Edit|
EditReeks Samenvatting:
2016-10-09 10:00
Drie vragen om je over te verwonderen
Verwondering over Gods genade
Verwondering over Gods zorg
Verwondering over Gods Zoon
1 Over Gods genade
Er zijn momenten waarop je er het zwijgen toe doet. Toen u verslagen naar huis ging, of de hoorn van de telefoon neer legde. U wist geen woord uit te brengen. Of juist iets heel moois. Enkel verwondering. Je stond perplex. Paulus moet dat doorleefd hebben, toen hij of zijn secretaris de pen neerlegde en toch doorging. Wat zullen we dan over deze dingen zeggen?
Wat zijn deze dingen: dat er geen verdoemenis voor diegene die in Christus Jezus zijn (1), dat (3) Hij zijn zoon gezonden heeft. (11), dat die Geest in mij woont. En daarom weet ik dat Hij door mij heen werkt in het opstandingsleven met Christus. (15) De Geest van aanneming tot kinderen, (16) de vaste overtuiging dat het waar is. (17) ook erfgenaam, aanspraak op alle goede gaven, straks zal ik het zien. 18-30 als intermezzo over het lijden van deze tijd. Maar alle dingen die meewerken ten goede. Van te voren geroepen, gerechtvaardigd – een keten die zo vast is. Wat kun je hier nog over toevoegen..?
Verwondering over wie Hij is voor jou. Herken je daar iets van. Geen conclusie, maar verwondering, geen grote verhalen maar even. Je kunt ook stil vallen omdat je gewoon niet weet wat je met deze dingen aan moet – je bent toeschouwer.. Het christenleven is een leven van verwondering. Er zitten veel jonge stelletjes in de kerk - krijg jij het op een rijtje waarom hij/zij het geworden is? Het laat zich niet verklaren, maar wel over verwonderen... natuurlijk is het intellectueel ook wáár. Maar Paulus valt stil over de weergaloze ontferming van Christus.
Het is toch wat dat je als verloren zoon terug komt en dat de vader je niet van het erf af trapt... en zelfs dat hij dat niet alsnog doet..... Onderzoek je zelf eens. Waarom – het is toch geen voorbereidingsdienst? Juist in een gewone dienst is dat goed. Als je het tenminste op de goede manier doet, moet je jezelf meten meetlineaal. Hoeveel dit en hoe weinig dat – dan ben je nog met jezelf bezig. Natuurlijk het heeft te maken met jezelf, maar het is vooral bedoeld om de kwaliteit van het leven te onderzoeken. Is het er? Heb je Gods genade meer nodig dan ooit te voren? Meer dan ooit aangewezen op Hem.
Paulus leeft er bij, en hij is ook de man van Rom 7. Dat akelige conflict dat hem bij tijde neerdrukt. Juist dan in de confrontatie van wie je bent, wordt de verwondering (opnieuw) geboren. Hij moet alles worden. Arglistig is ons hart, ja. Maar we weten waar we dan moeten zijn? De Cardioloog.. leg uw hart maar open voor Hem. Geef Hem je hart maar. In Jer 17. staat ook: Ik de Heere doorgrondt het.
2
Verwondering over Gods zorg.
Paulus valt stil en gelijk gaat hij verder, met vijf nieuwe vragen. Als God voor ons is - wie zal tegen ons zijn? Is dat niet een beetje triomfantelijk – er is toch zoveel tegen je, de hele wereld. Hij spreekt verderop over al die verdrukking die hij allemaal ondergaan heeft. De onderdrukte kerk relativeert ons 'moeizame' christenleven. Op die manier maken wij het nog niet mee. Maar dan nog heeft u misschien het idee – al deze dingen zijn tegen mij, zoals Jakob dat zegt. Hij dacht dat Jozef dood was en Simeon en Benjamin ook zou verliezen.
Job zat op de ashoop van zijn bestaan. Je kinderen, bezit in een klap weg. Paulus – iets temperen graag... Rom 7 ligt toch ook niet zo ver achter je... De oude mens is dus tegen je. Wat een ellende heb je daarvan..
