Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het verhaal van David en Goliath is heel bekend. Dit verhaal over vier reuzen is niet zo bekend. Het staat wel twee keer in de Bijbel: in 2 Samuel 21 en in 1 Kronieken 20. Deze geschiedenis wil ons iets leren. In dit bijbelgedeelte lezen we vier keer het woord "opnieuw": elke keer wil de vijand (de Filistijnen) weer aanvallen. Zo blijven onze vijanden (de duivel, de wereld en ons eigen vlees) ons ook aanvallen. Toen David naar Goliath ging nam hij 5 stenen mee; dit kan profetisch uitgelegd worden, want na het verslaan van Goliath moesten er nog vier reuzen verslagen worden. Ook de Heere Jezus heeft vijf reuzen verslagen: de hel, de dood, de zonde, de wereld en de satan.
Deze geschiednis speelt zich af, 45 jaar na het verslaan van Goliath. David is aan het eind van zijn koningschap, maar heeft dus nog meer vijanden te verslaan dan aan het begin. Zolang we hier op aarde zijn hebben we dus te strijden tegen de satan. Ook de Heere Jezus werd verzocht door de satan in de woestijn. Daarna verdween de satan voor een tijd, maar hij kwam terug in de hof van Gethsemane. Als je tot geloof komt is het dus niet zo dat de strijd voorbij is. De reuzen van vandaag moeten elke keer weer verslagen worden. De strijd en de overwinning zijn dus niet eenmalig. Voor de geestelijke strijd zijn we nooit te oud. De moeilijkste tijden kunnen echter in geestelijk opzicht de rijkste tijden zijn. Zo vertrouwden Jozua en Kaleb meer op hun grote God dan dat ze zich lieten verlammen door de angst voor de reuzen uit Kanaän.
Bunyan beschrijft in "de chistenreis" de aanvallen bij de enge poort en de aanvallen van Apollyon en van reus wanhoop. Pas als christen de sleutel van Gods belofte vindt worden ze bevrijd uit de gevangenschap van reus wanhoop. Reuzen vinden we bij de vijand. Bij het volk van God zien we geen reuzen, want God wil te maken hebben met eenvoudigen.
1. De eerste reus: Jisbibenob (vers 15-17)
David raakte uitgeput toen hij bedreigd werd door Jisbibenob (bewoner van Nob). Vroeger waren er priesters in Nob. David was er naar toe gevlucht en kreeg daar de toonbroden en het zwaard van Goliath. Na verraad door Doëg werden alle priesters gedood. Hiermee drong de duivel binnen in een plaats waar hij niet hoorde. Van het begin af aan wilde de duivel al als God zijn. Zijn er zulke binnendringers in ons geestelijk leven gekomen waardoor God van ons wijkt?
Jisbibenob dacht David met zijn nieuwe scherpe zwaard neer te kunnen slaan, maar hij dacht niet aan God. Op het nippertje werd David gered door zijn neef Abisai. David zal hier zeer dankbaar voor geweest zijn. Ook Mozes werd te zwak voor de strijd met de Amelekieten, maar Aaron en Hur ondersteunden Mozes. Ook de vier vrienden van de verlamde man brachten hem naar Jezus. In de gemeente hoort deze (geestelijke) behulpzaamheid ook de praktijk te zijn. Als er strijd geleverd moet worden met grote reuzen moeten we dit niet alleen doen, want dan kunnen we makkelijk verliezen. We hebben elkaar juist nodig.
2. De tweede reus: Saf (vers 18)
De bijnaam van deze Saf betekent "drempel". De duivel probeert zich groot en met veel voor te doen. Dit was bij de bezetene van Gardara ook al zo: legio, want er woonden veel duivelen in hem. Deze vele duivelen waren echter niet bestand tegen de machtswoorden van Jezus. David zegt "met mijn God spring ik over een muur". Wij zijn zo klein en de muur kan zo hoog zijn, maar met Gods hulp kunnen we er overheen. Een van Davids helden, Sibbechai, verslaat de reus Saf. "Sterk in Uw kracht".
3. De derde reus: Beth-Halachmi (vers 19)
Deze reus was een broer van Goliath. Het kan dus zo zijn dat een verslagen vijand (zonde) later in je leven weer terugkomt en toeslaat. Dit kan gaan over verslavingen, angsten, twijfel, e.d. Hier overheen leven is geen oplossing. Deze vijanden moeten overwonnen worden. Deze reus werd verslagen door Elhanan (God is genadig). Als er grote angsten en noden zijn mogen we beseffen (en zingen) dat God de helper is Die groter is dan deze angst.
4. De vierde reus: anonieme reus (vers 20-21)
Deze reus had aan beide voeten zes tenen en aan beide handen zes vingers: viermaal zes, 6666, het getal van de duivel. Daarbij had hij nog een grote mond, want hij hoonde Israel. Bij Job kreeg de satan toestemming om aan Job te zitten; hier ging het dus om een geestelijk strijd en niet om een vervloeking van Job. De neef van David, Jonathan (de Heere heeft gegeven), verslaat deze anonieme reus. Dit lijkt op de laatste vijand, de dood. Christus heeft de dood overwonnen.
Paulus schrijft "Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus" (1 Korinthe 15: 55-57).
Als we dat na kunnen zeggen, kunnen we ook zingen:
"In ’t laatste uur zal ’k zegevierend ingaan
in rust met U die mij hebt voortgeleid." (Ik bouw op U)