Op het plaatje op de zondagsbrief zie je Abraham en in de lucht een afbeelding van de Heere en een grote stoet – dat is zijn nageslacht en de Stad. De roepende God, hij verwachtte de stad en hij zou een groot nageslacht krijgen.
Abraham verlaat je land, verlaat je stam, zingt een kinderlied. Je moet gaan wonen in een land dat ik zal tonen. De Joden kennen hem, de Samaritanen, wij als christenen en de islam, Ibrahim galiel, de vriend van God.
Paulus stelt hem tot voorbeeld voor de Hebreeuwse gelovigen. Ze waren overgegaan van Mozes naar Jezus. De Joden zeiden, waar is hij dan? En waar is zijn rijk dan?
Jullie geloof is al het geloof van de Oude Testament-heiligen geweest. Een geloof dat breekt met het verleden. Dat in het heden gehoorzaamt, als gast verblijft en uitziet naar een heerlijke toekomst.
Het geloof is de vaste hoop van de dingen die men hoopt. Het kijkt vooruit. En omhoog.
We hebben een offer nodig, dat leren we van Abel. Je mag ook wandelen met God, als Henoch, en je veroordeelt de wereld van nu en ziet uit naar de toekomende, Noach. Nu vers 8
1
Door het geloof vertrekt hij. Naar een onbekende plek. Wij gaan altijd naar een bekende plek. Abraham had niets.. de Heere had ook niet gezegd, het wordt heerlijk en comfortabel. Hij vertrouwt op God. Het was biologisch onmogelijk dat Abraham en Sara nog een kind kregen, Het geloof gaat verder, dieper dan je verstand. Het is ten diepste niet redelijk, normaal. Hoe u het gaat doen weet ik niet, maar dat u het gaat doen, ik vertrouw U.
In Delfsthaven, de pelgrimsvaderskerk. 1620 waren er geloofsvervolgden, zij kwamen uit Engeland. Nederland was hen niet vroom genoeg, ze zouden naar Amerika gaan om volgens Bijbelse normen en waarden te leven. In Engeland gingen ze in een groter schip, de Mayflower. De geestelijke grondleggers van Amerika. Zo de gelovigen uit de Hebreeën. Het kostte veel, er kwam een breuk en een keuze. Als de keuze een keer gevallen is, kun je niet meer terug. Zo kan het in je leven zijn. Als je de zending in gaat. Je verlaat alles en gaat naar Congo, Malawi. Thailand, Cambodja – of als je van religie verandert. Je bent moslim en krijgt een bijzondere openbaring van de Heere Jezus. Je laat alles achter. Je weet niet waar je uit komt. Maar je weet wel: Hij gaat mee. Het kan zijn dat je van kerkgenootschap verandert en zo ervaart. De familie was er niet blij mee. En het gaaf heel wat strijd en misschien tranen. Maar je kon niet anders. De liefelijkheid van de Heere – daar ik kan ik niet zonder.
Hoe komt een mens zo ver dat hij alles opgeeft om trouw Hem na te volgen. Abraham werd geroepen, maar in Han 7:2 lezen we: De God der heerlijkheid verscheen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was. De glorieuze God. Die verscheen hem en dat was zo'n overweldigende ervaring. Hij zag iets van de glorie van God. Hier ben ik, Heere. Dat is het geheim. Als de Heere iets laat zien van Zijn glorie.... geen argumenten meer, dan ben je om. Saulus – was ook radikaal om. Dan kun je los laten om God achteraan te gaan.
Op het schip zaten pelgrims maar ook strangers, avonturiers, om goud te zoeken. God zoekers en goud zoekers. Wat ben jij nu? Heb je de roeping gehoord?
2
Hij verbleef, door het geloof. Hij kreeg het nog niet, hij vertoefde er als vreemdeling. Katoikos, bijwoner, geen inwoner, die vast zat. Maar hij woonde in tenten. De Heere had het land hem beloofd en hij was geen eigenaar. En had ook nog geen nageslacht. Lot kocht een huis in Sodom, een ander type gelovige. Abraham had een tent en een altaar. Pelgrims leven een beetje apart. Wel mensen van vlees en bloed. Abraham had ook zijn zwakke kant. De geschiedenis met Hagar wordt hier echter niet beschreven. Maar hij leefde midden in de werkelijkheid. Lijk ik op Lot of Abraham, wereld gelijkvormig of -vreemd. Alhoewel, Abraham is niet wereldvreemd, hij had bezittingen, en zette zich in voor Lot deed voorbede voor de stad. Maar Lot: als je geen altaar hebt., druk met je huis en de stad, als je geen tijd meer hebt voor aanbidding en gebed, dan ben je wereldgelijkvormig. Vreemdelingen die niet vreemd zijn, maar van een Ander zijn. Gij geheel anders.
