om rechtvaardiging van de vrome. Het moet bij ons echt Pinksteren worden om tot de ware vrijheid te komen.

De Geest en Christus zijn niet hetzelfde, maar spannen wel samen. De Geest is de Geest van Christus. Jezus zet Zijn werk op de aarde voort door de Geest. Paulus verbindt de Geest en Christus heel nadrukkelijk aan elkaar. Waar de Geest van Christus is, daar is vrijheid. In het houden van de wet is geen vrijheid: van "dit mag niet en dat mag niet en dit moet en dat moet". Paulus zegt "de letter van de wet doodt". Mozes kan ons ten diepste niet redden. Kunnen we er dan maar op los leven? Als we dat denken, hebben we er niets van begrepen. De wet werd namelijk bewaard in de ark onder het verzoendeksel. Zo trok de Heere met de wet mee met het volk Israel. Zo wil de Heere ons met de wet voortstuwen in de goede richting.

Waar bent u aan gebonden? Leeft u uit de Geest en uit Christus? Zo kan men zo vast zitten in een verkiezingsleer, een boezemzonde, geld, de techniek, tradities, negatief denken, enzovoorts. Uit dergelijke gevangenschappen moet men bevrijd worden. Zo kan het zelfs zijn dat een gevangene die uit de Bijbel leest meer bevrijd is dan een gevangenbewaarder met sleutels in zijn hand. De gevangene gaf de Bijbel aan een bewaker die in problemen en eenzaamheid zat. Door het lezen in de Bijbel vond de bewaker echter geen rust en vrijheid. In de gesprekken die volgden brak de Geest wel door en komt de bewaker tot geloof. Waar de Geest komt, daar is ware vrijheid, zelf in een gevangenis. Bonhoeffer zei vlak voor zijn terechtstelling dat de vijand hem eigenlijk niet kon doden, omdat zij zijn ziel niet konden doden. Na zijn dood gaat Bonhoeffer de ware vrijheid binnen.

Deze Geest verbreekt de hardste harten. In deze Geest vinden we de grootste blijdschap. Laat die Geest de christelijke gemeente doorwaaien zodat we als gemeente kunnen leven in de vrijheid van de Christus, de vrijheid van Pinksteren.

Edit