Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2016-07-02 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Geloofsverwachting

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Heb 11:17 Heb 11:17-22 Hebreeën

Edit| EditReeks
Samenvatting:
4 sterfgevallen
1 Izak symoblosch
2 Sterfbed van Izak
3 sterfed van Jakob
4 sterfbed van Jozef

Soms is het goed toeven in een sterfkamer. Hebt u dat wel eens meegemaakt? Dat vergeet je nooit meer. In Goudswaard was een oude vrouw, van Ger Gem in Ned, de hervormde dominee mocht daar komen. Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen, hebben we gezongen rondom haar bed. Dat vergeet je niet meer.

"Geloofsverwachting"
1 Abraham
2 Izak
3 Jakob
4 Jozef

Iets over de achtergond. Messiasbelijdende Joden, die zijn er nu ook, we leven in profetische tijden. Dorre doodsbeenderen, we zien nationaal herstel. Maar sinds de 70-er jaren ook Jews for Jesus. Belangrijk teken. Ze leven kosjer, houden de feestijden van de Heere en leven in Israel dat is iets nieuws. Zij hebben het moeilijk, ze horen niet bij de kerk, en niet bij de Joden. Zo was het in de Hebr brief ook, tussen het jaar 30 en 70. Jullie geloven in Jezus zeiden de Joden, maar waar is Hij dan? Hij heeft het koningschap niet hersteld. Ze dreigden te wankelen. Dan grijpt Paulus de pen, hij stalt uit hoe rijk de Heere Jezus is en laat iets zien wat het karakter is van het geloof. Het was in het OT net zo. Daar hadden zij ook een geloof, dat je niet kon zien. Dat koninkrijk komt wel, al zie je het niet.
Wij zien er ook niet veel van. Leven door geloof, niet aanschouwen. Niet zien toch geloven. Je ziet soms het tegendeel. Geloof is in zekere zin met gesloten ogen lopen aan des Vaders trouwe hand. Niet stiekem kijken – U laat me toch niet in de sloot lopen..?

Abraham had niets, gaf alles op. Gehoorzaam om weg te gaan, zo zijn jullie geroepen om Christus te volgen. Abraham was vreemdeling in een vreemd land. Zo jullie ook. Op pelgrimsreis.

1
Door het geloof heeft Abraham.. de Heere werkt altijd door de dood heen naar het leven. Wat een moeilijke les. Abraham had een afgestorven lichaam. Letterlijk: hij kon geen zaad meer uitstorten, en het ging Sarah niet meer naar de wijze der vrouwen. En door die ‘dode’ lichamen was God bij machte om toch Izak geboren laten worden, zo geloofde Abraham. Hij moest er 25 jaar op wachten. Hoe ouder hoe onmogelijker het was.
En vervolgens moet hij worden opgeofferd. Door de dood heen naar het leven toe. De zoon van de belofte wordt de zoon van de opstanding, zo ging het met de Heere Jezus. De Joodse traditie zegt dat Abraham 10x beproefd is, soms gehaald, soms gezakt. Als je Jezus navolgt, kost je dat alles. Tot geloof komen kost niets.
Wilde God weten of hij wel een echte gelovoge was? Nee, dat goud zag Hij al. Maar hij wilde dat goud naar boven brengen zodat het zichtbaar wordt voor anderen.
Eniggeborene, Gen 22. Hier ben ik, Heere. Bereid om offers te brengen. De vaderliefde wordt op de proef gesteld. Wie heb je het meest lief. Alzo gingen die beide tesamen. Vader en zoon. Hij had een mes en vuur. Zo gingen Vader en Zoon op naar Golgatha. Het Lam ten brandoffer. Elke stap dichterbij. Wat zal dat hebben geschreeuwd en gebloed. Heere God, moet dicht echt? Hij heeft Izak geofferd, met zijn hart. Hij overwoog – hij trok conclusies. Door Izak krijg je een groot volk. En Hij moet geofferd – of hij blijft in leven, of hij sterft en komt weer tot leven. De geloofsconclusie. Het zal toch door Izak moeten. Hij kreeg hem als het ware daaruit ook terug. Abraham had het al gezien in zijn eigen lichaam.
Wij zullen samen weer terug komen. Opstandingsgeloof. Wat moet het geweest zijn toen die stem kwam ‘Stop, Abraham’.
Houd dat vast, Hebreeërs.

