Edit|
EditReeks Samenvatting:
1. Een tijd van onzekerheid
2. Een grote aanklacht
3. Een boodschap van een toekomstvisie
Op 16 november 1989 stonden veel mensen voor de Berlijnse muur die naar West-Berlijn wilden. Op die avond viel de muur. Er was opwinding: het was weer mogelijk om van Oost Berlijn naar West Berlijn te gaan. Gebeden voor de vervolgde christenen achter het ijzeren gordijn werden in een korte tijd verhoord. Duitsland werd verenigd en er ontstond een gevoel van hoop en enthousiasme. Men dacht dat de (kern)wapens opgeruimd konden worden. Daarna kwamen er echter spanningen en oorlogen op andere plaatsen in de wereld. Zo zelfs, dat we ons weer moeten gaan bewapenen. Ook in de Oost-Europese landen is niet alles beter geworden als we denken aan armoede in bijvoorbeeld Roemenië. In deze tijd is er oorlog in o.a. Syrië en Irak. Daarnaast worden we geconfronteerd met terreur, ook in Europa en Amerika. De vrede en de welvaart zijn kennelijk niet blijvend. Er heerst bij ons grote onzekerheid over de toekomst.
1. Een tijd van onzekerheid
Ook na de terugkeer uit Babel was er enthousiasme. Onder Ezra en Nehemia werd het land Israël weer opgebouwd. Maar ook toen waren er teleurstellingen over de offers die gevraagd werden, bijvoorbeeld de belastingen die betaald moesten worden. De hoop na terugkeer uit de ballingschap wordt al snel ingewisseld voor angst en onzekerheid. In deze omstandigheden komt Zacharia. In deze omstandigheden komt God met Zijn boodschap om onze angst en vrees voor de toekomst weg te nemen. God wil bij ons zijn.
Zacharias krijgt een visioen. Een visioen is een blik achter onze werkelijkheid. Een visioen heeft een betekenis. In deze dagen zijn veel wereldleiders bijeen op de klimaattop in Parijs. Toen veel wereldleiders voor het begin van het diner moesten wachten, kwamen Poetin en Erdogan pas. Achter de schermen hadden zij natuurlijk met elkaar gesproken over hun onderlinge spanningen. Met een visioen kunnen we achter de schermen kijken en een andere visie krijgen.
2. Een grote aanklacht
In dit visioen zien we de hogepriester Jozua en de satan. De satan wijst met een beschuldigende vinger naar de hogepriester. Het volk moet lijden en dat onder leiding van hogepriester Jozua. De vuile kleren wijzen op de zonden van Jozua. De satan beschuldigt graag vanwege alle dingen die verkeerd zijn gegaan. Dat deed de satan ook al bij Job. De satan heeft misschien nog wel gelijk ook. Ook Jozua is besmet met de geest van de boze wereld. De satan zet vraagtekens bij de godsdienst en het geloof van de hogepriester en de priesters.
Dergelijke vragen kunnen ook door ons hoofd spelen: wat stelt mijn geloof nog voor en welke kracht kan het doen in deze wereld? Zo komt het vaak voor dat mensen het helemaal met de kerk gehad hebben door negatieve ervaringen met de leiding ervan (bijvoorbeeld omdat ze teleurgesteld zijn in de diaconie). De satan grijpt deze tekortkomingen en fouten van de kerk graag aan om God en godsdienst in diskrediet te brengen.
De satan lijkt het gelijk aan zijn kant te hebben, maar dan komt God: "de Heere schelde u, satan". De satan is namelijk de macht van de boze die achter alle kwade dingen zit en deze influistert. De Heere bestraft de satan omdat deze alles wil stukmaken. De Heere haalt Jozua, ondanks al zijn zonden, uit het vuur van de satan. Jozua in zijn vuile kleren moet belijden dat hij zich mee heeft laten sleuren. Jozua staat echter bij de engel des Heeren: hij mag zien op Jezus. God laat Jozua zijn vuile kleren uitdoen en feestkleren aandoen (vers 4). God zegt dat zijn ongerechtigheid van hem wordt weggenomen. De grote aanklacht van de satan wordt dus weggenomen door God zelf.
3. Een boodschap van een toekomstvisie.
De hogepriester Jozua heeft een boodschap te brengen in een wereld van onzekerheid. Vervolgens mogen de vrienden (priesters) deze boodschap verder verspreiden (vers 8). Deze vrienden worden zelfs een wonderteken genoemd. Het is een wonder als wij Gods woord in de kerk mogen horen, in God mogen geloven en het heilig avondmaal mogen vieren. Op allerlei verschillende manieren trekt God mensen naar zich toe om hen te bekleden met de mantel der gerechtigheid.
Achter dit wonderteken kan nog meer zitten. In hoofdstuk 6 lezen we over een kroon die gezet wordt op de tulband van de hogepriester. Het is niet alleen een wonder dat zij priester zijn, maar zij worden ook tot koning gekroond.
God gaat zijn Zoon zenden om knecht te zijn. Dat is de SPRUIT uit onze tekst. Er zal een Koning geboren worden. De wijzen uit het Oosten zullen er een verre reis voor maken. Deze priesterknecht zal ook een Koning zijn. Dat is het visioen van de Koning der gerechtigheid: hij zal het kwaad en de dood overwinnen.
Ooit zal er een dag aanbreken dat ook Zijn eigen volk, heel Israël, zich zal buigen voor deze Koning. Dan zullen de ogen van de Joden opengaan. Dan zullen alle beschuldigingen aan het volk Israël teniet gedaan worden. Dat geeft hoop om verder te gaan. We hebben tenslotte een Koning die ook voor ons zorgt. Hij kent mij, helpt mij en draagt mij, ja heeft zelfs Zijn leven voor mij gegeven. Dat doet ons uitzoen naar de viering van de geboorte van de SPRUIT.