1. geroepen bij zijn naam (vers 9)
2. geroepen tot een taak (vers 10)
3. geroepen op de troon (vers 10)
Weet je hoe je Salomo op zijn Hebreeuws uitspreekt? Shlomo – vrede. Dat is ook een groet in Israel: shalom. Moslims groeten elkaar ook mer salam aleikum, vrede wens ik jou toe. In de Koran heet Salomo Suleiman. In de kinderbijbels komt hij ook voor en zelfs in het Nederlands woordenboek in uitdrukkingen als “zo wijs als Salomo”, of een Salomo's oordeel. Er is geen persoon die zo'n duidelijk beeld van de Heere Jezus vormt als Salomo. De Heere Jezus spreekt over hem in de bergrede. Hij zegt ook: meer dan Salomo is hier. Jezus is nog rijker en heerlijker, maar Salomo is een type van Hem. Salomo betekent vrede en de Heere Jezus is de vredevorst en als Hij terugkomt begint het vrederijk. Salomo was theocratisch koning, maar hij ging ook priesterlijke voorbede doen. Daarin herken ik iets van de ambten van Christus. In Salomo's regeerperiode was er een vredetijd in Israel. Er was geen vijand en in de grondtekst staat: geen satan. Dat doet me denken aan het vrederijk waarin de satan gebonden in een put geworpen zal worden. Toen Salomo regeerde was het een soort gouden eeuw voor Isaël.
Toch heb ik ook een probleem met deze man, als ik bedenk hoe hij geëindigd is. Dubieus. Op zijn oude dag is het falikant misgegaan. 1 Kon. 11 beschrijft het. Hij had vele vreemde vrouwen lief, terwijl hij zelf schreef: hoedt u voor de vreemde vrouw. Dubbelzinnig toch? Hij diende zelfs afgoden en deed wat slecht was in de ogen van de Heere. Kan dat dan allemaal zomaar? Kun je de Heere liefhebben en intussen de afgoden en de vreemde vrouwen nawandelen? U moet de studiebijbel van de HSV er maar eens op nalezen. Is een man die zo diep gevallen is dan wel in de hemel? David viel ook, maar doe kwam nog op zijn knieën terecht. Dat lezen we van Salomo niet. Salomo maakte 1005 liederen maar geen één boetpsalm. Salomo sprak over heerlijke dingen, maar hij lijkt wel een beetje op Demas uit het Nieuwe Testament. Die kreeg de tegenwoordige wereld lief. …
U gelooft in de Heere Jezus, maar wilt u Hem ook gehoorzamen? Ik zie in de Bijbel vier soorten gelovigen.
1. Gelovigen die slecht beginnen, maar heerlijk eindigen. Denk aan Jakob.
2. Gelovigen die teer en afhankelijk beginnen, maar bar slecht eindigen. Salomo.
3. Je hebt ook gelovigen die slecht beginnen, dan een hoogtepunt en dan zakt het weer af. Denk aan Gideon.
4. Het kan ook goed beginnen, dan een dieptepunt maar toch weer goed eindigend. Dat is David.
Gaat het lijntje omhoog of naar beneden? Zit u in een dip of op een berg?
Laten we eens kijken naar de geboorte van Salomo. Toen Salomo geboren werd, was David zijn papa en Bathséba was zijn mama. Als kinderen groter worden, vragen ze naar je trouwdag. Hun huwelijk was in een weg van zonde tot stand gekomen. Wat een schuld....Salomo's oudere broertje was na 1 week gestorven om de zonde van David. David had daar wel berouw over en verdriet van. Wat een verdriet in het paleis toen dat ventje stierf. Maar de Heere vergaf zijn schuld en de relatie met God werd hersteld. Na 1 jaar is er weer een kindje geboren. Zijn naam betekent”vrede”. En de Heere had hem lief. Niet dood schuld en straf hebben het laatste woord. Gods verlossingsplan gaat door, via dit kind dat na zo'n schande geboren is. Dat God nou zo groot is dat hij zelfs de misstap van David ten goede keert en wendt. De Heere noemt hem zelfs Jedidjah: geliefd door de Heere, mijn geliefd kind, door God geliefd. De Heere brengt die boodschap door de profeet Nathan. Een kind uit onreine ouders en toch door God geliefd.
