Edit|
EditReeks Samenvatting:
2 gedachten:
- een aantal situaties (vs. 1-8)
- een paar conclusies (vs. 9-15)
Voorspoed en tegenspoed wisselen elkaar af. In de laatste "kerk op Zuid" stonden er drie geboorte-aankondigingen, zes trouwerijen en twee overlijdens-berichten. We worden meegezogen met de stroom van de tijd.
Prediker 3 is een lied over de tijd en eindigt in de eeuwigheid (de mens gaat naar zijn eeuwig huis). Er worden 28 levenssituaties genoemd, met 14 tegenstellingen. In vers 9 t/m15 worden er conclusies uit getrokken. Voor alles is een vastgestelde tijd, maar dat hebben we niet in onze hand. Onze tijden zijn in Gods hand (psalm 31). In welke situatie herkent u zich het meest en welke plaats heeft God hierin gehad? Salomo is het boek Prediker begonnen met de woorden "ijdelheid der ijdelheden". Welke waarde heeft het leven op de aarde als we beseffen dat we weer vergeten worden?
1. Een aantal situaties (vs. 1-8)
Er is voor alles een vastgestelde tijd (vers 1). Heeft u ok een vastgestelde tijd voor stille tijd? Neem je de tijd om te knielen en te praten met God? De Heere heeft recht op het beste deel van je tijd.
Er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven (vers 2). De vreugde van de wieg en het verdriet van het graf wisselen elkaar af. Hiertussen zit onze kwetsbare levensdraad. Er komt een keer een eind aan ons leven, bij de ene eerder dan bij de andere. We mogen denken over gezinsvorming, maar moeten niet denken dat we het in onze hand hebben. Salomo zegt hier niet "er is een tijd om te leven". Het leven gaat als een schaduw voorbij. Het is net een vallende steen die steeds harder naar benden gaat. In de tijd die we leven moeten we wederom geboren worden. Gezegend ben je als je in liefde geboren bent en je zalig sterft. In de tussentijd moeten we de Heere Jezus gezien hebben. Daar is haast bij, want het resterende stukje tijd wordt dagelijks kleiner.
Er is een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te trekken (vers 2); wanneer dit precies is, is afhankelijk van de omstandigheden (zoals het weer). Er is een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen (vers 3): dit kan gaan over huizen en over kerken. Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen (vers 4). Het is dus niet zo dat in het leven eerst het positieve en daarna het negatieve komt. "Soms legt God ons in de honing, maar soms ook in de pekel", zei ds, van der Poel. Alles wisselt op Zijn wenken. "Er is een tijd om te zoeken en een tijd om verloren te laten gaan" (vers 6): soms moeten we iets loslaten in het leven, zeker als we ouder worden. Niets is hier blijvend: dat is de realiteit.
"Een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken" (vers 7). Soms moeten we meer zwijgen, het is niet altijd gepast om iets te zeggen. "Er is een tijd van oorlog en een tijd van vrede" (vers 8): ondanks de VN en de wereldleiders hebben we ook dit niet in de hand.
Tegenslagen kunnen ons soms juist tot God leiden, dan wel dwingen.
2. Een paar conclusies (vs. 9-15)
Eerste conclusie: God heeft alles mooi gemaakt (vers 11, Gods goede schepping). Door de zondeval zijn er echter tegenstellingen en zwoegen gekomen. Adam wist niet wat er tegenover lachen stond.
Tweede conclusie: al het genieten is een gave van God (vers 13). We mogen genieten van het goede wat God ons geeft. Als u niet meer onbezorgd kunt genieten overtreedt u een gebod van God. Er is zelfs een Joodse wet die zegt dat je rekenschap moet geven van al het goede van God waar je niet van genoten hebt. We moeten daar nu van genieten en God er dankbaar voor zijn.
Derde conclusie: het werk dat God doet blijft voor eeuwig en is volmaakt (vers 14). Wat doen wij in de tijd die God ons geeft? Als we onze tijd niet goed besteden moeten we niet vreemd opkijken als er veel mislukt. Ons werk is gebrekkig en onvolmaakt. Gods werk is wel af. Jezus zegt: "Het is volbracht". Hij is gekomen om ons prutswerk te volbrengen.
God heeft de eeuw in ons hart gelegd, d.w.z. historisch besef en de mogelijkheid om aan de toekomst te denken. Er blijft een hunkering in ons hart naar iets blijvends. Bij God is dat blijvende te vinden. Het vacuüm in ons hart kan alleen door God opgevuld worden. De meest ideale dingen in deze wereld (werk, huis, partner, vakantie, etc.) blijven onvolmaakt.
God geeft ons genadetijd opdat wij Hem vrezen, zodat wij in vreugde en verdriet naar Hem toegaan. Jesaja vroeg "wie is er onder u die de Heere vreest?" Dat is het doel van ons leven, zodat we heilig voor Hem leven en met Hem wandelen.
We leven nu, in het heden, de welaangename tijd . We horen nu de stem van de Heere en die moeten we tot ons door laten dringen. Het is hoog tijd om God toe te laten in je leven. Hij klopt bij je aan, ook nu tijdens de prediking.
Er was eens een moeder met een dochter. Hun huis raakte in de brand en bij het redden van haar dochter raakte de moeder aan beide handen verbrand. Als de dochter volwassen is gaat ze (tegen de wil van haar moeder in) samenwonen en wil ze niets meer met haar moeder te maken hebben. De moeder gaat haar dochter opzoeken. De hulp doet open, maar de dochter laat weten dat ze geen tijd heeft. Dan zegt de moeder dat er een vrouw voor de deur staat met twee verbrandde handen. Dan komt de dochter wel. Zo staat er een Man voor jouw deur met doorboorde handen en vraagt aan jou om binnen te mogen komen. Laat Jezus binnen in je hart, want het is tijd.