Edit|
EditReeks Samenvatting:
Er is een tijd geweest, dat ik het Gezelschap bezocht, Nederland afreisde waar kinderen Gods bij elkaar kwamen om te vertellen over het werk van de Heere in hun leven. Wanneer hebt u voor het laatst een ontmoeting gehad met de Heere Jezus. Ontmoeting? Wat ik me daar bij voorstellen? Zoals Paulus opgetrokken was tot in de derde hemel, ontuitsprekelijke dingen gezien? Nee, dat bedoel ik niet. Wanneer heeft het woord voor het laatst een diep spoor gemaakt in uw leven? In het Woord een ontmoeting met de Opgestane. Ze zijn er dus ook niet in bepaalde perioden. Ook al gaat de Bijbel open. Ze horen het wel en spreken erover, maar de kracht van het Woord ervaren ze niet altijd. Het hangt gelukkig van ons gevoel niet af. – die discussie gaan we vanmorgen niet aan. Het kan niet zonder gevoel, afstandelijk en onbewogen. Zo werkt God niet. Misschien is Hooglied wel het boek bij uitnemendheid van dat opgaande en neergaande leven van de kinderen van de Heere.
God houdt zich verborgen, zei iemand. Zou er oorzaak zijn, waarom dat is? Ik hoorde het wel, maar bleef geestelijk slapen, terwijl Hij klopte maar ik was te beroerd om op te staan van het bed van zorgeloosheid. Je bent gevangen, door porno of je ogen hebben een vrouw of man ontmoet en je zit gevangen. Ben jij dat? Jona slaapt in de buik van het schip .. omdat er misstanden zijn en er slapen er velen. Er kunnen oorzaken zijn. Slaperig met de de tien meisjes, of wereldgelijkvormig geworden, het sluipt zomaar naar binnen. Of uit zwakheid in zonde gevallen, wie zal het zeggen
Hoe moet dat ooit weer goed komen. Hoe gaat de liefde weer in mijn hart branden? Hebt u de eerste liefde verlaten? Bekeer u – Gods kinderen worden geroepen zich te bekeren. Christus zal maar buiten de gemeente staan, en we zingen in de kerk liederen, maar de Heere Jezus is buiten. Dat onthult Openbaring. Ze praten er over en zingen erover en Hij staat buiten.
Ik ben er klaar mee, zei die jongen laatst. 2 jaar geleden: ik kan geen minuut zonder de Heere Jezus. En nu, zo afgezakt. Zie Ik klop, maar er wordt niet opengedaan. De Heere Jezus kan niet zonder u...
'Wij zijn geestelijk anders, hoor'. Maar wanneer hebt u voor het laatst gemeenschap gehad met de Heere Jezus, dat u Zijn liefde hebt mogen indrinken, dat uw hart vervuld werd met de lofzang? Hij laat wat achter. De liefde.
Ik stond op en deed snel de deur open, mijn hand op de deur. Ik keek in een zwart gat. Mijn liefste was er van door. Het was te laat. Mijn hart is wakker, maar het duurde te lang. Zo lang de HJ buiten laten staan, omdat je die boezemzonde koesterde.
Ze gaat niet teurg naar bed, ze is wakker. Ze gaat de straat op. Ze ontmoet meisjes, als je mijn liefste ziet, zeg dan – ik zocht Hem maar ik vond Hem niet. Wie zoeken? Die gevonden zijn! Wie niet weten wie Christus is zoeken Hem niet, hoogstens zich zelf. Maar die door Hem gevonden zijn en Hem kwijt zijn.
Wanneer was het voor het laatst, dat je beroerd was omdat je heimwee had naar Zijn nabijheid. Wie hebben heimwee – niet naar goud en zilver of een vrouw. Maar omdat je moe bent, van jezelf, van alles in de kerk, die verdeeldheid en liefdeloosheid. Het doet je verlangen naar Zijn Wederkomst.
Met heimwee moet je naar huis, want het lijkt of je dood gaat.
Ik maak er een eind aan, want niemand snapt mij nog, begrijpen uw kinderen u nog, en uw dominee en kerkenraad? Als je zegt: Heimwee naar de Heere Jezus. Je moet de Bijbel open doen, het staat er toch. Maar je snapt me niet.
