1. wie aanbeden
2. waar aanbeden
3. waarom aanbeden
4. hoe aanbeden
5. door wie aanbeden
Vanavond preken we voor het eerst sinds een jaar of tien, twaalf eens over psalm 150. Daar kun je heel veel verschillende gevoelens bij hebben. Jongeren worden er misschien heel blij van; ouderen voelen zich misschien meer thuis bij psalm 130, over de diepten waaruit je roept tot God. Als je psalm 150 letterlijk zou uitvoeren, zou je vreemd opkijken. Al die toeters en bellen...dat zijn wij niet gewend. Er staat wel 10 keer: looft Hem. Je wordt wel tien keer opgeroepen om God te loven. Er worden 7 instrumenten genoemd: bazuin, luit, harp, tamboerijn, snarenspel, bekkens, en fluit. Als we dat zouden laten merken, dat we God zouden loven met al die verschillende instrumenten...In de HSV staat in psalm 150 zelfs het woord “reidans”. In de SV hebben ze dat niet durven vertalen. Iemand zei eens: Je mag zo hard halleluja roepen als je wilt, maar het gaat er dan wel om hoe jij je gedraagt als je weer met beide benen op de grond staat.
Psalm 150 is poëzie en zit literair heel mooi in elkaar. Door het psalmboek zijn we zingend verbonden met Israël. Hoewel Joden de psalmen reciteren en niet zingen...dat is jammer. De laatste vijf psalmen zijn helemaal omlijst door het woord “halleluja”. Psalm 150 heeft niet alleen aan het begin en eind halleluja, maar de hele psalm door. Bij de andere psalmen is het gemengd, maar bij psalm 150 is het aanbidding in de opperste vorm. Ik val weg en God blijft alleen over. Binnen dat hele psalmboek heb je ook weer 5 bundeltjes. Dat hebben ze mooi gedaan bij de HSV.
Psalm 1-41 is boek 1. Het eindigt met lof.
Psalm 42-72 is boek 2 en eindigt eveneens met lof.
Psalm 73-89 is boek 3, en eindigt ook weer met de lof aan God.
Psalm 90-106, boek 4 is ook weer vol lof aan het eind.
Psalm 107-150 is de 5e bundel en eindigt met een vrolijk dankakkoord, namelijk psalm 150.
Een mens is gemaakt om God te loven. We gaan pas echt leven als we God leren lofprijzen. Het woord ‘barra’ (scheppen) lijkt veel op ‘baracha’, (loven). We zijn hier op aarde om God te verheerlijken en om van Hem te genieten tot in alle eeuwigheid. De dichter van psalm 150 is vol van de Heilige Geest en daarom roept hij iedereen op om God te prijzen. Wie gelooft, gaat ook loven. Die kan niet zwijgen. Redeneren kan je nog met een ongelovig hart, maar eren kan je niet nalaten als je God kent. Het is de bedoeling dat de lof van de Heere in de kerk niet verstomt. De dichter is bang dat de lof aan God verstomt, en daarom blijft hij het roepen: looft de Heere! Met allemaal instrumenten erbij. Loven en prijzen van God is engelenwerk. Zij roepen “heilig, heilig, heilig is de Heere”. Vandaag is de zondag van de Drie-eenheid en daarom roepen ze ook driemaal heilig. God loven is het meest verheven werk dat we kunnen doen. Het is mooi als je thuis samen bidt, Bijbel leest en samen praat over de Heere en Zijn dienst. Maar dat je musiceert is eigenlijk hemels. Preken gaat mee tot aan de wederkomst, maar zingen gaat verder. In de hel mag niet gepreekt en in de hemel hoeft preken niet meer...maar zingen blijft.
Het begint met “Looft God”. Het eindigt met “Looft de Heere”. Het gaat dan om de Schepper God, die relatie zoekt met de mensen die Hij zelf geschapen heeft. God heeft er recht op en Hij is het waard! De God van de Joden, die wij mogen kennen als “Abba Vader”. Welzalig de man die niet wandelt in de weg van de goddelozen, zingt psalm 1. Psalm 150 is dan de oproep om Hem te loven. Daartussen in is jubel en klacht gemengd. Daar kom je alles in tegen wat een mens hier op aarde tegen kan komen. Pijn, verdriet, rouw, zorgen, angst....alles zit er in. Psalm 42, je herkent je er in als je God kwijt bent. Psalm 73 is herkenbaar als je God niet snapt en je niet begrijpt waarom het nou op die manier gaat. Licht en donker, het golft. Soms kun je niet meezingen omdat je verdriet hebt. Deze dichter kan het niet laten. Iemand op zijn sterfbed hoorde al mooie muziek, terwijl anderen in de kamer dat niet hoorden. Psalm 150 op je sterfbed, dat kan.
God wilde wonen in de tempel. Waar bloed van het offerlam vloeide, waar verzoening werd aangeboden. God troonde op de lofzangen van Zijn volk, daar werd Zijn lof gezongen door de priesters en levietenkoren. Als wij de Heere lof zingen, is het als het ware een stoel waarop God gaat zitten. God troont op de lofzangen van Zijn volk. Ergens anders wordt Zijn lof niet gezongen, maar wel als Zijn kinderen zingen. Dat gebeurt overal en altijd. Als bij ons de kerk uitgaat, zijn ze in Amerika nog bezig met de kerkdienst. Dan later weer in Australië. De lofzang gaat door, wereldwijd. Het is een wezenlijk bestanddeel van Gods gemeente op aarde. De engelen gaan ermee door in de hemel.
Wat er ook gebeurt in deze zware tijden, hoe dan ook, we blijven zingen, we laten ons niet van de wijs brengen. Mooi is dat.
