Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2016-04-10 17:00:00 ds. F. Maaijen (Zwijndrecht)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Cor 15:50 1Cor 15:50-58

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het kan gewoon niet, zegt Paulus, dat vlees en bloed het koninkrijk zullen beërven. Zie je het voor je, als een eend met haar kuikentjes naar het water gaan. Maar door een verwisseling van eieren, zitten er ook een aantal kippenkuikens bij. Het is onmogelijk dat een kippenkuiken in het water leeft, hetzelfde geldt voor een vis op het land.
Zoiets zegt Paulus in vers 50. Misschien denk je de laatste weken wat meer na over het feit dat Jezus de dood heeft overwonnen. Stel je voor dat Hij niet uit de dood is opgestaan. Dan had Hij grote dingen gedaan, maar dan zou Hij nog steeds dood zijn. Wat moet je met een dode Jezus?
Waarom is het zo groot als de Heere uit de dood is opgestaan? Dat is het enige fundament, waardoor zijn kinderen kunnen opstaan uit de dood. Maar dan komen er altijd vragen, zeker als je onlangs met de dood te maken hebt gehad. Het is bijna onvoorstelbaar dat een mens tot niets gaat worden. Hoe zal die opwekking dan gaan? Het zal zo totaal anders zijn, niet alleen natuurlijk, maar het een geestelijk lichaam. Iets als Engelen, of Jezus toen Hij aan zijn discipelen verscheen door een dichte deur. Het is een pneumatisch lichaam: één en al geest, bezield met de Heilige Geest. Het lichaam is één en al Heilige Geest. Je hebt aardse en hemelse lichamen. Het aardse lichaam is al heel mooi, maar het wordt eens begraven, het takelt af. De opstanding houdt een hemels lichaam in. Je wordt er niet ouder, alles blijft stralend en heerlijk.

In vers 50 zegt Paulus: vlees en bloed zullen dat koninkrijk niet beërven. Dat geldt dus ook voor ons. Wordt ermee bedoeld: omdat jij een mens van vlees en bloed bent, zul je het koninkrijk niet ingaan. Tenzij dat dat sterfelijke onsterfelijkheid zal aandoen en het verderfelijke in onverderfelijkheid zal opstaan. Paulus wil aangeven dat als we vergankelijke mensen zijn, we het koninkrijk niet zullen zien. Maar er geldt hier een nieuwe, zo geheel andere werkelijkheid. Het gaat om het Koninkrijk van God. Wat houdt dat nu precies in?
Het is niet een soort Verenigde Naties, iets aanwijsbaars, een stuk land hier op aarde. Het is het Koninkrijk van de Hemelen. In het Koninkrijk van God wordt gesproken over een hemels, geestelijk lichaam. Koninkrijk betekent de koningsheerschappij van God. Dat is niet alleen de hemel. Daar is het er al. Maar nu op de aarde nog. God zit in dat rijk niet alleen op de troon en houdt daar streng de touwtjes in handen. Bij deze koning is het leven goed. Nog veel mooier is het dan in het paradijs (“n zie het was zeer goed”).
Wij (vlees en bloed) hebben dit Koninkrijk verspeeld. Die heerlijke werkelijkheid is voorbij. Nu is het de werkelijkheid van vlees en bloed. We kunnen niet terug naar het paradijs en naar het Koninkrijk. De zonde is in ons gekropen. Ook met een klein beetje zonde kom je niet binnen. Je bent dus én sterfelijk én zondig.

Toch kan het wel. Er moest iets anders gebeuren. Eén heeft het Koninkrijk teruggebracht en is er als eerste in binnengegaan. Wat was Hij er voor één? Hij is als eersteling in die nieuwe werkelijkheid ingegaan. Hij blijft niet de enige. Zo ken je de Heiland toch niet, dat Hij daar alleen als rechthebbende wil blijven. Hij is er binnengegaan als kwartiermaker, om alles klaar te maken voor de grote groep. In het Huis van mijn Vader zijn veel woningen. Hij wil daar niet alleen blijven, die woningen zullen bewoond worden. Niet door vlees en bloed. Hoe wel? Als je netjes blijft leven? Het werkwoord is beërven. Het gaat om een erfenis. Wat moet je doen om een erfenis te krijgen? Niets, je hoeft alleen maar een kind te zijn. Je moet wel zorgen dat je niet onterfd wordt, anders zou je het wel erg bont hebben gemaakt óf je had een boosaardige vader. Alleen maar een kind? Ja, … maar je voelt de spanning. Wees een kind van God.

Ja, maar dat is makkelijk gezegd. Hoe moet dat dan? Leef van uw doop. Als je gedoopt bent in de naam van de Vader, betuigt en verzegelt de Vader om mij tot zijn kind en erfgenaam aannemen. Je kunt het niet bereiken door zelf te scoren en er een programma op te zetten. Nee, je moet een kind zijn en deze God liefhebben. Ik vraag wel eens aan doopouders of ze de erfenis hebben geregeld voor hun kind. Nee? Maar God doet het wel, Hij denkt er wel aan. Het Koninkrijk is zo nieuw en zo anders. Geen kruimeltje zonde zal er meer zijn. Je zou niet meer weten hoe het moet, zondigen tegen God. Geen verderf, geen beperking, totaal en volledig vol van de Heilige Geest leven van de liefde van God. Het zal eeuwig goed zijn om met die God te leven. Wat denk je van zo’n erflater? Kinderen van God, die Hem van harte liefhebben, op Hem hopen, naar Hem uitzien, kunnen er binnengaan.
Laat de genade van God je genoeg zijn. Ik wil je genadige Vader zijn, jij mag mijn geliefde kind zijn. De erfenis ligt al klaar. Je hoeft er niet over in te zitten. Je mag er alleen naar uitkijken. Je hebt deze Heere en Heiland toch zeker wel hartelijk lief?

Wat zal de wereld mooi zijn op die dag (Op Toonhoogte 400)

Edit