De tekst van vanmorgen: de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen. Dat is al een groot wonder. Het zet ons midden in het Kerstevangelie. De genade van God is verschenen als een zon. Het beeld van de zon over ons bestaan. De genade van God is verschenen in dat Kind. Dat Kind heeft van Zich doen spreken. Dat Kind brengt dat mee; het is Hem eigen dat Hij verschijnt. God is niet alleen gekomen, maar Hij is verschenen en Hij schijnt nog volop. Titus mag dit prachtige Woord nog een keer horen. Titus was door Paulus achtergelaten op Kreta. Hij was een apostel uit de heidenen; dat is al een wonder. Hij was door Paulus tot apostel gekozen. Hij had Paulus vergezeld op zijn reizen en was met hem mee geweest naar het apostelconvent. Hij kon verschillen overbruggen. Hij werd door Paulus gewaardeerd; hij kon een brug slaan tussen mensen. Nu was hij de apostel van het eiland Kreta. Het Evangelie moest daar nog verbreid en geordend worden. Een moeilijke opgave voor Titus. Kretenzen waren niet de makkelijksten van deze wereld; ze gingen prat op hun Griekse cultuur. Ze waren lui en kwamen niet snel in de benen. We zien Titus van stad tot dorp gaan op Kreta; zwaar tillend aan zijn opdracht. Hoe moet hij dat ooit voor elkaar krijgen? En dan hoort hij dit woord: de genade van God is verschenen aan alle mensen! Dit woord staat aan de hemel te schitteren. Het verschijnen van God in een Kind in de kribbe; en dat heeft een zaligmakend karakter. God opende Zijn hart en liet de wereld niet aan Zijn lot over. Daar moeten we aan denken als we in Rotterdam lopen. Als een genadegift heeft God Zijn Zoon gegeven. Niet vanzelfsprekend of gewoon. Maar dat Gods licht genadig, niet verdiend heeft geschenen over je leven…Heeft u zo Kerst gevierd? In dankbare verwondering? De troost van het Evangelie kan soms erg aan je leven voorbijtrekken. Soms missen we de gloed en de warmte van toen. Gelovigen ervaren het zelf vaak als een tekort, een te weinig. Was ik het wel waard? Heb ik de genade van God waardig ontvangen en laten schijnen in mijn leven? We geven onszelf een onvoldoende en zijn dan een gemakkelijke prooi van de duivel. De genade van God in Christus is een geschenk zonder voorwaarden. Hij is gekomen als een volslagen daad van Gods barmhartigheid. We proberen vaak altijd voor God nog een beetje aantrekkelijk te zijn; maar dat kan niet. We willen de genade van God vaak toch nog een beetje ontvangen in een gespreid bedje van ons geloof; maar dat kan niet. Dan dringt de verwondering niet door. De genade van God is verschenen; onverwacht was daar Gods reddende hand. God legt deze schat zomaar zonder voorwaarden in ons midden. Dat zegt Zijn naam, Jezus. De heilbrengende genade van God is verschenen. De schat zelf is er niet alleen, maar God brengt hem ook in ons leven. Die schat is niet alleen op aarde neergelegd; in een glazen huisje waar je naar kunt kijken. Maar de Zoon van God is ook werkzaam. Heilbrengende schat. Hij brengt het heil naar ons leven. Vergevend, helend, genezend. Door Zijn Geest is Hij daar vanmorgen mee bezig. Merk je het op? Wat heb je aan een schat als je er niet bij kunt? Maar zo is het met de Heere Jezus niet. Hij heeft die schat bij ons gebracht; bij jou, bij u. Genade neemt alles mee. Hij werkt in ons een uitnemend werk. Hij brengt het heil binnen; zodat je er stil van wordt. Ontdekt wordt aan je nalatigheid en je klein-geloof. Hij kwam zo dichtbij dat Hij de schat van Zijn genade in mijn leven heeft gelegd. De tekst zegt: het is voor alle mensen. Zonder aanziens des persoons. Jezus is niet alleen voor bijzondere mensen. In Zijn aanbieding is Hij voor alle mensen. Arm, rijk, jong en oud. Die schat brengt Zich gewoon in je leven en blijft niet op een plek waar je niet bij kan. Titus heeft zich misschien afgevraagd: hoe moet