Edit|
EditReeks Samenvatting:
Als je vijf euro krijgt van je vader om het aan een straatkrantverkoper te geven en je geeft het niet, kun je straf krijgen. Misschien had je gewoon geen zin om dat geld weg te geven en had je liever dat het geld van jullie bleef. Je vader en moeder zullen dat echter niet goed vinden, want ze hebben niet voor niets gevraagd om het geld weg te geven aan een ander. Deze gelijkenis gaat over iets dergelijks.
Talent is een bekend woord. Denk maar aan de talentenjachten in de sport en de zang. Geven de mensen die zo'n talentenjacht winnen God de eer of gaat het om hun eigen roem?
De Heere Jezus vertelt een eenvoudige gelijkenis over een koopman die op reis gaat. Hij geeft zijn geld aan drie slaven. Veel geld, want de waarde van een talent is te vergelijken met een half miljoen euro in deze tijd. De koopman gaat op reis, maar komt een keer terug. Wij hebben allemaal talenten van de Heere gekregen. De ene is creatief, de ander sportief, de ene is slim en de ander handig. Behalve aan de natuurlijke talenten moeten we hier ook denken aan de geestelijke gaven. Denk daarbij aan geloof, dienstbaarheid, profetie, genezing, geduld, enzovoorts. Omdat we al deze talenten gekregen hebben van God, moeten we er niet hoogmoedig om worden. In de Korinthebrief zegt Paulus "wat heb je dat je niet ontvangen hebt?" De vraag is hoe we deze talenten gebruiken: voor eigen eer of voor Gods eer? Het is ook niet de bedoeling dat we jaloers zijn op de talenten van anderen.
In dit bijbelgedeelte staat dat de koopman de talenten uitdeelt naar vermogen. De Heere wil niet dat we overspannen worden, maar ook niet dat we lui zijn. De koopman vertrekt direct, zonder dat er gedetailleerde instructies werden meegegeven aan de drie slaven. De koopman geeft zijn personeel dus het volste vertrouwen. De Heere geeft ons een zekere mate van zelfstandigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid. We leven als gelovigen afhankelijk van God, maar we moeten wel zelf beslissingen nemen. Hoe gebruiken de slaven hun vrijheid? Ze verbrassen het geld niet en steken het ook niet in eigen zak. Twee slaven winnen er met hard werken 100% bij. De derde slaaf verbergt zijn talent echter in de grond, om te voorkomen dat het gestolen wordt. Deze man doet er dus niets mee en dat in de tijd van de baas. Zijn wij wel werkzaam met de talenten die de Heere ons heeft gegeven? Misschien heb je geen werk, maar dan is er altijd nog de mogelijkheid om vrijwilligerswerk te doen. Iedereen kan geestelijke werkzaamheden doen, bijvoorbeeld door te bidden. Nemen wij onze verantwoordelijkheid door onze taak en roeping waar te nemen en te doen wat de Heere van ons vraagt? Deze slaaf verduistert zijn talent en vermenigvuldigt het niet.
Dan komt de koopman om afrekening te houden. In een Petrusbrief lezen we dat mensen spotten met de wederkomst omdat ze niets merken van de wederkomst van de Heere Jezus. Petrus geeft echter als troost dat God de mensen extra tijd geeft omdat Hij wil dat er niemand verloren gaat. De koopman komt na lange tijd terug. De derde slaaf had dus tijd genoeg om tot inkeer te komen en het talent op te graven en het te gebruiken waarvoor het bedoeld was. De Heere heeft veel geduld met ons, maar Zijn geduld is niet eindeloos. Wij weten niet wanneer de Heere Jesus terugkomt. Wij moeten Hem voortdurend verwachten.
Dan komt de afrekening. De eerste slaaf heeft vijf talenten bij de vijf gewonnen. De koopman geeft complimenten: goed gedaan, trouwe dienstknecht. Het zelfde geld voor de slaaf die twee talenten bij de oorspronkelijke twee gewonnen had. De koopman zegt "over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen". De eeuwige heerlijkheid is veel meer waard dan de talenten. De trouwe dienstknechten mogen ingaan in de vreugde van de Heere. Als we hier de Heere dienen met blijdschap mogen we ingaan in de vreugde van de Heere. "Dan ga ik op tot Gods altaren, tot God, mijn God, de bron van vreugd."
De derde slaaf meldt zich zonder schaamte bij de koopman en geeft het ene talent terug. Deze slaaf heeft een vertekend beeld van zijn heer: U bent een steng man. Zijn er in de gereformeerde gezindte ook niet veel mensen die denken dat God hardvochtig is? God is echter barmhartig, geduldig en liefdevol. Johannes zegt "God is liefde". Deze slaaf was bang en lui. Wat was nu het verschil tussen deze slaaf en de andere twee slaven? De eerste twee slaven kenden hun meester zoals Hij is. De vraag is of je van de Heere houdt en daarom ook doet wat Hij van ons vraagt. Als je weet wat de Heere Jezus heeft gedaan voor ons om ons te redden, heb je toch alles voor Hem over? De derde slaaf had geen hart voor zijn meester en wilde daarom niets voor hem doen. Deze man leefde wel netjes, maar zonder liefde. Het is als een een kerkmems die netjes leeft, maar nooit zich in liefde overgeeft aan God.
Luiheid wordt dus gezien als zonde. "Ledigheid is des duivels oorkussen", klinkt een oud gezegde. Naast allerlei verkeerde dingen die we kunnen doen, kan nalatigheid ook zonde zijn. De boze kan ons influisteren dat niets helpt en we daarom maar niets moeten doen. De koopman zegt echter dat als je weet dat "ik maai waar ik niet gezaaid heb", hij het geld ten minste op de bank had kunnen zetten om rente te winnen. Het talent wordt van de derde slaaf afgenomen en aan de eerste slaaf gegeven. De ontrouwe dienstknecht wordt in de buitenste duisternis geworpen. Dit betekent dat je elke vorm van levenslicht zult missen. Hiermee bedoelt de Heere Jezus de hel, de plaats van de verlatenheid. De eerste twee slaven komen in het licht en de eeuwige vreugde, maar de derde slaaf in het donker en de eeuwige pijn. Daar komt het tandengeknars bij: spijt over de luiheid en nalatigheid. De Heere zegt dit niet om bang te maken, maar om te laten zien dat Hij geduld met ons heeft. Als u uw talenten niet gebruikt, heeft u nu nog de tijd om ze op te graven en in dienst van God te besteden. Dan kunnen we als Jezus terugkomt ook delen in Zijn vreugde.