Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2015-11-29 17:00:00 ds. J.T. de Koning (Alphen aan den Rijn)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 123 Psa 123

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Sommige mensen hebben zo'n berg aan verdriet, dat je denkt, hoe krijgen ze het voor elkaar. Het stapelt zo op. Kunt u nog bidden? Ik probeer van alles te bidden en te vragen, maar ik zeg maar gewoon, dat ik het meer dan zat ben en dan zeg ik amen. Zonder omhaal van woorden, ze was het meer dan zat. Kan dat wel? Mag je zo bidden? Totdat ik dat precies zo las in Psalm 123. Dat eindigt met juist die woorden. Niets over Gods ingrijpen, Zijn redding uit de nood, maar alleen met het uitroepen van die nood. Weet u misschien precies waar het hier over gaat? Dat u alleen nog maar 'Help' kunt bidden ..?
Help die mensen die in een klein bootje stappen over open zee, of ook in mijn eigen leven, het gaat maar door en ik moet ook door, ik ben soms zo moe en ik ben het zo zat. Ja dat kan. Dat mensen het even niet meer weten. Dat gebeurt, ook in het leven van gelovige mensen. Maar als dat gebeurt heb je iets nodig dat je toch bij het geloof bewaard. Mensen die je meenemen in de opgang, in de liederen van de opgang. Gezongen door mensen die weten wat het is om klap op klap op te vangen. Je kunt wel zeggen dat een ander het moeilijkèr heeft, of dat het je niet raakt... omdat je er niet anders mee om kunt gaan. In deze Psalm wordt echter niet geschreeuwd, het wordt ook niet vergoeilijkt. Maar er is een beweging daartegen in, een beweging waarin je opziet naar God.
De Psalm trekt een interessante vergelijking, de slaaf en slavin in verhouding tot meester/meesters. In Israel moest een slaaf na zeven jaar zijn vrijheid terug krijgen. Geen Negerhut van OomTom, Niet ieder wilde vrij. Een slaaf mocht wat verwachten van zijn heer en hoorde daar ook echt thuis.
Op zijn hand zien – in afhankelijkheid, daar ontvangt hij ook uit. Niet zozeer slaafs, maar met opgeheven ogen. Als je bid neergebogen, geef je gezag aan. Maar in dit beeld heb je juist geen geknielde houding met de ogen naar beneden. Maar opgeslagen ogen – het staat er 4 keer. Je verwacht dus iets. Het is een gebed met open ogen.
Een baby in de wieg volgt zijn moeder met de ogen. Hij verwacht opgepakt te worden.om te krijgen wat hij nodig heeft. Zo volgende ogen van de dichter de Heere God. Wanneer ontvangt hij? Wat verwacht de dichter eigenlijk van God. “Totdat Hij genadig is”. Het laat zich niet opsluiten in onze begrippen. Genade staat altijd open, naar de toekomst en naar boven. Als alle deuren in het slot gevallen zijn, dan nog is er opening mogelijk. Genade is misschien het meest onlogische begrip. Het heeft niets van doen met oorzaak en gevolg, beloning en straf, als ik dit doe, zal God wel dat doen. Ik heb het aardig gedaan dus Hij zal me wel goed gezind zijn, of andersom. Genade is heel iets anders. Als niets meer kan, kan dat nog.
Het donkerste moment in ons leven kan nog open gaan, als onze ogen open zijn naar God kan onze zwakte en instrument worden in Zijn kracht. Dan kun je de open eindjes in je leven voor Hem neerleggen. Er zijn vragen waar geen antwoord op komt, maar onze ogen zijn op de Heere, voortdurend, totdat Hij ons genadig is.
Totdat. Wij stoppen dus niet met bidden en verwachten. 'Totdat' duidt op volharding, Je bidt niet alleen opdat je iets krijgt, maar totdat. Het gebed moet niet ongeduldig, vluchtigs zijn.

Ons geloof is ook kwetsbaar. Je kunt soms het beter zat zijn, met God, dan het zonder Hem allemaal op orde te hebben. Dan hoor je de vragen – kun je daar dan mee leven, zou geloof je dan niet meer moeten bidden, niet meer zijn dan het voortdurend wachten op Gods genade. In de Psalm is sprake van hoon. Stemmen om ons heen en in ons. 'Jullie hebben het alleen maar over straks' een nieuwe hemel en aarde, waar is Hij nu dan? Daar kun je niet zoveel meer tegen in te brengen dan het weerloze geloof in een Man, in Wie God genadig is geweest. Dat Hij uit onze dood is opgestaan. Hij zoekt in de tussentijd, en begenadigt ze met het geloof dat die toekomst werkelijkheid zal worden, en dat die toekomst het waard is om op te wachten. Dat is de genade van God.

Daarom houden we onze ogen maar op Hem gericht en laten we ons telkens maar weer meenemen in de liederen Hamaäloth. Totdat Hij ons genadig is, ja totdat Hij zelf komt.

Edit