Edit|
EditReeks Samenvatting:
Er komt een blinde bij Jezus. 'Ze brachten' – een groepje familie of vrienden. Geen Barthimeus die schreeuwde, dus. En die hem brengen, die smeken Jezus. Was de blinde cynisch geworden? Uit zelfbescherming? Zien is ook zo wonderlijk, eigenlijk. Via het licht kan je van binnen de buitenkant waarnemen. Alleen al het oog is zo indrukwekkend, dan is het eigenlijk al onmogelijk dat zoiets vanzelf ontstaat. Er moet een maker zijn. Een mens moet Zijn schepper alleen daarom al danken elke dag. God wilde niet dat de mens in het donker zou leven. Maar door zien Gods liefde zou ervaren.
Deze blinde mist dat, we weten niet hoelang. Ze dachten als Jezus hem maar aanraakt, is het al goed. Maar er gebeurde nog niets. Hij neemt de blinde mee naar buiten de stad. Dat is ook bijzonder. Minder getuigen in Bethsaida.
Dan spuwt Jezus hem in de ogen en legde de handen op. Het zieke lichaamsdeel bespuwen – als minachting van de boze. God is de almachtige.
Dan ziet hij vaag. Hij legt weer de handen op en dan ziet hij goed. Waarom nu in twee etappes? Dat doet de Heere verder nooit. Sommige kwalen hebben meerdere operaties nodig? Lukt het niet in een keer? Nee, Jezus heeft de dood in een keer genezen.
We zien hier de Heiland als zieleherder. Deze man gelooft niet. Hij krijgt eerst een proefje. Hij heeft echt te maken met een van God gezondene. Zo komt hij tot geloof.
Zo toegepast en persoonlijk is Christus met u en jou bezig. Allerlei dingen kan Hij gebruiken om u op te voeden tot heiligheid, tot het eeuwige leven. Uniek zoals het voor u de beste weg is om te gaan. Ook al krijg je maar iets van Hem, komt het nog van Hem. Veracht ze niet. Ze zijn een aanwijzing dat er meer komt. We moeten ook niet denken dat het alleen maar kan dat er nu direct volmaaktheid is. “Als je echt geloofd komt het nu en hier volledig goed”. Maar soms geeft Hij alleen het eerste nu. Enig herstel, of rijk uitzien naar na de dood, kan Hij geven. In de opstanding legt Hij voor de tweede keer de handen op.
Ga niet naar het dorp (elders een stad genoemd) – het blijkt uit twee delen bestaan te hebben. Maar hij moet het niet iedereen direct vertellen. De Heere gunt Betsaida de wonderen, maar ze moeten geen wondergeloof hebben. Als ze zich niet bekeren zijn ze nog buiten Gods heil. Ik heb je zoveel gevenen en je hebt Mij niet aangenomen, je kunt niet ingaan. Later zal de aandacht niet meer op de hype, het wonder vallen maar altijd op Hem. Bij u is alle macht en kracht en genade. Bij u is alles.
Zonder geloof zijn we blind. Je kent God niet. Je kunt wel weten dat er een God is, de hele natuur wrijft ons dat in. Maar zonder geloof kennen we Hem niet. Maar in het geloof legt de Heere Jezus zijn Handen op je. Niet vanzelfsprekend. En hij laat ook je zelf zien. Het kan al heel jong. Een mens kan rijke kennis van God krijgen in het leven. Dat vraagt veel gebed. Een zegen voor de kerk. Als rijke kennis in liefde wordt uitgedeeld. Maar dan is het nog steeds de eerste handoplegging.
Tweede handloplegging – God zien, in zijn heerlijkheid. Niet als bomen, zalig de reinen van hart, want ze zullen God zien. Ongeloof ziet niets, geloof ziet half en de zaligheid ziet volkomen, daarom kan een gelovige nog veel vragen hebben. Het is niet vreemd dat je vragen houdt. Niet klein krijgen, het hoort er bij.
Bij de opstanding is de zonde helemaal weg. Volkomen goed en rein. IN dit leven soms levensverlenging en uitredding maar toch moet je nog sterven, bij de tweede is het onaantastbaar leven.
Een geweten, rein en zuiver, niet te blijven hangen onder dit of dat, maar de vergeving die waarachtig is. Hij maakt het straks af. De Heere gaf een kleine maar rijke zegen. Zo mag u ook uw naaste kleine gaven toebrengen, ook al kunt u hem niet geheel helpen, elk begin heeft een eigen zegen. Ook in het gezin. Ook al kan je het grote niet geven, maar geef wat dan wel kan. Zo dringt de liefde het leven van elke dag binnen, ook als het grote niet kan. Een volkomen Verlosser die soms begint met een kleine stap.
Moge zo uw leven zijn in de Heere Christus geborgen en zo voor de ander.