Als je Genesis 1 en 2 leest, in combinatie met Job en Jesaja, dan lees je over de morgensterren die juichten. Sinds de zondeval worden er liederen gezongen tot eigen eer. Toen de Israëlieten verlost werden uit Egypte zongen ze weer een loflied voor de Heere. Toen Jezus geboren werd, zong Simeon met zijn oude kraakstem. In die 20 eeuwen kerkgeschiedenis, werden liederen gemaakt. Paulus en Silas zongen in de gevangenis. De vervolgde kerk zingt ook, al is het met lippentaal omdat ze anders opgepakt worden zoals in Noord-Korea. Martelaren zongen nog op de brandstapel....ongelooflijk. En zo gaat dat door tot Jezus terugkomt. Dan zal elke knie zich buigen voor Hem....Het begint in het heiligdom en zal als een vlek zich over de wereld verspreiden.
Waarom wordt God geprezen? Vanwege Zijn machtige daden en Zijn geweldige grootheid. Daar kom je dan zo van onder de indruk dat je er vol van loopt. Wanneer gebeurt dat ons? Dat we psalm 150 zouden willen zingen? Bijvoorbeeld als je je eerste kindje krijgt....Of als je trouwt......Of een huwelijksjubileum.....een genezing.....je hebt een examen gehaald....een geslaagde operatie...etc. Weet je wanneer ik het ook wil zingen? Als een zondaar bij het kruis komt en daar zijn zonden kwijt raakt...Dan wil je psalm 150 wel zingen......Dan huppel je van zielenvreugd! Verlost, gered voor de eeuwigheid. Al ben je dan failliet, maar dan kun je toch zingen. Wanneer zou je psalm 150 nog meer willen zingen voor je zelf? Misschien tijdens je stille tijd? Toen de overvloed van Gods genade je overweldigde.....? Dat kan. In de psalmen wordt vaak Gods scheppings-grootheid wordt bewonderd. De sterrenpracht die Hij gemaakt heeft...hoe groot zijt Gij! Maar ook vanwege Zijn verlossende liefde. Dat Israël bevrijd werd uit Egypte...dat God zo trouw is.
Hoe maak je God dan groot? Er worden niet alleen zeven verschillende instrumenten genoemd. Er zit een diepere laag in. Eerst wordt de sjofar genoemd, die werd bespeeld door de priesters. De priesters bespeelden de luit en de harp. Tamboerijn en reidans, dat zijn de vrouwen. Daarna de muziekinstrumenten die ook de kinderen konden bespelen. Iedereen mag meedoen. Toen koning David die optocht zag komen, kon hij niet stil blijven staan, hij moest mee doen. Hij gaat mee doen, hij danst vooruit. Michal verachtte hem daarom, maar ze was onvruchtbaar. Je kunt het allemaal afkeuren, maar dan ben je niet vruchtbaar in de gemeente. Als de Heere Jezus terugkomt, zal er een blijde schare achter Hem aangaan. Muziek raakt een tere snaar. Er kan van alles bij aan instrumenten, wat dat betreft.
Wie looft Hem? Laat alles wat adem heeft, love de Heere. Je moet dat een keer zien in Israël. Er was daar een orthodox Joods feest. Er werden psalmen gezongen, lofliederen, en iedereen mocht meedoen. Ben je dan toeschouwer, heb je kritiek, of ben je een deelnemer. Isaac da Costa zei over psalm 150: als Jezus terugkomt, wordt het werkelijkheid. Het is profetie!
De kring wordt steeds groter: het begon in het heiligdom, en dan doen de engelen mee, en dan gaan de mensen mee doen, en dan gaan de dieren en de bomen meedoen in het Vrederijk.
Misschien heeft u het gehoord, maar kan u er niet bij vanavond. Die psalm is vroeger vast gezongen in het paradijs, en hij zal ook weer gezongen worden bij de wederkomst, maar nu kan ik er niet bij. Het is hier allemaal ten dele, vals, niet zuiver. Het is “nog niet”. Theologie van de gebrokenheid.
En toch. Er is wèl iets gebeurd op Golgotha, bij de opstanding en bij Pinksteren. Natuurlijk is er veel pijn, rouw en verdriet. Je pet staat er niet naar, je zit in de put. En toch zeg ik: het begin van die eeuwige vreugde bij Gods kinderen begint al hier. Een klein beginsel. Natuurlijk zijn er dagen dat je alleen misère voelt en dat je er niet bij kan. Ze zingen bij beurtzang, staat er. De Heilige Geest geeft je toch wel eens een beurt? Dan zou je het wel willen uitjubelen... Er is ook een nochtans. Dat je met een lege stal en met lege handen toch wil zingen. Dat kan God doen. Dat Hij Zijn liefde uitgiet, soms voordat ze iets ergs mee moeten maken. Dat is niet altijd zo, maar soms wel. Dat je vooraf gesterkt wordt, om daarna een moeilijke periode mee te kunnen maken. En soms kun je ook zingen als de moeilijkheden voorbij zijn. Soms kun je ook zingen ìn het lijden. Job werd verleid om God te vergeten, maar hij deed het niet. De Heere heeft gegeven en genomen, de naam des Heeren zij geloofd....Dat is de hoogste trap in het geestelijk leven. Alles wat adem heeft.....alle mensen…. Maar niet alle mensen worden toch zalig? Er is toch geen alverzoening? Wat wilt u nu dat ik ga zeggen? Ga niet redeneren. De optocht is voorbijgegaan. Doet u mee? Of blijft u toeschouwer? Hem die op de troon zit en het Lam zij eer heerlijkheid en glorie tot in alle eeuwigheid. Uit Hem, voor Hem, en tot Hem zijn alle dingen.