Heimwee naar die man in smarten. Ik zoek u bij het krieken van de dagenraad? Waar vind ik Hem. Niet in de nacht op de straten. Ben je dat vergeten? Je moet maar eens in het donker over de straten gaan. Je bent gewoon ziek van heimwee. Er lopen gelukkig nog wachters, dominees, kerkenraad, die begrijpen het wel. Hebben jullie mijn liefste niet gezien? Vertel mij waar ik Jezus vinden kan – ga naar bed, wat ben je voor een slechte vrouw? Je bent er zeker op uit om andere te verleiden... je zult zo'n dominee of kerkenraad hebben, in plaats van dat ze de weg leiden. Je zoekt Hem op de verkeerde plaats. Hoe moet het als de wachters het ook niet meer weten. Waar kan ik Hem vinden.
In eens gebeurt eriets, ze wist het niet en zocht. Dan begint er van binnen wat licht door te breken. Misschien vanmorgen wel door de preek. Hoe ziet Hij er uit dan? Dan zet ze haar hart open. Niet een plaatje uit de kinderbijbel. Maar een Geestelijk plaatje. De Heilige Geest heeft Hem voor ogen geschilderd. Blank en rood en Hij draagt het vaandel. Dan herken je Hem.
Waar je sterft van heimwee, je weet wie je kwijt bent, want Hij heeft zich geopenbaard. Zo Paulus. Dan ontdektze, dat ze op de verkeerde plaats zoekt. Niet op straat. Dan weet ze het weer. Als je me kwijt bent, ik ben in de hof. Ik weet het ineens weer, dochters van Jeruzalem. Een wonderlijke openbaring. Je weet het weer.
Hij is vanmorgen hier, Hij wandelt in de hof, waar allerlei specerijen groeien. De beloften van het evangelie. De harten vertroost door het Woord. Die liefelijke reuk die uitgaat van het evangelie. Hier gaan de bloemen open. Ik hoor door het zien, het bloed van Jezus reinigt van alles zonde, dat hoor je niet op straat. Hier wordt Christus krachtig en levend, opgesnoven. Je bent krachteloos, door het ongeloof, maar als het geloof zich paart aan het woord gaat er kracht uit van het woord. Hij is de mijne. En ik ben van Hem.
Dat durfde je bijna niet meer te zeggen, Hij zei het wel, maar jij durfde het niet meer. Maar ik ben niet meer van mezelf, Hij is van mij en ik ben van Hem.
Niet meer twee, maar Een. Met Hem ademen, boodschappen doen, de straat op. Altijd bij je. Ik ben van Mijn liefste, Hij wil dat vanmorgen versterken. Niet meer ik, maar Christus leeft in mij en ik in Hem.
Als je soms geen woorden hebt om het te vertellen, zien je kinderen het wel aan je, het is niet te verbergen. U die mag weten dat Christus in u woont, blijf in Hem. Opdat u veel vrucht draagt voor de vader, het gaat niet om u en mij of Rotterdam, maar de Vader moet vereerd worden. Dat red je niet zonder de Heilige Geest. Ondanks dat we Hem uit het oog verliezen, ben ik de Zijne en we zien met elkaar naar het Nieuwe Jerzualen, en verwachten dat Hij heel snel komt en dat we in een punt des tijds veranderd zullen worden om straks eeuwig samen met Jezus te zijn, samen met Abraham, Izak en Jakob, eeuwig in zijn gemeenschap morgen delen volmaakt lof en eer en aanbidding.
Heimwee, je bent niet meer van de wereld. Je hoort bij een ander vaderland. We moeten nog even door een bange tijd, we zullen Hem straks zien, in zij ogen, zijn hart mogen kijken. En eeuwig verheugen in Zijn komst.
Ken je hem niet? Als je moet sterven komt er ook voor jou een opstanding. Met lichaam en al zul je in een poel van vuur terecht komen. Nooit meer genezen. Met je gedoopte voorhoofd, maar buiten Christus? Ik werp Hem in je schoot, dat je je vanmorgen mag weten, mij is een beter lot beschoren.
Laat u vanmorgen met God verzoenen. Zie het Lam dat de Zonde der wereld wegneemt.