Nou heb ik weer een probleem. Wat God liefheeft laat Hij toch niet los? Toch had God Salomo zelfs lief toen hij zondigde. Niet de zonde, wel de zondaar. God had hem ook lief aan het eind van zijn leven. Salomo is een geliefd kind van God om Christus' wil. Omdat Christus Gods geliefde Jedidjah was, bleef Salomo Gods geliefde kind, ook toen hij zondigde.
Liefde was dus de bron. Er staat:en Salomo had de Heere ook lief. Dat is zo teer. Als je merkt dat het hartje van je kinderen uitgaat naar de Heere. Wat een zegen als je kinderen niet alleen zeggen dat ze de Heere liefhebben maar als ze daar ook naar leven, met alle gebrek.
Dan komt er een moment dat David moet vluchten voor zijn zoon Absolom; Salomo, dat kleine ventje vlucht mee. Hij moet die spanning gevoeld hebben. Salomo krijgt daarna al jong een taak: hij moet een huis voor de Heere gaan bouwen. Mooi als je daar naar op zoek gaat: Heere, wat is mijn roeping? Wat wilt u dat ik ga doen? Iedereen krijgt toch een taak, een opdracht van U?
David had al een huis willen bouwen voor de Heere. Dat verlangen was goed, maar er kleefde te veel bloed aan zijn handen. Zijn zoon zou het mogen doen, want hij is een man van rust. Dat doet denken aan de Heere Jezus. Kom tot Mij en Ik zal je rust geven. Als David die boodschap krijgt, laat hij de moed niet zakken. Hij gaat vast materiaal en menskracht verzamelen voor de tempelbouw.
De Heere Jezus bouwt nu ook Zijn gemeente. Hoofdstuk 21 van Kronieken gaat over de zonde van de volkstelling. Dat mocht niet en dan komt er een straf en talloze Israelieten worden gedood. David vraagt dan: laat dit oordeel over mijn zonde stoppen en hij brengt een offer bij de dorsvloer van Arouna. En dan houdt het oordeel van God op. Op die plek, waar het oordeel van God ophoudt, daar moest de tempel komen te staan, zei David.
Dat doet ook denken aan het Heilig Avondmaal. Daar waar de Heere Jezus Gods oordeel heeft verdragen en daarmee heeft doen ophouden, daar is het avondmaal.
David sprak tegen Salomo en hielp hem de voorbereidingen te treffen. Mag ik dat beeld eens vergelijken met de Maranathakerk? De oudere generatie heeft gebeden dat de Bijbelse bevindelijke prediking mag terugkeren. Dat is begonnen met gebed, strijd, offers. Uiteindelijk kwam er een predikantsplaats. Nog weer later kregen ze een eigen kerk. De zegen die wij in 2015 mogen ontvangen is dankzij de gebeden van die oudere generatie. David zegende Salomo, de oudere generatie zegende de jongere generatie. Bij de ouderen is wijsheid, ervaring, kennis en kunde. Bij de jongere generatie is daadkracht en we hebben het allebei nodig. Het zou zo mooi zijn als de oudere en de jongere generatie met elkaar gaat samenwerken. Dat ze het aan elkaar gaan overdragen. Dat de jongeren de bijdrage van de ouderen meenemen en er op gaan voortbouwen. Dat de jongeren niet zeggen: wij weten het beter en we ruimen die oude rommel allemaal op. Dat ze dankbaar zijn en erop voort willen bouwen. Het zou mooi zijn dat de oudere generatie niet gaat zeuren van”alles moet anders, het is mijn gemeente niet meer....” Het is ook niet uw gemeente, maar Gòds gemeente. Samen staan ze voor de opbouw van de gemeente van God.
David wilde het niet bij het oude houden, maar hij wilde iets moois voor de Heere. Maar het werd wel mooier. Die oude tabernakel werd op dezelfde grondslag, het offer van Christus, opgebouwd tot een mooie tempel.