dat hier, bij deze mensen? Wat een bemoediging dan. Deze genade is ruim en geeft ruimte. Het zal hem bemoedigd en getroost hebben. Gods genade is verschenen aan alle mensen….Verschenen. Ik moest denken aan het woord kleinood. Het kostbaarste kleinood is dat Kind. De heilbrengende genade van God in mijn leven. Zo kostbaar zo schoon. Het is de verschijning, de krachtige werking van Gods genade die in mijn leven is verschenen. Hoe al ik het U vergelden…. Hoe kunnen we onze dankbaarheid tot uitdrukking brengen? Dat doen we als nuchtere Hollanders niet zo makkelijk. Maar God kent de manier waarop je Hem aanbidt, ook al zijn we geen Afrikanen. Genade maakt dankbaar en brengt vruchten voort van alles waarmee we Hem kunnen eren. Toch voelen we ons in die dankbaarheid soms ook kwetsbaar en sluiten we snel grenzen. Kretenzen waren niet de makkelijkste mensen, lui van aard…daar staan we niet zo ver vandaan. Wij zegen niet zo gemakkelijk nee tegen de wereldse begeerten. We zijn vaak ook kind van deze moderne samenleving. Vaak nemen we het niet zo nauw met de vreze des Heeren. Ik moet toch ook mijn werk kunnen doen? Ik kan me niet voor alles afsluiten hoor….de wereldse begeerten? Er niet op ingaan, je niet aan alles verslingeren? Bescheiden en ingetogen leven vanwege de genade Gods? Rechtvaardig keven? Dat ziet op de omgang met onze naaste…dat was niet makkelijk. Op Kreta waren de afgoden nog zichtbaar op straat…..maar de gevaren omringen ook ons in ons leven. Rechtvaardig en godvruchtig leven? Die woorden staan vaak op de tocht…Dankbaarheid is ook zo kwetsbaar; het staat zo gauw op de grenzen van onze mogelijkheden. We voelen ons er vaak ook eenzaam in in een wereld die zo goddeloos is. We staan vaak op een grensgebied. Ach, dit kan nog wel, dit kan er nog net mee door.
Ingetogen, rechtvaardig, vruchtbaar leven dat kennen we niet van onszelf. Dat groeit niet op onze akker. Maar niet wij zelf voeden onszelf op in dat godvruchtige leven. Maar die schat onderwijst ons. Hij leert ons. Hij leert ons dat we ingetogen, vroom, rechtvaardig en ingetogen zullen leven. Een kind voedt zichzelf niet op; dat doen de ouders. Hij richt onze voet; Hij leidt onze hand. Daarom moeten we wel dichtbij dat Kind blijven. Die in Mij blijft zal veel vrucht dragen; zonder Mij lukt dat niet. Ik ben de pedagoog in je leven. De woorden verzaken, ingetogen, rechtvaardig, Godsvrucht dat zijn geen eigen prestaties maar genade van God in je leven. Het overkomt je. En dan wordt de dankbaarheid nog groter en is de vrede van de Kerstboodschap compleet. Hij die voor zichzelf een volk zal verlossen van alle ongerechtigheid, zegt vers 14. Christus verschenen als de genade van God en in Zijn komen nam Hij alles mee, zegt de tekst. Vertrouw je Hem dat toe? Dat Hij je opvoedt door Zijn Geest? En dat Hij je kinderen opvoedt? Wat een troost moet dat zijn geweest voor Titus als hij Kreta rondging. We hebben niet alleen de schat gekregen maar ook de schat die ons draagt. Dan komt er een vrijheid die ongekend is. Als de schat ook ons draagt. Niet dat wij die schat dragen, maar dat die Schat ons draagt. Nacht en dag zodat we het vol kunnen houden en altijd weer bij de genade terecht komen. Die voedt ons op en onderwijst ons. Dat omringt ons met vreugdegezang. Dat Hij zo met ons bezig is is geen doel op zich, maar de weg die Hij heeft op weg naar Zijn tweede verschijning. Dan werpen we de kronen af en krijgt Hij alle eer en lof en dank. Dan zullen we zeggen: U was niet alleen de schat van Bethlehem maar ook de schat die mij droeg, onderwijzend, reinigend, helend. U krijgt alle eer. Dan kan Titus er weer tegen aan, maar dan kunnen wij er ook weer tegen aan. Het is allemaal van Hem; Hij doet het. Hij is het grootste kleinood van mijn leven. Wie op zijn bestemming leeft, komt in de stemming.