Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2015-05-25 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Een oudtestamentisch pinkstergebed

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Hoo 4:16 Hoo 4:12-5:1

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 De komst van de Heilige Geest
2 Het werk van de Heilige Geest
3 De vrucht van de Heilige Geest

De komst van de Heilige Geest
Gemeente ik ga iets vertellen over de tijd van Jonathan Edwards. Hij klaagde over de geesteloosheid in zijn eigen gemeente. Er was dorheid en onvruchtbaarheid. Zelfs in zijn eigen hart moest hij zichzelf zo vaak aanklagen. Gods volk kon zo lang ver van God vandaan leven. Hoe hij ook zijn best deed zichzelf te verbeteren en de gemeente, het lukte hem niet. Toen ontstond er behoefte aan gebed. Ze hadden dezelfde last op hun hart gekregen. Er kwam gebed voor de gemeente en voor de stad. Het wonder was dat de Heere verhoring gaf op dat gebed, zelfs zo dat ze spraken over 1734 als een geestelijk oogstjaar van de kerk. Zoekers werden zangers, mensen kwamen in de ruimte, er was doorbrekend werk van de geest van God. In bijna elk huis van Northampton werd er gesproken over God. Op het gebed gaf God dat. Die God leeft nog, die winden waaien gelukkig nog.
Eigenlijk bidt de bruid daarom, ze bidt om de komst van de Heilige Geest. Vers 12: de bruidegom is aan het woord. Het is een liefdeslied tussen de bruidegom en Sulamit. Hierachter zit een geestelijke toepassing, het gaat over de geestelijke bruidegom de Messias, de Heere Jezus en zijn gemeente. Hier zegt de Heere Jezus: ‘Jij bent mooi!’. Hij vergelijkt de bruid als een paradijselijke tuin, een besloten hof, voor niemand toegankelijk dan alleen voor die Ene. Hij bewondert haar maagdelijke pracht, voor Hem alleen. Hij heeft haar met Zijn liefde gezocht en met Zijn bloed gekocht. De bruid zegt van zichzelf: ‘Ik ben zwart’ en Hij zegt: ‘ Jij bent schoon!’ De bruid zegt: ‘ U heeft mijn tuin bewaterd, omdat U Uw gaven gaf aan mij kunnen in mij de gaven van de genade bloeien’. Ze roemt niet in zichzelf maar ze roemt in de Heere. Wat ik ben dat ben ik door genade omdat U de bron bent.
Dan komt het gebed, vers 16: De bruid bidt om de wind, om de Geest. ‘Kom o Heil’ge Geest daal neder’. Als de Joodse lezers dit woord horen, Ruach, dan bidt de bruid eigenlijk om de Heilige Geest. De Heere Jezus zegt dit ook in het gesprek met Nicodemus. Hij vergelijkt de werking van de wind met het werk van de Heilige Geest. Opmerkelijk dat de Heilige Geest vergeleken wordt met drie van de vier klassieke elementen uit de oudheid, aarde, water, lucht en vuur. De Geest wordt vergeleken met water, met lucht en met vuur, maar nooit met aarde. Aarde dat zijn wij, uit de aarde aards. De Geest bewerkt de aarde, door het vuur ga ik zoeken en bedenken de dingen die boven zijn.
Soms werkt de Geest als een stormwind, soms als het suizen van een zachte koelte. Windkracht, Gods kracht. Er is dus een verlangen in het hart van de bruid dat die winden door haar tuin heen waaien zodat de aromatische geuren van de bloemen zich gaan verspreiden. Zodat die edele vruchten kunnen gaan rijpen en Hij ze kan plukken. Als de Geest er niet is dan is er geen geur. Als die winden niet blijven waaien zit er geen geur aan. Daarom ging Jonathan Edwards op zijn knieën in zijn binnenkamer.
Gemeente dat hebben we zo nodig! Er kan een kerk zijn, groot genoeg, plek zat, er kunnen mensen zijn, financiën zijn er ook, ambtsdragers zijn er, we hebben een bijbel, avondmaalsdiensten, we kunnen alles hebben maar als de Geest er niet is…
Het kabbelt, het gaat voort maar de Geest is eruit, het is futloos. Dat is erg als het zo verwordt. Dat wil de bruid niet. ‘Waai door mijn bloesje heen zodat het naar binnen komt’ zegt een Amsterdamse uitdrukking. Zonder de Geest wordt het windstil. Als het in het Oosten windstil wordt is het verstikkend heet. Er komt dan geen oogst, windstil, dan gaat het stinken. Op de zondagsbrief heb ik een aardig schemaatje gevonden. Wat is de uitwerking van die wind zondag aan zondag bij de mens en bij mij? Die wind blaast richting het kruis, daar moet het naar toe.
Ds. Ledeboer, Lambertus, zei het zo: ‘O mocht de Geest mijn harte eens doorwaaien en al het onkruid dat zo hoog groeit afmaaien’. Dat mijn hart voor Hem weer zal kloppen, dat er in mijn leven weer vrucht gevonden zal worden. Ziet u hier de bruid, soms belijdt ze ‘ik ben zwart’ soms zingt ze ‘alles aan Hem is gans begeerlijk’ en soms bidt ze .

