Edit|
EditReeks Samenvatting:
Je hebt er overal naar gezocht, maar iemand wijst je de weg. Daar moet je zijn, die kan je helpen. Een naam, een adres. In onze tekst gaat het om de zaligheid die gezocht wordt. Niet zoals wij zeggen: zalig, zeg! Voor die echte zaligheid kunt u maar op één adres terecht. Er is maar één Naam gegeven daarvoor. Er is een enige naam, een gegeven naam, en een noodzakelijke naam.
Johannes en Petrus zijn gesteld voor de Hoge Joodse Raad, om verantwoording af te leggen: Zij waren op weg geweest om te bidden in de tempel, de plek waar de moordenaars van hun Meester hun werk deden. De apostelen gaan in geloof. Ze hadden een kreupele man aangetroffen. "Zilver en goud hebben we niet, maar wat we hebben geven we u". Huppelend van vreugde stuurde God hem het tempelplein op. De apostelen werden in de boeien geslagen. Hetzelfde wat de Heere Jezus had meegemaakt, geboeid voor de Joodse Raad. Een dienstknecht is niet meer dan z'n meester.
Mag dat niet? Iemand beter maken? Maar in wiens Naam is het geschied? Petrus mag het zeggen: door de Naam van Jezus Christus,die jullie verworpen hebben.
Als je genezen wordt door een wonder, dan kan het niet meer stuk in je leven. Wie denkt er aan zijn of haar zaligheid? Wij toch? Wij zijn toch in de kerk? Nou, het is zo: God maakt Zich druk erover, Hij is bewogen over mensen die niet zijn bewogen in zichzelf! Zalig worden is verlost worden van het grootste kwaad, onze opstandigheid tegen God. En gebracht worden tot het hoogste goed. Dat grootste kwaad beheerst je. `Wat geeft het, iedereen doet het toch?` Als in een karretje in een supermarkt: gooi maar vol, dat zondetje kan ook nog wel. Maar er komt een afrekening als het karretje leeg moet. Hij roept ons om rekenschap te geven, zo serieus neemt Hij ons. Een schat van toorn verzamelen wij.
Het tegendeel van de zaligheid is eeuwige verdoemenis. Ver weg van God in eeuwige jammer.
Petrus zegt: alle wegen lopen dood als het gaat om de zaligheid, op één Naam na. Hebben wij dat zelf ook ontdekt? Dat we bij de Heere Jezus moeten zijn? Ziende op mij zelf kan ik wanhopen - buiten Jezus is geen leven. Al lig je 40 jaar op de knieën om te bidden, al zet je je 40 jaar in voor een goed doel. Wat heb je dan verdiend? Op je zelf? Niet meer dan de hel… Alleen in Hem en volkomen in Hem ligt de zaligheid. Van mezelf houd de boze mij vast en: ik houd de boze vast… Hoe kom ik er vanaf? Jezus verlost, neemt mijn zonden weg, vernieuwt mijn leven. Dat kan ik allemaal niet. Een nieuw hart, nieuwe wegen gaan volgen. Ieder die de Naam van de Heere Jezus zal aanroepen zal zalig worden. Je moet Hem áanroepen. Hij roept ons: wend u tot Mij, word behouden.
Petrus' gehoor kan het niet bevatten. Er is een Naam door God gegeven. Door God aangesteld. Eenzijdig als de prediking van Paulus was: Jezus Christus en die gekruisigd. Het is niet in mij, ook niet een beetje in mij. God oordeelt over mij. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet. Kan God anders dan op mij toornen? Eén houvast: Christus. In Hem ziet God ons genadig aan, die Naam heeft Hij ons gegeven. Alle godsdiensten alle ideeën (en wij ook) worden van tafel geveegd. Die weg, die deur staat voor iedereen open.
Het is een noodzakelijke naam. Wij moeten zalig worden. Dat woord lees je niet vaak in de Bijbel. Het moeten der liefde. Je moet het medicijn nemen, anders kun je niet beter worden. Het moeten ook, van de raad van God. Zo heeft Hij het bepaald in Zijn eeuwige Raad. God liet Zich verbidden: Ninevé - toen kwamen er bij, maar de zaligheid staat vast. De Zoon des Mensen moet veel lijden. Dat goddelijke moeten was onwrikbaar, de Heere Jezus kon er met eerbied gezegd niet onderuit. De Heere Jezus heeft Zichzelf er niet mee gezocht of gediend.
Leer om te vluchten tot Jezus. Laat ons ons wenden tot Hem in de gehoorzaamheid van het geloof. Laten we onze eigen naam ervoor over hebben, dat Zijn naam groot en heerlijk is. Proeven dat de Heere goed is. En spreek een goed woord van Hem, tegen wie ook, een moslim, een boeddhist. Die ene naam is ook voor hen.