Edit|
EditReeks Samenvatting:
Er zijn nooit zoveel veranderingen opgetreden in de geschiedenis als in de vorige eeuw. Al die veranderingen hebben te maken met de nieuwe plaats die het gezag heeft gekregen. De filosofie van de mens zonder God. De zeggenschap van God wordt niet meer doorvertaald naar hier en nu. We doen ons eigen zegje, ook tegen God. Dat geldt ook voor het ouderlijk gezag. Dat is niet meer noemenswaardig naar de maatstaf van de Heilige Schrift. Dat doet ons schrikken. Gezag was er vroeger, van de kerk, van de ouders. Gezag is een vies woord geworden. Wat moet je er mee? Het is een humanistisch denkpatroon dat het goede van de mens beoogt en wil blootleggen, maar zonder God. Met God weet men geen raad, dus daardoor eigenlijk ook niet meer met gezag. Gezag zonder God is eigenlijk onmogelijk. Onlosmakelijk verbonden.
Het komt ook daardoor, dat er vroeger erg *makkelijk* met gezag werd omgegaan. Het was er punt uit. Wetticisme. En het kil uitoefenen van gezag heeft een reactie opgeroepen van bandeloosheid. Vragen van het kind werden niet serieus genomen. Je had maar te luisteren. Een Calvinistische strengheid die weinig van doen had met het evangelie. Zelfonderzoek is geboden. Konden ontsporingen niet hiermee te maken hebben? De leefpatronen zonder God hebben het gauw gedaan, maar wat zit er in onze eigen houding toen?
Paulus wijst de kinderen op hun plicht. En dan de ouders. Dat vind je niet in het vijfde gebod. Maar het heeft er zoveel mee te maken! Wat zijn er niet voor gevolgen geweest van tiranniek gedrag, incest(!) etc
Het is opmerkelijk dat Paulus dit ziet zonder zelf vader te zijn. Een troost voor diegene onder ons die vader noch moeder zijn. Paulus is een vader in Christus in de gemeente. God kan het invullen op een heel aparte wijze.
Vaders verwekt uw kinderen niet tot toorn. Vader moet dus maar nooit meer straffen? Niet streng zijn? Want dat is zo ouderwets? Alleen door je voorbeeld een beetje corrigeren? Zo wordt er momenteel volop geredeneerd door de moderne opvoedkunde en ook in de gemeente. Maar dan heb je de Bijbel tegen je. Wie heeft het voor het zeggen? De Bijbel of de moderne psychologie? De God van de Bijbel straft waar ongehoorzaamheid is. Hij straft om goed te kunnen doen, in het kader van Zijn liefde. Geen lievigheid, maar de liefde die Hij zelf is. Ook in de opvoeding van onze kinderen is de straf op zijn plaats. De straf voor een ongehoorzaam kind mag niet bovenmatig zijn, of uit hardheid - wie wint zaait… Als je straft uit geprikkeldheid bereik je het tegenovergestelde doel. De kinderen voelen aan dat je straft vanuit onmacht. Wie boos wordt los van God is zwak. Onderschat de intuïtie van de kinderen niet.
Straf en vermaan, maar vanuit zelfdiscipline. En dat leer je alleen aan de voet van het kruis. Je weet: ik verdien de eeuwige straf, maar mijn God vergeeft mij eindeloos. De hoogste straf en de hoogste liefde wordt aan het kruis zichtbaar. Daar mag je als Christen weet van hebben.
We moeten goed beseffen dat we onze kinderen niet hebben voor ons eigen plezier. Ieder kind is een heel eigen persoonlijkheid. We moeten ons inleven in de eigen denkwereld van onze kinderen. Daar moet je kind voor worden, naar gelang de leeftijd en het karakter van het kind. Je kunt je eigen denk- en leefpatroon niet opdringen bij je kind. Ze zullen het juk afschudden - het was te zwaar om te dragen en ze gaan. En er wordt zoveel geleden op dit punt. Maar een Christen moet ook aan zelfanalyse doen. Waar kan het fout gegaan zijn? Je kunt klagen, maar het mocht zijn dat je alleen de vruchten plukt van eigen akker. Verwekt uw kinderen niet tot toorn.
