Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 de beloften
2 het betere
3 de bediening van het nieuwe verbond
1
1Cor 10: we moeten geen ergernissen geven aan Joden, Grieken of de gemeente van God. Drie groepen dus. Met alle drie heeft God een plan, een project. Het verbond is met name voor het volk. Het koninkrijk van God is een project voor de Grieken – de blinde heiden, van God gescheiden.. de Gemeente van God is het hoogste, het derde project, de bruid van het Lam. We focussen op het eerste. Heb 8: er is een oud en een nieuw verbond. Al wat U gesproken heeft zullen we doen, zo niet dan komt de verbondsstraf. Het nieuwe verbond is hoger en meer. Via de Heere Jezus die de middelaar van het verbond, het heeft te maken met het bloed van de Heere Jezus. God gaat een band aan met iets,zodat ze samen gevoegd worden. In het Nieuwe Testament wordt het woord diateke gebruikt – Het komt van Gods kant, Hij neemt het initiatief. Het Hebreeuwse woord suggereert 'een verbond snijden'. God gaat als eerste er tussen.
We hebben ook gezien, dat de bestemming van het nieuwe verbond Israël is. Het huis van Juda. Prof vd Brink/vd Kooi's Christelijke dogmatiek: één hoofdstuk gaat over Israel en het verbond. Hoe zit dat nu precies.
Jeremia kondigt dat nieuwe verbond al aan. De wenende profeet – het volk heeft zich niet aan het verbond gehouden, de ballingsschap zal komen. 29 Hoofstukken. Vanaf 31 komt er een schitterende lichtbundel – Hij komt opnieuw met een band. 'aan het einde der dagen' – als de Messias komt, dus. Als Jakob door een benouwde tijd heen gaan. Grote verdrukking. Dan sluit Hij opnieuw een verbond, met het aardse volk Israël, niet met de kerk. Als je ze vermengt krijg je verwarring. De Bruid van het Lam is wat anders. Jeremia is door en door Joods. Herstel van Israël, ze komen weer terug. De stad wordt herbouwd. De tempel wordt herbouwd. De troon van David bezet.
Nergens lezen we dat het nieuwe verbond met nog iemand anders gesloten is. Alleen met Israël. De Schrift kent geen verbond dat in letterlijke zin met de gemeente gesloten wordt.
Het is wel zo, dat de zegeningen van het Nieuwe Verbond – dat we daar in delen. Daar mogen wij ons voordeel mee doen. De verbondspartners zijn God en Israël, de gemeente profiteert ervan – bivakeren onder het dak van het verbond, Jafet zal wonen in de tent van Sem. Jafeth is niet Sem geworden. Het is lastig in het doopformulier, “de doop die in plaats van de besnijdenis gekomen is”. Dat lijkt zo veel op de kerk in plaats van Israël. Dat riekt naar vervangingstheologie. Ook een klein vraagtekentje bij: als het kind gedoopt wordt, .. dat God een genadeverbond met ons opricht. Hij richt het niet met mij en ook niet met mijn kinderen op. “Abraham en dus ook ons en onze kinderen”. Dat gaat te snel, m.i. Daar komt steeds de vervangingsleer in. Abraham en zijn letterlijk nageslacht, en gaat het weer over ons. Mooi dat vd Brink zegt: Israël is het volk van Zijn eerste liefde.
Gaat God met Israël en de gemeente een eigen weg? Ja, maar er is maar één basis – het bloed van de Heere Jezus. De tekst bij het Avondmaal is zo bijzonder. Dit is Mijn bloed. Voor velen – Gans Israël en velen uit de heidenen. Een middelaar – Een naam die onze hoop is. Straks bij de wederkomst wordt het geëfectueerd. Nu al mogen wij genieten daarvan, de bedienaars van het nieuwe verbond, zeg Paulus. Bij ons overbelicht bij evangelikanen onderbelicht.
Salamo staat in verschillende betrekkingen. De meest wijze koningen voor de heidenen – zed brachten hem hulde. Israël had het zo goed onder hen. En de Egyptischew prinses had het nog intiemer.
Jozef, beeld van de Heere Jezus. Vernederd en verhoogd. Een heerlijke betrekking tot zijn eigen broeders. Hij doet zijn Egyptisch uiterlijk af. Een ontroerend ogenblik zal dat zijn, en Asnath mocht in de binnenkameren zijn.
2
Elk verbond bestaat uit twee delen. Het nieuwe verbond – alles wat God te eisen had, dat heeft God reeds vervuld. Nu kan God allen nog maar zegenen. Dat is wel heel rijk. Oude Testament: doe dat en gij zult leven. Maar nu zijn de eisen door Jezus gehouden. Wij hoeven Hem hiervoor te danken. 7X Ik zal: Mijn wetten in hun hart schrijven, hen tot een God zijn, hun ongerechtigheden genadig zijn, geenszins gedenken aan hun zonde.