Jullie zijn niet als de goddeloze wereld en niet als de relgieuze Joden, maar geheel anders.
Eigen cultuur, hun taal is anders. De gewoonte anders. Hun goden zijn anders, liederen zijn anders. Donderdag op Thorakring ging het over grote Verzoendag, het Kol Nidre lordt gezongen aan de vooravond, zo veel emotie – 20 eeuwen vervolging komen daar in mee. Anders.
Zo is het met christenen ook in onze tijd, je kleed je anders, je doet anders, je bent anders, je taal is anders, vreemdeling in deze wereld.Je werkplaats is hier maar je woonplaats is boven. Toch heimwee in je hart, liever boven. Maak ik wel het verschil als christen, of kunnen ze het niet zien? Ben je een trendvolger – 'moet kunnen, het gaat om je hart..' maar het gaat wel degelijk ook om de buitenkant, dat is niet wettisch.
In de brief aan Diognetus (2e eeuw) over christenen, stond al: ze delen wel een tafel maar niet hun bed. Je leeft niet naar het zondige vlees. Je thuis is in de hemel daar verlang je naar. Ze trouwen, krijgen kinderen maar leggen ze niet te vondeling en laten ze niet weghalen ook al is het kindje zelf niet goed.
Zo is het nu. Als ik dit in het hart houd, kan ik het ook volhouden, je bent geen tourist of zwerver, maar een pelgrim, weg van Ur en onderweg, maar je hebt ook een eindbestemming. Om de belofte in ontvangst te nemen. Je gaat een grens over, van Babel naar Israël.
3
Hij verwachtte, de stad die fundamenten heeft. Een hemels vaderland. Abraham kwam in Kanaän. Zijn nageslacht is ook net veel soeps geweest, dat zand aan de zee heeft hij niet gezien. Hij heeft er maar een paar gezien. Hij geloofde wel dat God het ging doen. Aan Israel zou het gegeven worden. Hij gaat hem nog veel mooiers geven. Als die stad straks uit de hemel neerdaalt. De hemelse hoofdstad van het Messiaanse rijk. Wat een ver gezicht, want een geloof. Open 21 spreekt van dat fundament. Wij mogen er al wat meer van zien. Hij heeft het geloofd en hij heeft het omhelsd, begroet. Zijn hand uitgestrekt, hunkerend om er binnen te gaan. De Hebreeën hadden het ook nog niet.
Abraham had een hoop steden gezien. Maar dat waren ze niet. Hij verlangde er naar.
Waar ga je naar toe op vrijdagavond – naar 'de' stad. Een terrasje pakken. Ik ga naar de stad zegt Abraham. Die fundamenten heeft, Jerzualem dat boven is. Jeroesjalaim, – een dualis, een tweevoudsvorm (geen meervoud en geen enkelvoud). Je hebt een aards en hemels Jeruzalem. Wij hebben hier geen blijvende stad.
Hoop idealen, maar dat gaat niet – God is echter de Bedenker èn de Uitvoerder, het zal zijn naar zijn volmaakt bestek. Niet als Ur of Babel, of het aardse Kanaän, maar het hemelse.
Een land heeft grenzen. Ook de hemel heeft grenzen. Stel je voor dat je voor gesloten grenzen staat? Als al die vluchtelingen, vreselijk.
Waar geen onreine binnen zal komen.. Alleen door het geloof. Van het type van Abraham. Door het geloof in de Zoon van de belofte. Door het geloof geleefd en gestorven. Als het leven je Christus is, is het sterven alleen maar winst. Hoe kom je er binnen? Door iets wat de Heere Jezus zegt in het Nieuwe Testament: Joh 8:56 “Abraham, uw vader, verheugde zich er sterk op dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft [die] gezien en heeft zich verblijd”. De dag van Christus. Hoe heeft hij dat dan gezien? Door Izak misschien wel. Zeker als dat kind geofferd moet worden, en v19, dat hij als het ware dood geweest is en hem zo weer terug kreeg. Na drie dagen zullen we terug komen. Daar zag hij iets van de komende Christus.
Hebreeën, als je dat vergezicht niet verliest, die visie mag houden – waar heen gaat het pelgrims? Hoofd omhoog. Laat Lot dan maar kiezen. Maar mijn erfstuk is boven.
Zo'n verlangen, met opgeheven handen, zoals zeelui, die de oversteek maken, en je weet er staat familie te wachten. Herkenning. Straks mag ik daar mijn Heer ontmoeten. Wat een hoop, dat moet al ons leed verachten. Reisgenoten, pelgrims, hoofd omhoog, daar is de vreemdelingsschap verdwenen en wij zijn dan in het Vaderland.