Opvoeding in de liefde. Voed ze op in de lering en de vermaning van de Heere. Want onze kinderen zijn niet van ons. Je mag een poosje voor ze zorgen. Ze worden zelfstandige persoonlijkheden. Is onze opvoeding vaak niet zelfzuchtig? We zien graag onze eigen carrière terug in onze kinderen om mee te pronken - dit gaat ook dwars door mij heen. Of dat ze gaan bereiken wat wij niet konden. Kinderen met wie je voor de dag kunt komen. "Mijn zoon…", "onze dochter…" "- nou bij jullie is het niet veel geworden, wel?" Natuurlijk mag je het beste zoeken voor je kinderen. Naar een zo goed mogelijk plaats. Maar het mag de opvoeding niet beheersen. Wel dat ze in een rechte verhouding met de Heere komen of blijven zullen. Een kind van God te zijn. Fietsenmaker of chirurg. Staat dat voorop?
In de lering en de vermaning van de Heere. Lering, een praktisch accent. Handelen, zoals je bij iemand in de leer ging, om het handwerk te leren. Gedrag overeenkomstig het gebod van God. Pa meent wat hij zegt, en ma leeft er zelf uit. Praktisch voorgaan in het leven met de Heere. Vermaning komt er mee overeen, maar legt de nadruk op het gesproken woord. Voortdurend in de kennis en genade van de Heere Jezus Christus opgroeien. Gij geheel anders.
Er moet nogal wat vlees gekruisigd. Hoe ver zijn wij op dit punt? Bent u bekeerd? Als je met je kinderen `wappert`, maar ze kennen geen genade. Hoe werelds kunnen we als gemeente worden!
In het Oude Testament gaat het steeds om vermaning. Vertel het met je eigen woorden. Kinderen veranderen zo: van open spontane kinderen naar ingekeerde, gestreste pubers, en dan: je moet dat boekje eens lezen… kan het niet in eenvoudige eigen woorden wie God voor je is, en voor je geweest is, in crises? Bij God kun je terecht. Niet hebben over theologie maar wie de Heere voor je is.
De vader was een priester in het eigen huis. De vertegenwoordiger van God in het gezin, dus…! Hij was onmiddellijk verantwoordelijk dat zijn kinderen leefden naar Zijn wetten. De eerste plicht en taak van de ouders. Laat het niet over, nu, aan de catechese of de school, ook al is christelijk onderwijs nog zo te waarderen. Maar het ligt bij u en mij en door school en catechese worden we daarbij geholpen.
Onze kinderen worden beïnvloed door van alles en nog wat. Enorm! Als christen-ouder sta je voor een onmogelijke taak, maar: met God kan het. Ik ben Die Ik ben. We hebben dezelfde God onder welke cultuur ook. Je wordt enorm alleen gezet in deze cultuur, maar je mag staan met God. Er zijn twee wegen, zelf erin voorgaan, `live` en dan mag je zelf de Heere vrezen en dan pas krijg je wijsheid om in te springen op de situatie van dat moment voor dàt kind. Onderwijzen, opvoeden in de plaats van God. `Maar ik ben de Heilige Geest niet`. Zo kom je er niet vanaf: Hij door u.
Mijn ouders denken over dingen na in het licht van Gods woord - dat blijft hangen. Gij geheel anders, gij vaders, moeders. Als de kinderen met vragen komen heb je een prachtige gelegenheid om de Bijbelse sporen toe te spitsen op hun vraag. Zo lezen we dat in Deut 6. De Heere heeft ons uitgeleid. Pa, waarom mag dat niet? Een prachtige gelegenheid. "Pa en ma zijn niet beter dan de ouders van je vriendje, maar God liet ons zien hoe verkeerd het was, en de Heere Jezus heeft onze bevrijd van de slavernij van de zonde, en daar kunnen we niet meer in mee". Zo het evangelie te brengen.
In ons huis moet een altaar staan. Job zegt: misschien hebben mijn kinderen gezondigd en hij offert op het altaar. Waar het bloed van Jezus is. Luister kind, pa snapt je wel, maar mijn Heere Jezus heeft mij geleid uit het diensthuis van de zonde. Onderschat de kracht van het altaar in het gezin niet. Ik vrees soms dat het weg is. Wel kerkgang en godsdienst, maar waar is de kracht van de Godzaligheid? Laat er tenminste één keer per dag een moment zijn dat je als gezin rond de Bijbel zit. Laat de kinderen in eigen Bijbel meelezen en ga hardop voor in het gebed, als priester. Ik hoor nog mijn vader bidden.
Op deze band met Elkaar lopen de vernietigende krachten van de satan dood. Daar staat Jezus borg voor. Waar liefde woont. In het leven tot in eeuwigheid je kinderen voorgaan, nu en straks.