2
De sterfkamer van Izak. Opstandingsgeloof kijkt naar de toekomst. God wil kinderen redden. Jezus wil ze allemaal in Zijn armen krijgen. Een verschrikkelijke leer dat er maar een paar uitverkoren zijn. Door het geloof. Het is niet individualistisch. Ik wil niet alleen aan die hemelpoort komen. De Heere zal misschien vragen: ben je maar alleen? Heb je er niet een voor Mij kunnen werven? Het gezin, nageslacht. God is de God van de gezinnen, van het huis, van de geslachten.
Gen 27. Alles is mis in dat hoofdstuk. Izak wil Esau zegenen, Rebecca stuurt op bedrog aan. Wat een sfeer in die tent. Kinderen niet door een deur, ouders verdeeld. Zo dicht bij je vader en zoveel berdog.
Dan zegt Izak, volkeren zullen u dienen en u zult heersen over uw broeder. Op de tijden van het rijk van God, ziet hij vooruit. Messiaans.
Dan komt Esau en gaf een luide bittere schreeuw. Zegen ook mij, mijn vader. Izak schrikt, maar wordt het met God eens. Blijf een pelgrim, verkwansel je eertgeboorterecht niet.
Op jacht op dieren en vrouwen. Hetithische vrouwen. Opa Abraham zocht nog een stad die blijvend was, maar hij deed er niets meer mee. Als je de wereld verkiest, heb je niets als het er op aankomt. Heere bewaar me voor verkeerde keuzes. God voor het laatst bewaren, maar je vangt bot.

3
Jakob. Bij zijn sterven. Hij heeft veel gezegend, de Farao. Zijn zonen en zijn kleinkinderen. Kinderen zegenen, diep bevestigen in vertrouwen en liefde. Dat geeft zelfvertrouwen aan je kinderen, niet afwijzen dat ze het nooit goed genoeg doen.
Wat moet er terecht komen van die kleinkinderen, Efraim en Manasse. Asnath was hun moeder, heidenen. Egyptisch groot gebracht. Half-half. Jakob gaat ze zegenen. Het heidendom zal ze niet hebben.
Jakob was blind – wie zijn dat? Dat zijn mijn kinderen, zegt Josef. Aan het eind komen de levensverhalen los. Manasse – ‘de Heere heeft mijn ellende doen vergeten’. Efraim ‘vruchtbaar’, het was niet zinloos dat ik verkocht was. Gen 48. Toen ik je moeder voor het eerst ontmoette… hij huilde luid. Zijn hard brak, ik heb haar vroeg moeten verliezen. De dieptepunten komen voorbij. Maar hij spreekt ook over wie God is. Hij heeft mij gezegend.
Jozef zet zijn kinderen voor Jakob neer, maar hij kruist zijn handen. U doet het verkeerd… ik ben niet dement, ik weet wat ik doe. Alleen op een gekruiste manier komt Gods heil. Wij begrijpen er soms niet veel van. Ik dacht dat U het zo zou doen, Heere. Een vreemde zegen, ik zou die handen van God wel willen corrigeren. Hebreeërs jullie hebben het moeilijk, maar zo doet God het.
Hij aanbad op het opperste van zijn staf. Het einde is het best. Hij gaat aanbiddend naar de hemel.
Het beste komt nog. Blij vooruitzicht. Het eindigt zo prachtig in het leven van Jakob. Die pelgrimsstaf mag je afleggen en je krijgt een palmtak in je hand. Het vaderhuis voor de tent. Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen.

In de catacomben in Rome zie een uitgebluste fakkel op een heidens graf en een palmtak op een christengraf.

4
Door het geloof heeft Jozef bevel gegeven…
Jozef had het heel hoog geschoten en hij was nooit vergeten dat hij Hebreeër was. Een pelgrim. God zal jullie bezoeken. Hij was Kanaän nooit kwijtgeraakt. Niet ondergaan in het hier en nu en altijd het hemels Kanaän in gedachte houden. Ik voel me niet meer thuis in deze wereld.
Je lichaam kan maar op een plek tegelijjk zijn. Maar je hart ook. Je kunt niet en de Heere dienen en de wereld. Jozefs lichaam was in Eypte, maar zijn hart was bij God. Ook een les voor ons. Hoe de omstandigheden ook zijn, het is maar tijdelijk.

Hij gaf bevel aangaande zijn gebeente. Geen blijvende pyramide voor mij, maar in Kanaän begraven, want daar komt de Messias. Op de hellingen van de Olijfberg – veel graven – op de erste rang voor de komst van de Messias. Je neemt mij mee als jullie uitgaan. Gen 50 eindigt met ‘doodskist’ – maar wel een getuigenis. Jullie worden zeker verlost.

Met het avondmaal verkondig je ook de dood tot dat Hij komt. Twee kisten gaan mee door de woestijn, de ark met een blauw kleed en Josefs kist. Een zichtbaar teken. De dood van onze Redder is een zichtbaar teken dat we zullen aankomen en niet omkomen.

Hij is bij macht om je staande te houden. Ziende op Hem. Die een gaat onderweg in de tekenen van brood en wijn, totdat we in het vaderland gekomen zullen zijn.

Edit