Edit|
EditReeks Samenvatting:
Merkwaardig, er was helemaal geen strijd en ook geen overwinning. Wij denken meer aan David en Goliath, een kleine man die een grote reus overwon. Of de overwinningen op andere volken, maar dit verhaal?
Het tekstgedeelte begint met ‘ik’. David is gezalfd door Samuel en vanaf dat moment weet hij dat hij koning zal worden. Hij krijgt contact met de depressieve Saul. David steeg in achting en aanzien bij de koning en het volk. Maar Saul ziet zijn opvolger groeien en er ontstaat wantrouwen, hij verdenkt David ervan dat hij hem wil doden. De jacht wordt geopend op iemand die niets had misdaan. De raadgevers steunden Saul in zijn waandenkbeelden.
In de woestijn Ziv gaat het leger van Saul op zoek naar de 600 mannen van David. Ze worden omsingeld. Maar dan vallen de Filistijnen het land binnen en moet het enorme leger van de koning eerst daar achteraan. David verstopt zich dan in de spelonk van de oase van Engedi, ten zuidoosten van Bethlehem. Op het open veld is hij een schietschijf voor Saul en zijn 3000 gewapende mannen.
Saul keert terug. Hij komt bij de opening van de spelonk bij de schaapskooien waar David en zijn mannen zitten. De 600 mannen zien Saul op zijn hurken zitten en ze zeggen: “Zie, de dag waarvan de HEERE u gezegd heeft: Zie, Ik geef uw vijand in uw hand, en u kunt met hem doen zoals het goed is in uw ogen!” Vrome woorden die geen christelijke lading dekken.
David gaat erop af. David pakt zijn mes en … snijdt een stuk van de mantel van Saul af. Hij laat hem leven! De mannen zijn teleurgesteld, hun lijden wordt verlengd. David zegt: “Ik zal mijn hand niet uitsteken tegen mijn heer; hij is immers de gezalfde van de HEERE.” Je kunt met je handen slechte dingen doen, dingen die je hoofd bedacht hebben, maar je handen zijn het symbool van actie. Je kunt ook goede dingen met je handen doen, mensen verzorgen en helpen op veel verschillende manieren. We zijn geen marionetten, maar mensen met verstand, een keuze. Wat wil God dat wij doen? David vertrouwt op Gods beloften, Zijn Woord maakt Davids gang en treden vast. Hij wordt verzocht, maar weerstaat de verzoeking. Zo is hij een type van Christus.
David heeft de slip van Sauls mantel. Wat een overwinning, niet gedaan wat zonde was, maar geluisterd naar Gods wet en de gezalfde van de HEERE niet gedood. Gods Geest wil dat ook aan ons leren hoe wij Zijn wil kunnen doen. Jezus was ook de Gezalfde. In de Heidelberger Catechismus staat dat we door een waar geloof ons christenen mogen noemen en dat we ingelijfd door dat geloof mogen delen in de zalving van Christus.
Dat leert ons ook iets voor ons dagelijks leven. Hoe gaan wij om met onze meerderen, praten we met respect over hen? Zijn onze gesprekken opbouwend of kraken we anderen af?
“De HEERE zal Rechter zijn en oordelen tussen mij en u” op Gods tijd. Geef uw vijand eten en drinken en stapel zo vurige kolen op het hoofd van uw vijand. Saul lijkt getroffen door Davids goedheid en zegt sorry. Maar ze geven elkaar geen hand, uiteindelijk gaan ze allebei een andere kant op: “Saul ging naar zijn huis, maar David en zijn mannen gingen naar de vesting”. Saul belijdt geen schuld tegenover God. Niet lang daarna gaat de jacht weer verder. Het is bij Saul anders dan bij Saulus, die echt berouw toonde tegenover de Heere.
Leeft u met Christus en Zijn Woord dat u de weg wijst? Wachten en verwachten zijn kenmerken van een christen.
Mijn ziel is immers stil tot God;
Van Hem wacht ik een heilrijk lot;
Hij immers zal mijn rotssteen wezen,
Mijn heil, mijn hulp in mijn gebrek,
Mijn toevlucht en mijn hoog vertrek:
Ik zal geen grote wank'ling vrezen
Psalm 62 vers 1