Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2015-08-09 10:00:00
ds. M. van Kooten (Elspeet)
De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets.

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 23:1 Psa 23

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De goede Herder verenigd, vertroost en verkwikt.
Psalm 23 is een psalm van David. Hij zingt niet als een blinde over kleuren; hij weet waar hij het over heeft. Predikanten worden ook ‘herders’ genoemd, maar zij hebben geen verstand van echte schapen. In geestelijk opzicht mogen we ervan uitgaan dat ze er veel van weten vanwege hun persoonlijke omgang met de goede Herder.

David was herder geweest, voordat hij koning werd. Hij kende de kneepjes van het vak. Het was geen idyllisch leven als herder, het was een hard bestaan, een hondenleven. Hij had te maken met leeuwen en beren. Hij vocht tegen Goliath in Gods naam. Herders werden niet geacht. In Egypte mochten herders niet tussen de gewone bevolking.
David was een herder over schapen, de Heere is een Herder voor hem. Er ontbreekt hem niets. Waarom staat er niet: mij zal niets ontbreken… ! We weten niet hoe het morgen zal zijn.

Onze tekst staat ook vaak op een rouwkaart of grafsteen of wordt overdacht tijdens een rouwdienst. Maar is er tijdens het leven ook over gesproken?

‘De Heere is MIJN Herder’ staat er, niet ‘de Heere is EEN Herder’ of ‘de Heere is een Herder van Zijn volk’. Het gaat om de mijning van het heil. Net zoals het op veilingen ging (en gaat), het mijnen van iets. Kinderen zeggen ook vaak “mijn”, ze bedoelen dat iets van hen is. In het Hebreeuws is het een heel klein woord: , . Alleen een komma dus!
Als we sterven kunnen we niets meenemen. Hoe royaal we ook woonden, het graf is maar heel klein.
Dan komt het eropaan wat we eigenlijk hebben. De Heere stelt Zijn leven voor de schapen. Dat lezen we in Psalm 22.

De herder hoeft maar te kikken en de schapen komen. Schapen zijn kuddedieren, maar er zijn ook tegendraadse dieren. Ze hebben allemaal een herder nodig die hen weidt. Hij zoekt grazige weiden waar ze kunnen grazen en neerliggen. Hij voert ze aan rustige wateren, waar hij een dam in heeft gelegd. Hij draagt ze op zijn schouder als het nodig is.
Wij zitten hier in de grazige weide van Gods Woord en de vergeving van de zonden. De wet die we lazen begon met: Ik ben de Heere Uw God, Die u uit Egypte heeft geleid. Hij leidt ons op onze wegen.
Gods Woord is voedsel voor onderweg, niet alleen op de zondag, maar elke dag. Hij spreekt door Zijn Woord tot onze ziel. We mogen Gods Woord herkauwen.
God is El S(c)haddai, de Almachtige. Maar het betekent meer; het betekent ook de moederborst. Daarom zegt Kohlbrugge: God, de moederlijke. God is Vader met een moederhart. Zo troost Hij ons. ‘Meer dan een Vader zorgdet Hij’. Zijn stok en staf vertroosten ons. De stok om de wilde dieren weg te houden en de staf om ons bij Hem te brengen. Hij verkwikt en leidt ons.
Aan het einde gaat het over een maaltijd. De tafel is eigenlijk de weide (Tafelberg in Zuid Afrika = weide). De tegenpartijders zijn de beren, leeuwen en slangen. De herder maakt de weide in orde voor de schapen. Er zal hen aan niets ontbreken.

Het goede en de weldadigheid zullen volgen al de dagen van mijn leven. God brengt u op een hoger plan. De gedaante van deze wereld gaat voorbij. In de hemel is de zaligheid, bent u daar ook bij?

Edit