Edit|
EditReeks Samenvatting:
"Resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst" is een slogan die je vaak hoort bij reclames over sparen en beleggen. Deze slogan is niet van toepassing op de hand van God in de geschiedenis; dat geldt zowel voor het heden als de toekomst. Eben-Haëzer: tot hiertoe heeft God geholpen kan als een geloofsbelijdenis gezien worden. De naam Eben-Haëzer wordt weleens verbonden aan huizen, kerken en scholen. Dit is een uiting van het geloof dat God voor ons zorgt en bij ons blijft.
Omdat de goddeloosheid van het volk Israel zo groot is laat God een tijd lang weinig van Zich horen. Bij de komst van de profeet en richter Samuel wordt het stilzwijgen van God weer verbroken: "spreek Heere, want uw knecht hoort". Samuel geeft als profeet de woorden van God door aan het volk. Dit is een teken dat God Zijn volk niet vergeet. Ook in de gemeente van God mag Zijn woord klinken; een teken dat God ons niet vergeet. Het lijkt er echter op dat het volk van Israel doof is voor het woord van God. Israel lijdt hierdoor verliezen in de strijd tegen de Filistijnen. De Israëlieten gebruiken zelfs de ark van het verbond in de strijd, maar verliezen hierdoor de ark. Gelukkig komt de ark weer terug, maar de ark wordt niet gebruikt. De ark wordt als het ware 'opgeslagen' in het huis van Abinadab. 20 jaar lang was er geen eredienst.
De Israëlieten beginnen vanwege de onderdrukking van de Filistijnen te klagen tegen God. Maar waarom duurt het zolang (20 jaar) voordat de eredienst weer terugkeert? Omdat de Israëlieten de afgoden niet wegdoen, maar blijven dienen. Dan komt Samuel die zegt: klagen mag, maar dat is niet genoeg. U moet de afgoden wegdoen. Jullie roepen wel tot God, maar zijn niet bereid om je hart te veranderen. Bidden en werken horen dus bij elkaar. Wij mogen tot God bidden om genezing, maar behoren ook naar een dokter te gaan. We denken in dit verband ook aan de rijke jongeling die God wel wilde dienen, maar vast zat aan zijn bezittingen. Als je de Heere dient kan je hart niet uitgaan naar andere goden, d.i. alle dingen die in plaats of naast God aan de hand gehouden worden.
Dan komt er een bekering in het volk Israel: de afgoden worden weggedaan. Samuel roept het volk bijeen in Mizpa om voor God te bidden. Een dag van vasten en bidden: Heere wij hebben gezondigd. De Israëlieten storten hun hart uit voor God. Onder leiding van Samuel keert het volk Israel weer terug naar de Heere.
De Filistijnen denken dat de Israëlieten als leger bijeen zijn gekomen om hen aan te vallen. De Filistijnen trekken daarom ten strijde. De Israëlieten zijn ongewapend. Dat dit juist nu moet gebeuren, op de dag van gebed en bekering. De Filistijnenen vergeten echter dat de weg tot God weer open is bij het volk Israel. De Israëlieten vragen aan Samuel om te bidden tot God. Samuel doet een offer en bidt tot God. De Heere laat een enorm noodweer losbarsten waardoor de Filistijnen in verwarring wegvluchten. De Israëlieten hoeven alleen nog maar te achtervolgen en de Filistijnen worden verslagen.
Samuel richt een steen op met de tekst Eben-Haëzer: tot hiertoe heeft de HEERE geholpen. Dit is een gedenksteen opdat wij de daden van God zouden gedenken. Ook bij Jacob in Bethel en bij de Jordaan werd een gedenksteen opgericht. Het is goed als wij ook gedenkstenen in ons leven plaatsen om te laten zien hoe goed God voor ons is (geweest). Hiermee geven we God de eer en als we er telkens weer naar kijken kan het ons bemoedigen. De steen betekent tenslotte ook dat Hij ons nu nog steeds wil helpen: "resultaten uit het verleden zijn een garantie voor het heden en de toekomst". God is niet veranderd en houdt trouw tot in eeuwigheid. Naast het eren van God en de bemoediging voor het heden is de steen dus een teken van hoop voor de toekomst.
In de Heere Jezus Christus geeft God overwinning op het kwaad en de duivel. De steen bij het graf van Jezus Christus getuigt van de grootste overwinning ooit: over de zonde en de dood.
"Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
want alles, alles is voldaan;
Wie in ’t geloof op Jezus ziet,
die vreest voor dood en duivel niet.
Want nu de Heer is opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan,
een leven, door zijn dood bereid,
een leven in zijn heerlijkheid."
In die steen die de bouwlieden verworpen hebben heeft de Heere een hoeksteen gelegd. Jezus Christus is de gekruisigde en de opgestane. De behoudenis is in niemand anders. Petrus zegt in Handelingen 4 dat er geen andere naam gegeven is onder de hemel door welke we moeten zalig worden, dan de naam van Jezus.
Bij onze God bieden garanties uit het verleden hoop voor nu en voor de toekomst.