Het werk van de Heilige Geest
Ze bidt om de noordenwind en zuidenwind. Noordenwind is koelte, zuidenwind is warmte. De noordenwind is guur, koel, die koude kant, die beproevingen met zich mee kan brengen. Ze bidt dus eigenlijk tegen zichzelf in. Wie gaat daar nou om bidden? Ik heb dit wel nodig, het kan wel heel nuttig en zuiverend zijn. ‘Heere u mag alles met mij doen wat U goed dunkt’ als het maar is dat ik daardoor meer vrucht ga dragen voor U. Snoei mij maar Heere. Als stormwind je deel wordt en beproevingen… Het is om meer vrucht te gaan dragen tot verheerlijking van de Vader. Die vrucht groeit niet vanzelf. De noordenwind is nodig om ons laag bij de grond te houden zodat we waarlijk vruchtbaar zijn. Ik ben voor mezelf de psalmen aan het lezen in mijn stille tijd. Juist die psalmen, onder de meest pijnlijke omstandigheden worden de mooiste psalmen geschreven tot eer van God. Alleen de noordenwind maakt je kapot, maar alleen de zuidenwind geeft dat je verschroeit, verlept. We hebben ontdekking nodig door de Geest en we hebben vertroosting nodig door de Geest. Het gaat door je botten heen, guur, je bibbert en je rilt, dat is de noordenwind.
Ook de zoele zuidenwind, het is zacht, dan kan je zingen. Met Pinksteren zie ik ze alle twee. Ze werden verslagen en ze werden vertroost. Ook bij Gods kinderen waar de Heere verkwikkingen geeft. Ik denk aan het huisgezin van Bethanië. Dat was voor de Heere Jezus echt een gesloten tuin. Daar was Hij welkom, daar werd Hij geëerd en geliefd. De noordenwind moest er eerst overheen gaan. Dat Lazarus doodt ging, die gure noordenwind. Joh. 12 was de vrucht, de aromatische geur die tot eer van Hem uitvloeide.
Wat denkt u van de Emmaüsgangers? Ze liepen daar in de barre noordenwind, er waren tranen. Dan draait de wind, dan komt die Onbekende die vanuit de schriften gaat uitleggen wat van Hem geschreven is. Ziet u dat de noordenwind en de zuidenwind samen gaan en uiteindelijk de vrucht gaan opleveren waar de Heere naartoe werkt?
De vrucht van de Heilige Geest
Er wordt gesproken over specerijen en over vruchten. Die vruchten die er zijn groeien in mijn tuin op die zwarte grond. Maar die groeien dankzij het water en door die winden die waaien. Wat komt er dan? Geur, reuk, specerijen. Die geur, die specerijen, dan gaat het over die goede reuk waarin de Heere zich verblijdt. Het gaat over de geur van nederigheid, daarin verblijdt de Heere zich. Of een geur van zelfverloochening. Ik kan mezelf wegcijferen. Als de Heere dat opmerkt verblijdt Hij zich. De geur van liefde voor anderen, een geur van toewijding. ‘Het reukwerk van mijn lofgezang klimt op tot Uw woning’. Of zoals de psalm het zegt: ‘liefde en lof’. Een zoete geur van lof, prijs, aanbidding, glorie en kracht. Niet alleen aanbidding hoor, als je leven niet rein en heilig is dan is het een stank voor God. Het vloekt, omdat je lippen en je leven met elkaar niet in overeenstemming zijn. Of een gebroken geest en een verslagen hart, dat offer kan Gods oog zo behagen.
Wat denkt u van de vrucht van goede werken, geloof, hoop, gehoorzaamheid aan Hem? Ik zie hier een kind van Mij dat gehoorzaam wil zijn. Dat was bij de eerste pinkstergemeente ook. Ze volhardden in de leer. De bruid bidt om de vrucht die Hem kan behagen. Ik denk dat als God en de engelen neerkijken hier op Rotterdam hè, en als de Heere ziet een verslagen hart of nederigheid of ontvankelijkheid, daar heeft de Heere lust in.
Ziet u in vers 16 dat ze eerst spreekt over mijn tuin en dan over Zijn tuin? Als er weinig vruchten zijn heeft ze het over mijn tuin. Als de Geest komt dan zegt ze Zijn tuin, zodra Hij vrucht gaat zien gaat het over Zijn tuin. Ze bidt om het werk van de Geest maar bovenal om de komst van Hem. Het is mij om U te doen. En dan staat er: ‘Ik ben tot mijn tuin gekomen, mijn zuster, mijn bruid’. Hij kwam tot zijn tuin, direct het volgende vers. Als Jezus tegen ons zegt ‘komt tot Mij’ dan zijn we niet zo gewillig om te komen. Als wij bidden, dat hoef je maar een keer oprecht met je hart te doen, dan komt Hij. Dat is Zijn liefste werk, in jou hart te komen. Hij plukt en Hij eet en Hij drinkt. Dat is iets heel bijzonders.
Is er een plek op deze aarde waarin Hij zich kan verlustigen? Dat is de gemeente, waar Hem de lof wordt toegezongen. Of mijn gelovig hart, daar eet Hij van Zijn vrucht. Wonderlijk dat wij de Heere Jezus kunnen verkwikken. Als hij komt in de Maranathakerk tuin, is er dan iets eetbaars in de Maranathakerk? Als de Heere Jezus ’s zondags komt, hebben wij Hem dan iets te brengen? De zondagse eredienst gaat vaak om ons, maar nou staat het hier andersom. Nu ga ik naar de kerk om de vrucht aan Hem aan te bieden. Zo’n hart wat openstaat voor Hem, dat je liefde en lof in het heiligdom komt brengen. Dat we Hem iets mogen geven, dat zou zo mooi zijn. Daar geniet de bruidegom van. Een hartelijk gebed is voor Hem een specerij, een kindergebedje, daar geniet Hij van. Dat wij de Heere Jezus voedsel kunnen geven. Je kan komen om gevoed te worden maar o Geest, wind, waai zodat wij U iets aan mogen bieden waarin U vreugde zal vinden. Dat geve God.

Edit