Maar, de verleiding in de wereld zijn groot, – wie zal tegen ons zijn? Je weet het wel – ik heb mezelf tegen, 2Cor 12 – de doorn in zijn vlees. Een belemmering in zijn dienen van de Heere. Hij nam het niet weg. Met meer zegen en vreugde kunnen werken voor Hem... 1Cor15 schreef je ook, Paulus: de dood is de laatste vijand. Eenmaal moet je het afleggen. Ef 6 schreef je ook: strijd tegen de geestelijke boosheden in de lucht – je gaf nog wel zo uitvoerige adviezen. De hele hel is tegen je.
Een aardig rijtje. We leven in het NL van D66 waarvan Pechthold zegt tegen de christenpolitici – u krijgt van ons de vrijheid om te zegen wat u wilt. Maar wij bepalen wel de grenzen. De intolerantie van de 'tolerante mens'.
Paulus zegt niet dat er niets tegen ons is: maar als God voor ons is, wie kan ons dan nog overwinnen? Je kunt alles voor hebben, de wind in de rug, geen zorgen. Maar is God ook voor je? Is God voor mij? In het Oude Testament lees je wel dat God tegen volken is. Als je alles mee hebt maar God tegen, weet je waar het eindigt.
Maar als Hij voor je is, wie is er je dan tegen? De dichter, ds ten Kate van het lied dat we erover zongen droeg 5 van zijn kinderen naar het graf en zijn vrouw. Dan werken druk en droefenis mij ziele tot een zegen.
Die dingen die tegen zijn, zijn niet goed – maar niemand zal je uit Mijn hand rukken, Wat Hij begint maakt Hij af. Het ligt vast.
3
Verwondering over Gods Zoon
(31) niemand – want (32) Hij heeft Zijn Zoon gegeven, of eigenlijk: niet gespaard. Zoals Izak wel gespaard is. Waar is het lam? Dat komt goed, jongen. God zal zichzelf een brandoffer voorzien.
Dat doet God van harte – niet zonder nadenken. Daarom mag iedere zondaar in de M'kerk vanmorgen zeggen – omdat Hij het ook werkelijk deed, mag ik weten dat het ook voor mij is.
Het behaagde Hem om Zijn Zoon te verbrijzelen. Hij geeft Zijn Zoon uit eeuwige, onbegrijpelijke liefde voor zondaren. God kan niet om de zonde heen en daarom kan Hij niet om Zijn Zoon af. Je zou als ouders alle leed van je kinderen willen overnemen, maar God wil Hem overgeven.
Niet gespaard, wel overgegeven. Mensen leveren Jezus over, als speelbal. Ze doen met Hem wat ze willen. Nee, God zit er achter. Als de zaak er zo voor staat – hij gebruikt een manier van redeneren die van groot naar klein gaat. Als Hij in het groot al zo deed – Zijn zoon geven, zou Hij dan in het klein ons niet geven. Niet zo zeer alles wat je wilt – met Hem alle dingen schenken. Ter bevordering van de geloofsband met Hem.
Wat heb je nodig? Uithoudingsvermogen – moed, hoop, kracht, overgave? Wat ik mis,is bij Hem te krijgen.
Om je over te verwonderen, vindt u niet? Geldt dit ook voor mij? Ik hoop dat het een brandende vraag voor u is. Ons en allen – dat geldt degene die belofte van God vertrouwen. Niet alle mensen.
In 1944 werden 600 mannen uit Putten weggevoerd bij een razzia. Ds Kiviet moest daar pastoraat geven na de oorlog. Hij kwam bij een vrouw wier zoon weggevoerd was en nooit terug gekomen. Je begrijpt het niet dominee, je bent nog jong. De ouderling wel – hij had twee jongens. Beide weggevoerd? Dat is nog erger. Maar vrouw, ik had er twee; God had er maar Één, en Hij heeft die Ene voor ons overgegeven. Zo had ze het nog nooit bekeken.
Dat is toch om je over te verwonderen, gemeente...