Edit|
EditReeks Samenvatting:
Hebt u gisteren de kerkklokken horen luiden? Zaterdag 12:00. De noodklok werd geluid uit medeleven met de lijdende christenheid in de wereld. Maar Paulus luidt de vreugdeklok daarom. Blij dat ik leid.. dat zegt hij eigenlijk. Je bent toch niet blij als je je been open haalt, alles doet pijn. Wij mensen mijden het lijden. ‘Dominee, ik heb gevraagd om een spuitje te krijgen, omdat ik bang dat ik ben veel te lijden’. Paulus geeft het vreugde. Vreemd. Maar hij zegt het gedreven door de Heilige Geest. We moeten onderscheid maken, het gaat om lijden om Christus’ wil. Door de zondeval of om de genade. De gebrokenheid of de heelheid.
‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’. Er kan verband zijn tussen zonde en ziekte. God vergeeft. Maar soms is lijden een beproeving voor de gelovige, geen straf. Je schreeuwt het soms uit, Heere waar bent u toch? Goud wordt gelouterd. Psychisch, lichamelijk, Paulus weet er van mee te spreken. Maar hier gaat het om lijden om Christus’ wil. De tegenstanders die het niet pikken. Paulus is op water en brood gezet, maar hij klaagt niet. Blij dat ik lijd. Hij is geen masochist.
Het is onderdeel van zijn geloofsbrief. Een bewijs dat hij wettig is aangesteld om als ambassadeur te functioneren. Alles wat ik jullie schrijf, doe ik in last en op gezag van mijn Koning. Ik lijd voor Hem en draag de littekens in mijn lichaam. Als wij nooit last hebben, komt dat dan niet dat wij ons gedragen als kameleon? Aanpassen aan de omgeving. Overal meepraten en meedoen. Kijk niet vreemd op van de hitte van de verdrukking. Allen zullen vervolgd worden. Houd de jonge mensen die belijdenis gaan doen, niet voor de gek. Het is geen pretpakket. Kruis dragen. Denk aan landen waar christenen vervolgd worden. Alle reden om de noodklok te luiden. Paulus luidt de vreugde klok.
Wij worden niet te vuur en te zwaard vervolgd. Al kun je overal tegenstand ervaren. Onlangs was een gemeente bijeen in Noord-Korea. Spuug op de Bijbel of wordt neergeschoten. Een klein meisje kuste die Bijbel. En ze verloor het leven. Als ik voor die keus zou staan….? Je kunt bang zijn, maar Paulus is er blij mee. Dat luiden moet aanstekelijk werken. Hoe meer verdrukking hoe meer blijdschap. Zodat je je ook in de openbaring van Zijn verschijning mag verheugen.
Ben ik wel een kind van God – die zwaar vervolgden zijn heel zeker van hun geloof. Een bewijs van uw zaligheid, dat je aan de goede kant staat. Vervolgden hebben vaak een blijmoedig getuigenis. Alles over hebben voor Christus de Koning.
Niet verblijd je IN het lijden, maar in de vrucht ervan. Ik doe het voor jullie als christelijke gemeente zegt Paulus. En dat terwijl hij eerst de gemeente vervolgde. Hij kan dat niet in eigen kracht.
“In mijn leiden vervul ik wat overblijft van de verdrukkingen van Christus”. Heeft Hij dan niet genoeg geleden? Van onze kant hoeft er niets meer bij. Laat dat je ook maar troosten. Zijn lijden is uniek. Dus geen aanvulling – bovendien wordt het lijden van Christus nooit ‘verdrukking’ genoemd. Je lijdt uit liefde, als kind en niet als werknemer. Al gaf ik mijn lichaam over om verbrand te worden, het baatte mij niet als ik niet liefheb. Je kunt het alleen als je een bent met Hem door het geloof. Is Hij door Zijn woord en Geest nummer 1 in je bestaan? Je moet zien op de littekenen van de Heere Jezus. Lijden om Zijn naam staat in het teken van de dankbaarheid. Vervullen, aanvullen heeft in het Grieks de gedachte van iets terug doen. ‘Dit deed ik voor u wat doet gij voor?’ Maar “overblijft” ? Het gaat hier niet om het verzoenend lijden. Maar over de tegenstand die Hij ook nu nog ontmoet. Hij lijdt nog steeds nl in Zijn leden van Zijn gemeente op aarde. Wat Zijn gemeente overkomt, overkomt Hem. Waarom vervolg je MIJ, vroeg Christus aan Saulus die de gemeente vervolgde. Hij is één met de gemeente.
Als u praat over uw wijkgemeente, besef dan dat u het hebt over het lichaam van Christus. Kijk er niet op neer, maar hoog tegen op. De kerkenraad is niet de baas, maar de Heere Jezus is het hoofd. Hij bestuurt en beschermt. Hij voelt mee, ook in het lijden om Zijn naam.
De schepping is in barendsnood, maar het hoofd is al boven en het lichaam zal straks volgen. Net als bij een bevalling.
Als we met Hem blijven, zullen we met Hem verheerlijk worden. Straks bij Zijn wederkomst. Straks zullen die verdrukkingen ook vol zijn. Een menigte die niemand tellen kan, uit alle talen en volken, palmtakken in de handen. De Zaligheid is van onze God. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, ook die van de verdrukking. Dan blijft de lach over. Binnengehaald door de engelen, die de vreugdeklokken luiden.