Edit|
EditReeks Samenvatting:
Paulus brengt de zorgen onder de aandacht van zijn lezers. Indringend maar betrokken. Het kan van alles bij ons oproepen. Positief en negatief. Aansporingen, die hebben we allemaal nodig, of we het leuk vinden of niet. Stel je rapport valt tegen – dan krijg je de aansporing om aan het werk te gaan! Of je hebt nog steeds geen baan, of nog steeds een winst. Doe er een schepje erboven op. Gaat het nog wel beter na de operatie. Jouw inspanningen kunnen wel eens van doorslaggevend belang zijn. Bedoelt Paulus dat? Werk aan uw zaligheid? Zalig worden is toch een gave van God? Dus wat je zelf doet, is niet wat van doorslaggevend belang is. Dat niemand roeme –
Wat ik dacht dat in mijn voordeel was, heb ik om Christus wil als schade beschouwd, zegt Paulus. Het is een genadegeschenk. Wat is die aansporing hier dan? Wat is het verband?
Is dit een oproep aan onbekeerden? Doe er nog een schepje boven op? Nee, het is gericht aan mensen die van liefde hebben leren leven. Agapè. De liefde van God voor zondaren. Reddende liefde. Geliefden, schrijft hij. Via de Heere Jezus kan het alleen beleefd worden. Joh 3:16. Dan moeten wij ons wel toevertrouwen aan die liefde. Buiten God en Christus is Hij nog steeds een verterend vuur.
Geliefd, door Paulus, maar vooral door God. Ze dreigen het leven met de Heere kwijt te raken. Hij herinnert hen aan hun gehoorzaamheid in het evangelie. Die moet zich doorzetten naar de toekomst, ze moeten het spoor van de Heere Jezus blijven volgen.
Als je iets bouwt, moet je goed kijken naar het voorbeeld. Een bouwplaat, je kijkt niet goed naar de lijntjes en knipt er zo wat af. Wordt het dan nog wat? Let goed op het origineel. In Filippi lijken ze niet meer op de Heere Jezus. Ze mopperen en spreken elkaar tegen. Het nauwgezette leven gaat meer en meer ontbreken.
Het voorbeeld is zelfverloochening. Dat brengt Paulus hier tot “werk aan uw zaligheid met vrees en beven”. Niet dat je zelf je redding kunt bewerken maar dat je gehoorzaam moet zijn aan je Heiland. Het gaat hier niet om de eerste, maar de dagelijkse bekering, de heiliging van het leven. Zij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus tot goede werken. Werk aan je zaligheid. Niet om te verdienen, maar opdat die wat uit zal werken. Zodat ook zichtbaar wordt dat Jezus de zaligmaker is. Niet werken aan je eigen imago, dat de mensen je zien.
Werken in het Grieks hier is een woord waar ons wordt energie van afgeleid is. Hoe kom je aan die energie om aan je zaligheid te werken. Er moet maar iets mis zitten in de bedrading of een lamp doet het niet. Je moet dus aangesloten zijn op de levensbron. Bent u daar op aangesloten?
Een diepe intense ervaring van eigen schuld en van de genade en de intense vreudge van het wonder van het evangelie. Geloof en bekering bestempelen je leven en de Heere Jezus is de kern van je bestaan, niet alleen zondag. Ook op zaterdagavond.
Ik krijg dat natuurlijk niet voor elkaar. Daarom: God bewerkt zowel het willen als het werken. Het gaat ons allemaal aan, de aansporing is terecht, moeten we niet heel eerlijk zeggen, dat onze zaligheid en het werken eraan eigenlijk bijzaak zijn? Hoe wezenlijk is dat nu? Slaan we het makkelijk over, missen we misschien niet eens? Dan kun je je tijd wel beter gebruiken. Als je maar kort tijd hebt – lees je dan de Bijbel of krijgt je toetje de voorrang? De training van je sport gaat voor. Voor repetitie en verjaardag. Maar bij catechisatie is het andersom.
Wat krijgt voorrang? Houden wij ons leven tegen het licht. Zouden wij niet meer werk van onze zaligheid moeten maken? Als wij zien hoeveel HIJ er voor over heeft, mogen wij het dan niet serieuzer nemen? Een hartelijk betrokken leven rond de Heer.
Dan leer ik leven uit de belofte van het evangelie, dan blijft groei niet uit, ik neem toe in de kennis van mijn Zaligmaker. Hij meer en ik minder. Dat is de dam die moet worden opgeworpen in Filippi en nu, tegen wereldgezindheid en egoïsme.
Als de gemeente van Christus niet meer werkt aan zijn zaligheid, wat gaat er dan nog van uit? Een zoutend zout? Dan gaan we onder in de wereld. Het is voor jezelf, groeien, en tegelijk dienstbaar aan de voortgang van het evangelie. Die liefdevolle aansporing van Paulus blijft staan. Hij is niet voor niets opgenomen in de Schrift. Laat je licht, het Licht schijnen. De liefde verkoelt, werken van duisternis worden steeds meer openbaar, het luistert zo nou, dat heilig werken aan de zaligheid.
Heeft de Zaligmaker niet zelf gezegd, u bent het zout van de aarde, als dat zijn smaak verloren heeft, waarmee zou het dan gezout worden – alleen nog vertrapt kan het worden. Een stad op een berg kan niet verborgen blijven. Schijn voor allen in het huis, Laat zo uw licht schijnen voor de mensen zodat ze uw vader in de hemel verheerlijken. Lauwheid in Filippi. Wat zal er dan nog schijnen in de wereld? Als God mij vervult met genade moet ik die genade ook aan anderen laten zien. Een spons krijgt alleen iets schoon als ie volgezogen is met water. Je kunt anders niet gebruikt worden door God. Volgezogen, zodat je het woord door kunt geven. Als je je uitgeknepen voelt, ga dan terug in het bad van het woord. Als er in je geknepen wordt komt er meer uit. Als je collega's of klasgenoten je aanspreken op wat je als christen laat, dan kan er alleen wat uitkomen als er wat in zit.