Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2016-06-19 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Een langzame leerling Voorbereiding HA

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 16:8 Mat 16:1-12 Soorten van geloof

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Ongeloof van de farizeeërs vs 1
Onbegrip van de discipelen vs 9
Onderwijs van de Heere Jezus vs 11

Het is vandaag Vaderdag. De Hemelse vader is zo goed dat hij volgende week een maaltijd klaarmaakt voor zijn kinderen. Hij wil ze voeden. Een rabbi had één laatste wens: hij wilde graag iets zien van de hemel en van de hel. Een engel nam hem eerst mee naar de hel. Daar zag hij een tafel met heerlijk eten erop. Erom heen magere en sombere mensen. Hun stijve armen belemmerden net pakken van voedsel. In de hemel stond ook een tafel met blijde mensen. Iedereen genoot. Ze hadden ook stijve armen maar ze hadden elkaar lief: de een stopte het in de mond van de ander die tegenover hem zat. Het gaat om verzoening aan het kruis. Het kruis heeft een verticale én een horizontale balk.
Als ze wel aanzit, maar elkaar niet aanziet, ontheilig je de Tafel.

Wilt u mij leren dat U zachtmoedig bent en nederig van hart? Dat is het thema van de preek. Je kunt magerheid aan je ziel hebben omdat je geen liefde hebt tot elkaar.

Ongeloof van de farizeeërs
Het zuurdeeg mocht je wel hebben maar niet met Pascha. Het zuurdeeg is een beeld van de zonde. Het lam en het zuurdeeg mochten niet tegelijkertijd in je huis zijn. Zo ook: Jezus en de zonde kunnen niet samengaan. Je kunt ook het verkeerde je huis uit doen, maar dan is het lam er niet. Geloof en bekering gaan samen op. Wat moet er opgeruimd worden?

In het NT wordt er 6 keer gesproken over zuurdeeg. Het is altijd negatief.
4 keer door Jezus, twee keer door Paulus
1. Matth. 13: 33: Afgoderij
2. Matth. 16:6: Huichelarij, traditionalisme, wetjes en regels
3. Matth. 16: 11: valse leer, loochening van Bijbelse zaken
4. Markus 8:15: wereldsgezindheid, lef en durf om dwars te liggen
5. 1 Kor 6: immoreel gedrag
6. Gal 5:9: wetticisme, gebod op gebod, regel op regel.
Welke van de zes komt het dichtste bij mijn leven? Laten we er met zijn allen over nadenken.

Nu gaat het dus over Mattheus 16:6. Het zuurdeeg van de Farizeeën. Jezus geeft hier een dubbele, ernstige waarschuwing. Let op zijn beloften én zijn waarschuwingen!

1. Ongeloof van de farizeeën
Laten we eerst kijken naar het verband. Er gingen in Matth. 15 machtige wonderen en tekenen aan vooraf. Dan vragen de farizeeën doodleuk om een teken uit de hemel. Waarom? Om Hem te verzoeken. Hoe duidelijk wil je het hebben dat de Heere je roept? Tekenen op tekenen, zoals Gideon? Ze wilden gewoon niet. Farizeeën (strenge rechtzinnige traditionalisten) en Sadduceeën (namen Gods woord niet serieus, rationalisten) waren water en vuur maar vormden een bondgenootschap: tégen Jezus! Niets schept zo’n band als een gezamenlijke vijand.
In Markus 8 staat dit deel ook, met erbij dat Jezus diep zuchtte in zijn geest. Bij een lichamelijke kwaal deed Hij dat maar als er geestelijke tegenkrachten zijn, zuchtte hij nog dieper. Hij waarschuwt tegen de kracht van het ongeloof: linksom of rechtsom wijst het ongeloof Jezus af. Wat heb jij nou met Jezus? Vraag dat jezelf deze week eens af. Als de leiders Hem afwijzen, gaat het volk daarin mee. Het gist besmet de mensen. Hoe kom je naar Jezus toe, naar de tafel?
Ds. W.L. Tukker zegt over dit deel: Farizeeërs worden als eersten genoemd omdat dat gevaarlijker is Een leer van toestemming maar geen één van hen heeft Jezus’ voeten natgemaakt met zijn tranen, of is aan Zijn voeten gaan zitten. Je kunt je ontwikkelen, wat lezen, maar niet knielen voor Hem.
2. Onbegrip van de discipelen
Jezus noemt ze kleingelovigen. Angst overstemde alles in het bootje op zee. Hier is het onbegrip, klein inzicht, gebrek aan kennis. Hoe kwam dat? Ze waren brood vergeten, dus bezig met aardse dingen. Ze begrepen niet wat Jezus bedoelde met dat zuurdeeg, dachten dat hij echt brood bedoelde. Hoeveel vraagtekens staan er in dit deel? Wel vijf. Jezus verwijt ze eigenlijk. Klein geloof betekent dat je bezet bent met aardse dingen. Je spreekt niet met Jezus. Het heeft te maken met weinig verstand/domheid in geestelijke zaken en weinig goddelijk licht. Onverstand en traagheid van hart. Is dat herkenbaar? Dat de Heere wonderen heeft gedaan en iedere keer pak je je zorgen weer op en tob je? Jezus zegt dit tot zijn eigen volgelingen. Farizeeën zien niks maar Gods kinderen zien blijkbaar maar half. Eén ding: hun hart zat wel op de goede plek.
Dogmatiek zonder genade maakt mensen met een waterhoofd. Beter een ons genade dan een kilo dogmatiek. Mag je als kleingelovige aan het Heilig Avondmaal? Ja, het dient ertoe dat Jezus groter voor je gaat worden!

3. Onderwijs van Jezus
Je hebt maar weinig deeg (=zonde) nodig en het geheel wordt ervan doortrokken. Jezus zegt dit tegen zijn discipelen als eerste dienaars van de kerk en door hen heen tot al zijn kinderen en knechten door de eeuwen heen. Het richt zoveel schade aan, dat principe van toedoen en afdoen aan de schrift. Kijk uit voor allerlei randvoorwaarden! Wat denk je over het Woord van God? Is het heilig voor jou, ook in zijn geheel? Je zet er toch geen stolp op? Geloof je nou in Jezus, heb je je aan Hem overgegeven? Geloof je dat er een hel is, dat je verloren kan gaan zonder Jezus? Nee, dan ben je een Sadduceeër. Heb je nog liefde voor de mensen? Of wil je je eigen gelijk hebben?

De vervolging door geweld is niet het ergste. Jezus waarschuwt ernstig voor traditie en ratio, de mens in het middelpunt. Heere, leer me op Uw school, U te kennen, dat ik mag groeien in de kennis van onze Heere en Heiland!

Edit