Edit|
EditReeks Samenvatting:
Hij zei: Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn. En Elisa bad en zei: HEERE, open toch zijn ogen, zodat hij ziet. En de HEERE opende de ogen van de knecht, zodat hij zag; en zie, de berg was vol paarden en strijdwagens van vuur rondom Elisa.”
Kijker of ziener?
Er zijn weer eens schermutselingen bij de grens van Israël. Er moet een hinderlaag gelegd worden voor de vijand. Maar de Syrische plannen vallen steeds in duigen. Benhadad moet wel aan een verrader in eigen gelederen denken. Maar die is er niet. Het is de profeet Elisa die koning Joram inlicht. God maakt het deze ziener bekend. Dus, op naar Dothan met het hele leger om een weerloze man gevangen te nemen. Het gevaar is geen wapen, wagens of paarden, maar het Woord van de levende God, het zwaard van de Geest. Zo wil de duivel nog steeds het Woord tot zwijgen brengen, ook in ons leven.
Dothan wordt in de nacht omsingeld. De knecht van Elisa ziet het ’s morgens als het licht wordt en hij schrikt enorm. Ze zitten in de val! Wat moeten ze doen om te ontkomen voor zo’n geweldig leger. Herkenbaar? Wij zeggen ook wel: “Wat moet ik nou doen?” We kunnen in heel verschillende dingen opgesloten zitten. We willen wel iets doen, maar kunnen niet(s)! Het maakt ons onrustig, we zijn geestelijk omsingeld.
Elisa zegt dat de jongen niet bang moet zijn; bij ons zijn er veel meer dan bij hen. Elisa bidt God om hulp dat de knecht ook mag zien wat hij ziet door het geloof: het leger van vurige paarden en wagens rondom hem heen. Hij is een ziener. De hemelse legermachten zijn een beschermend kordon. Er is geen reden om bang te zijn. God staat tussen ons en onze zorgen in. De Heere is ons schild, maar we moeten dat leren zien. We mogen daarom bidden, niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen.
Elisa bidt weer, nu vraagt hij of de vijand met blindheid geslagen mag worden. En dan brengt de profeet het hele leger in Samaria. Dan vraagt Elia of de Syriërs weer mogen zien. En dan constateren ze dat hun missie is mislukt.
Het gaat steeds om zien en niet-zien, open ogen en blindheid in dit hoofdstuk. De zieners moeten worden uitgeschakeld, zodat er kijkers overblijven. Onze ogen moeten opengaan. We moeten leren zien dat Gods kracht groot is. Immanuel - God met ons.
Joram ziet de Syriërs in de val gelokt, wat een buitenkans. Hij vraagt Elisa of hij ze mag slaan. Maar hij moet ze brood en water voorzetten en dan terug laten gaan naar huis. Paulus schrijft: Wreek uzelf niet, beminden, maar als u vijand honger heeft, geef hem eten en als hij dorst heeft, geef hem drinken. God zal op Zijn tijd met de vijand afrekenen. Ook in onze tijd mogen we er niet op los slaan, niet oordelen.
Kijkers kunnen ongelukken veroorzaken. Ze veroorzaken overlast met hun kijken. Zieners geven te eten en te drinken, ze handelen en wandelen als discipelen van de Heere Jezus. Ze bewijzen barmhartigheid en zijn de minste. Hun zachtmoedigheid is een vrucht van Gods genade. God is mijn Schild, wie zou ik vrezen?
Ziet u?