Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2016-10-02 17:00:00 ds. J.C. de Groot (em. te Dordrecht) De ontmoeting van Jezus met de Kananese vrouw

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 15:25-28 Mat 15:1-28

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De vijandschap neemt steeds driester en directer vormen aan, de Schriftgeleerden en Farizeeën gaan naar Jezus en stellen Hem de vraag: “Waarom wassen uw discipelen hun handen niet als ze gaan eten?” Jezus antwoordt ongekend scherp: “Jullie hebben door jullie overlevering/ inzetting het gebod van God krachteloos gemaakt. Huichelaars!” Jesaja heeft terecht van jullie gezegd dat jullie hart zich ver van mij houdt.

Jezus wijkt hierna ongemerkt uit naar Tyrus en Sidon, een heidens gebied in een deel van Syrië. Daar hoort hij een Kananese vrouw om Hem schreeuwen. Het is dus een heidense vrouw. Mattheus vermeldt dit met nadruk in zijn evangelie dat hij specifiek voor de Joden schreef. Uit dit gebied kwam ook koningin Izebel.

In Sidon is die vrouw waarschijnlijk in contact gekomen met de Joodse gemeente. Daar heeft zij gehoord van de Messiasverwachting. Nu heeft zij een gerucht vernomen dat Jezus, Die misschien de Messias zou kunnen zijn, in de omgeving is. Ze spreekt Hem aan met Kurios (Heere), ze stelt zich onder de heerschappij van Hem. Ze eert Hem met de woorden: “Gij zone Davids” en belijdt Hem zo als Zoon van God.

De vrouw kent een grote nood. Ze komt voor haar dochter die van de duivel bezeten is. Ze stelt al haar vertrouwen op Jezus. De Geest heeft de vrouw naar Hem geleid. Maar Hij antwoordt haar met geen woord. Wat een beproeving! De discipelen zijn het geschreeuw meer dan beu en vragen of Jezus die vrouw haar zin wil geven en dan weg wil sturen. Ze denken aan hun eigen rust. Hij zegt: “Ik ben de Goede Herder van de verloren schapen in Israël.” Die vrouw heeft dat ook ongetwijfeld gehoord. Maar zij gaat niet weg, haar nood is zo groot en ze is zo verlegen om Jezus Christus. Ze gaat niet weg, ze komt juist dichterbij. Ze buigt zich voor Hem neer, ze aanbidt Hem en zegt: “Heere: help mij!” Wat zullen de discipelen gekeken hebben.

De vrouw krijgt nu antwoord. Eerst werd ze afgewezen zonder woorden, nu met woorden: “Het is niet behoorlijk het brood van de kinderen af te nemen en het de honden voor te werpen!” Het brood dat Jezus uitdeelt is bestemd voor de kinderen van Israël, het zaad van Abraham en niet voor de heidenen, de honden, de onreine dieren. Nu zal de vrouw overtuigd zijn dat de genade niet voor haar is. Ze ligt daar in aanbidding. “Ja Heere, ik ben maar een hondje, ik weet dat het brood voor uw volk is, maar…. die hondjes eten toch van de kruimels die van de tafel van hun heer vallen.” De vrouw laat iets zien van de zachtmoedigheid van Jezus zelf.

Ze kwam bij gerucht op Jezus af en een kruimel is al genoeg. Wat hebben wij al vaak gehoord over Zijn plaatsvervangend lijden, daar wist die vrouw niets van. Hij leed en stierf voor ons, maar na drie dagen stond Hij op om genade te kunnen bewijzen aan zondaren, voor hun rechtvaardigmaking. Hij ging naar de hemel en God zond zijn Geest. Is Hij ons tot heil?

Jezus zegt dan tegen haar: “O vrouw, groot is uw geloof.” We kunnen veel weten en het vertrouwen missen, geen geloof hebben. De vrouw heeft dat vertrouwen, dat geloof wel. God beschaamt ons vertrouwen nooit! “U geschiedde wat u wilt”. Haar dochter is vanaf dat moment genezen.

En dan houdt het verhaal op. Maar die vrouw is vast zo snel mogelijk naar huis gegaan en ze ziet haar dochter die niet meer bezeten is. “Mama, ik ben beter!” “Dat heeft de Heere Jezus gedaan.” Ze omhelzen elkaar en zijn blij.

God zij altoos op 't hoogst geprezen;
Lof zij Gods goedertierenheid,
Die nimmer mij heeft afgewezen,
Noch mijn gebed gehoor ontzeid!

Edit