Edit|
EditReeks Samenvatting:
1. Gewetensreiniging (door zijn offer): vers 14
2. Testamentopening (door zijn dood): vers 16
3. Zondenvergeving (door zijn bloed): vers 22
Het gaat in deze preek over het bloed van de Heere Jezus.
Een ernstig ziek meisje, Marry, had een bloedtransfusie nodig. Haar broertje Johnny had het geschikte bloed. Voor zijn grote zus wilde hij zijn bloed wel afstaan. Toen Johnny het bloed zag weglopen vroeg hij "wanneer ga ik sterven"? Deze jongen dacht dat hij al zijn bloed moest geven. Voor zijn zus wilde hij dat doen. Dat is echte liefde.
Liefde was het toen Jezus Zijn bloed voor het heil van de mensen vergoot.
1. Gewetensreiniging (door zijn offer): vers 14
Paulus schrijft in de Hebreeënbrief aan de Joden die tot het geloof in Christus zijn gekomen, maar dreigen terug te vallen in het jodendom. In de Hebreeënbrief geeft Paulus telkens aan dat het Christelijk geloof zoveel heerlijker is door telkens vergelijkingen te maken met het oude testament. Het bloed van stieren en bokken kan geen eeuwige verlossing geven. Er is echter bijzondere kracht in het bloed van het Lam. In vers 14 lezen we dat het bloed van het Lam ook iets in ons hart heeft gedaan: de reiniging van ons geweten, zodat we God gaan dienen. Dat dienen is een eredienst, omdat ons geweten is ontlast van alle schuld en vrees. Het bloed van het Lam heeft dus dubbele kracht: naar God toe (vergeving) en naar ons toe (reiniging).
Boze werken komen uit het zondige vlees. Goede werken komen uit gelovig en gereinigd vlees. Dode werken komen echter uit het vrome vlees, zonder een wedergeboren hart. Deze dode werken zien we bijvoorbeeld bij de farizeeërs. Het bloed van het Lam reinigt dus deze dode werken.
Het geweten kun je vergelijken met een vogeltje in een kooitje. Als je verkeerde dingen doet laat het vogeltje van zich horen. Je moet er voor zorgen dat het vogeltje niet dood gaat. Als we niet naar ons geweten luisteren gaat dat vogeltje een steeds zachter geluid maken, totdat het uitdooft. Dan is je geweten toegeschroeid. Luther zei "een kwaad geweten voelt zich altijd aangesproken". Eens had er een dominee een baksteen meegenomen bij een preek over het zevende gebod. Toen hij met een steen driegde te gooien naar een zondaar, doken er wel tien mensen weg. Deze mensen hadden dus een kwaad geweten. De engelse vertaling van het geweten is het woord "conscience", wat medeweten betekent. Wat ik weet, weet God ook. Door ons geweten worden we door God gewaarschuwd. Als we aangeklaagd worden, mogen we ons geweten dopen in het bloed van Jezus. Dan wordt ons geweten gereinigd, zodat we zonder vrees voor God kunnen verschijnen.
Dit wordt mooi verwoord in gezang 128:
"Op het Godslam rust mijn ziele,
vol bewond’ring bidt zij aan;
alle, alle mijne zonden
heeft Zijn zoenbloed weggedaan.
Zalig rustoord, zoete vrede
vult mijn hart en blijft het bij.
Hij, in wie God Zelf kan rusten
is het rustpunt ook voor mij.
Ruste vond hier mijn geweten,
want Zijn bloed, o heilfontein,
heeft van alle mijne zonden
mij gewassen, blank en rein.
Met de vrede Gods in ’t harte
ga ik hier door smart en strijd;
eeuw’ge rust vind ik daarboven
In des Godslams heerlijkheid.
Daar zal Hem mijn oog aanschouwen,
Hem, wiens liefde mij verkwikt;
Hem, wiens trouw mij hier geleidde,
wiens genâ mij heil beschikt.
Daar bezingen Zijne liefde
duurgekochten door Zijn bloed;
daar is Sions zaal’ge ruste,
’t eindloos loflied, ’t eeuwig goed."