Als wij zeggen 'Yes we can' komt er niets van terecht.
Jer 31 hebben we ook fysieke, aardse zegeningen, stad, land, troon. Dat noemt Heb 8 niet.
A) Mijn wetten in hun verstand en in hun hart schrijven. Het oude was een juk dat op de schouders werd gelegd. Ze moesten dat gedrag aanleren. Zelfbeheersing, do's en don'ts. 248, geboden 365 verboden, 613 totaal. In het nieuwe verbond: ik zal die wet in je hart schrijven, met een nieuwe natuur, als vanzelf mijn wetten willen gaan houden. Wat mijn Heer wil, wil ik ook. Zo maakt God zijn kinderen.
De Heilige Geest zet je van binnen in beweging.
Welke wet? De wet zoals Jezus die heeft uitgelegd in de bergrede, denk ik. Niemand iets schuldig zijn dan liefhebben, etc, niet alleen Gij zult niet, maar veel voller, veel rijker. De volheid van Gods wet. Gods liefde in je hart uitgestort. Hoe lief heb ik uw wet. Als je wederom geboren bent wil je graag Gods wet doen, door de Heilige Geest kun je het ook. Je gaat niet alleen weten, begrijpen wat God wil, maar je hebt ook de liefde in je hart.
Voorbeeld. Je gaat een bergwandeling maken, je hebt wat in de rugzak. Eerst moest je het mee zeulen, maar dan eet je het op en heb je er energie van. Een nieuw hart, een zacht hart. Harde voeten, die bereidwillig gaan.
b) v10. Ik zal u tot een God zijn en zij Mij tot een volk. God is Mijn God Hij is mijn geliefde en ik ben van Hem. Ik zal alle geslachten tot hun God zijn. En het wordt ook aan ons bediend. Mijn God, mag je dan ook zeggen. Je zou er van moeten danken. Ik heb mijn God en dat is echt genoeg zingt een oud gezang. Als je nooit eens van harte verblijd... slechte mensen hebben het over God, Gods kinderen hebben het over mijn God. Dan heb je wat met Hem. Die beker zet je aan je lippen en drinkt die zoete wijn. Mijn Heere. Als het een God van en ander is kun je er eens een beroep op doen. Maar nu hoeft dat niet.
Stel je hebt geen man meer. Uw maker is uw man. Als je geen vader meer hebt, ben je niet vaderloos. Ik heb geen huis – je mag zeggen – de Almachtige is mij een woonplaats mag je als christen-vluchteling zeggen. Ik heb mijn God. Geen gave van God. Je krijgt God zelf tot je deel. Als vlees en hart bezwijken, bij je ziel kunnen ze niet. Niets zal je kunnen scheiden van de liefde van God. Als God jouw God is, word je bestraald met Zijn tegenwoordigheid. Als God Jouw God is, word je omringt door Zijn bewarende almacht, verblijden over Zijn heerlijkheid, verzadigd worden met Zijn algenoegzaamheid. Verdrinken in de oceaan van Zijn genade. Een oever zal je niet aantreffen. Als God, mijn God maar voor mij is. Wie is er dan mij tegen?
c) v11: zij zullen niet onderwijzen, Ken de Heere, want zij allen zullen mij kennen. Er staat 'ken de Heere' – daar staat objectief kennen, maar ze zullen kennen is, 'bewust intiem, vertrouwelijk kennen' ze zullen van binnen uit vanuit hun hart kennen. In het oude verbond waren er tussenpersonen. Nu al voor de gelovigen: wij kunnen Hem persoonlijk leren kennen, eigen persoonlijke omgang met God. Samen de Heere dienen, maar ieder een eigen relatie met de Heere. Je kunt een micro of mega gelovige zijn, maar je mag allemaal de Heere kennen. God in Christus.
Dat is anders dan feitenkennis. Bij ons moet je ook wat leren, maar dat moet het niet in blijven hangen. Persoonlijk kennen. Weten over of kennen van. Hartje met een pijltje. Je kunt veel weten over God. Veel liedjes geleerd over God, wat weet jij veel over God. Maar ken je Hem ook persoonlijk?
Is er wat tussen jou en God. Moet je worden aangespoord – geen ruzie, je hoeft niet aangespoord te worden, 's morgen en 's middags ook als er een gastpredikant is. Want het komt van binnen uit. Je hunkert om Hem meer en meer te kennen. Ik wil meer van hem weten, dieper, intenser, die verborgen omgang met God.
Als ik Hem de mijne maar weet.