2. Testamentopening (door zijn dood): vers 16
Mozes bad voor zijn volk, maar Jezus leed en offerde zich ook op voor Zijn volk.
In deze kerk heeft rond de oorlog ds, Kijftenbelt gestaan. Hij heeft ook een preek gehouden over Hebreeën 9, waarin hij ingaat op de betekenis van het testament, een wilsbeschikking. Wie is er mede-erfgenaam? Dat kun je pas zeker weten als de testamentmaker gestorven worden. In de Bijbel is God de testamentmaker. De dood van de Heere Jezus was niet alleen om ons geweten te reinigen, maar ook om ons schatten van zegeningen te geven. De Heere Jezus is echt gestorven, want toen de soldaat de speer in Zijn zijde stak kwam er bloed en water uit. Deze zegeningen bestaan uit vergeving van zonden, verlossing van de straf in de hel ėn de heerlijkheid in de hemel. Het gaat echter niet om het "hebben", maar om het "zijn". Wij horen bij Jezus en daarbij horen ook Zijn zegeningen bij. Deze zegeningen bevatten ook vrede, Zijn kracht in mijn zwakheid, genade, een woning in de "stad die fundamenten heeft" en de heerlijkheid van God.
In een testament staan alleen de namen van familie en bekenden. Door het geloof (kennen van God) komen we in Zijn testament te staan.
3. Zondenvergeving (door zijn bloed): vers 22
Zonder bloedstorting is er geen vergeving. Dat is in het oude en het nieuwe testament het geval. Er is vergeving door het bloed van de Heere Jezus. De vraag naar bloed klinkt wreed, maar God gaf ook zelf Zijn eigen bloed. Het aanbiddingslied in de hemel gaat daarom over het Lam voor God geslacht. Geslacht om met Zijn bloed zondaren te bevrijden. In veel natuurgodsdiensten is het besef van offers en genoegdoening duidelijk aanwezig. In het nieuwe testament zien we echter wat (het bloed van Jezus) werkelijk verlost. Vergeven betekent letterlijk wegzenden: de zonden worden weggezonden.
Op een interreligieuze conferentie mochten eens alle vertegenwoordigers kort iets zeggen over de kern van hun godsdienst. De christelijke vertegenwoordiger zei "vergeving". Men was onder de indruk, omdat dit ten opzichte van alle andere godsdiensten zo anders is. Bij andere religies gaat het er toch vaak over dat de goede werken voldoende moeten opwegen tegen de slechte werken. Hierdoor blijft men altijd onzeker over behoud en verlossing en vindt men geen rust. In gesprekken met moslims die hier in de wijk wonen blijkt dat ook: ze hebben geen heilszekerheid en kunnen zich niet voorstellen dat christenen dat wel hebben.
Bidden, lezen, aalmoezen geven en berouw tonen is niet voldoende bij God. Geloof en bekering gaat wel door middel van gebed en berouw, maar is geen grond. Alleen het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonden. Een verandering in het leven waardoor je alleen maar netter gaat leven, zonder bloedstorting, heeft uiteindelijk geen waarde.
In Getsemané heeft Christus bloed gezweet. Bij Pilatus kwam het bloed uit de rug van Jezus als gevolg van de geseling. Aan het kruis vloeide er bloed uit de vele wonden (hoofd, rug, handen voeten en zijde) van de Heere Jezus. Zie op Hem, de gekruisigde Christus.
August Montague Toplady heeft hierover het volgende prachtige lied (gezang 174) gemaakt:
"Vaste Rots van mijn behoud,
Als de zonde mij benauwt,
Laat mij steunen op uw trouw,
Laat mij rusten in uw schauw,
Waar het bloed, door u gestort,
Mij de bron des levens wordt.
Jezus, niet mijn eigen kracht,
Niet het werk, door mij volbracht,
Niet het offer, dat ik breng,
Niet de tranen, die ik pleng,
Schoon ik gansche nachten ween,
Kunnen redden, Gij alleen."