Edit|
EditReeks Samenvatting:
Verlang jij / verlangt u ook wel eens met heel je hart naar God?
Niet om even uit de sleur gehaald te worden, maar om wie Hij werkelijk is voor Zijn kinderen. Iemand zei: heimwee naar God, is God missen omdat je Hem kent. Daar gaat het vandaag over. Ik heb drie punten:
1. heimwee
2. aanspraak
3. doorbraak
Ongelovige vaders kunnen toch gelovige kinderen hebben. De dichter van deze psalm is een nakomeling van Korach. Korach was een van de 3 mannen die levend ter helle voer vanwege hun gruwelijke ongehoorzaamheid aan God. Maar zijn nakomelingen hebben op tijd hun leven naar God gewend en zijn zangers en koordirigenten geworden. Een zanger en dichter dus. Hij mocht dagelijks Gods lof zingen; maar nu niet meer. Hij is daar nu niet meer namelijk. Hij zit in het laaggebergte en kijkt tegen de Hermon op, in het dorpje “kleinheid” en voelt zich moe, bedrukt en terneergeslagen. Hij vergelijkt het met een bekend beeld uit die tijd, een opgejaagd hert, een hinde. Ze heeft haar schuwheid overwonnen op zoek naar water. Vermoeid en dorstig; dat is nog erger dan honger. Het hert brult en schreeuwt naar water. Zo voelt die man zich en zo kunt u zich ook voelen in de kerk in Rotterdam. Vermoeid en hongerig omdat je God kent en weet wie Hij is. Deze man kent God en heeft heimwee naar Hem; God is niet slechts een denkbeeld maar werkelijkheid voor hem.
Het is toch ook heel eenvoudig een gebed wat we hier lezen. Zo schreeuwt mijn ziel naar U o God....Zou dat helpen? Zeker wel. Als wij oprecht de Heere zoeken in het gebed dan geeft de Heere zeker een doorbraak. Vanmiddag nog beginnen...Of weet u iets anders dat helpt als u heimwee hebt naar God?
Hebt u nooit verlangen naar God? Dan bent u geen hert....Herten verlangen om de zoveel tijd naar God. Alleen als je drinkt van de levensbron is je hart pas echt tevreden. Anders blijft je dorst.
Deze man heeft dorst naar God, maar hij kan niet bij het water komen. Dat is erg....al die mensen zijn ongelovig in dat dorp “Kleinheid”. Na vers 2 valt er een rust. In gedachten zie ik die man naar binnen kijken bij zichzelf. En dan hoort hij in gedachten zijn omgeving praten: hoe kun je daar nou aan denken? Geloof het nou maar niet, het is allemaal flauwekul.....en dan kreunt zijn hart. Dat kan ook. Dat je je zo beroerd voelt dat je denkt: misschien is het wel allemaal niet waar. Misschien voel je je door niemand begrepen. Maar psalm 42 begrijpt u. God begrijpt u. Daarom staat die mooie psalm in de Bijbel. Hoop op God. U zult Hem weer gaan loven. Hij is eeuwige dezelfde. Hij herkent u als een dorstig hert....
2. aanspraak
Wat ga je dan doen als je in die omstandigheden bent? Dan ga je nadenken, aan vroeger, om terug te denken. Dat is dan wel geen water maar het verfrist toch een beetje. Hij denkt terug aan de tijd dat hij opging naar Gods huis met de feestvierende menigte. Helpt dat...? Wel even, het beurt hem op, het zet hem even op het goede spoor, maar de troost ervan is te kort en te weinig en het glipt hem tussen de vingers door. Waarom is het nu zo anders? Toen was er geloof, toen was God daar.....Terugdenken helpt maar even.....en dan moet je zeggen: wat ben je onrustig, mijn ziel? Alles donker en het is weer nacht. Het helpt even, maar dan vloeit alle kracht er weer uit weg. Wat moet je dan doen? Een pastoraal gesprek? Naar de psycholoog? Maar deze man is alleen en er is niemand waar hij naar toe kan.
Misschien hebt u ook niemand om mee te spreken. Bent u alleen. Wat doet deze man? Hij gaat met zijn geest zijn ziel aanspreken. Heel wonderlijk, want de Heilige Geest wil daar ook doorheen werken. Hij zegt tegen zichzelf: mijn ziel, hoop op God, je zult Hem weer gaan loven. Toen heeft Hij mij verlost. Als dat zo is, dan zal Hij blijven verlossen, mijn ziel. Hij spreekt zichzelf aan . Misschien ben jij wel zo'n twijfelende man of vrouw. Ik deed dat ook wel eens. Dan ging ik ergens heen, naar de waterkant en zei tegen mezelf: ik kom hier terug en dan zal God mij geholpen hebben. Hij zegt tegen zichzelf: God is groter dan mijn hart, Zijn wegen zij niet mijn wegen en Hij is toch de Heere die hulp verschaft in nood. Mijn levenskracht; ik heb niet vervaard te wezen.
Zo verheft hij weer zijn hart. Maar ook dan slaat toch weer de zwakte toe. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees en voelt zich zo slap. Hij voelt dat die oude mens zo sterk is en nog steeds niet helemaal dood.
En toch, de Heere leidt hem toch verder. Het lijkt wel of hij via deze vorm van pastoraat bij de grote Pastor is terechtgekomen. Alsof God hem ziet staan daar bij die hoge bergen in het laaggebergte in het dorpje kleinheid. O mijn God, zegt hij. “Mijn God”; dat kan blijkbaar. God zoekt hem op. Die nood drijft hem naar God toe. En te midden van de allerzwaarste omstandigheden gaat het toch n beetje licht worden. Gaat het gedruis naar de achtergrond en weet hij: En toch ziet God mij hier, bij die Hermon, bij de goddelozen. God zal bij mij zijn, de Heere zal uitkomst gaan geven. Pastoraat aan je eigen hart waardoor je bij de Pastor terecht komt.
3. doorbraak
Hij ziet daar dat water en kan er nog steeds niet bij. Hij blijft kloppen, wat hij ook voelt. Mijn steenrots waarom vergeet U mij en waarom ga ik in het zwart? Waarom zijn er mensen om mij heen die zeggen: waar is die God van jou in 2016? Hij blijft zichzelf aanspreken: wat buig je je neer o mijn ziel? Je zult Hem nog loven! Hij is en blijft mijn Verlosser.
Deze diep troosteloze man heeft toch een uitweg. God. Hij heeft een God. In vers 8 staat het woord “goedertierenheid.” Het betekent goedheid van God, genade van God, liefde, barnhartigheid, gunst, vooral trouw. In her verbond heeft Hij dat toegezegd aan de Zijnen. Om trouw en goedertieren te zijn. Als u gedoopt bent mag u dat ook zeggen: U hebt beloofd om goedertierenheid en trouw te betonen. Misschien zegt u: er zijn zoveel dingen fout gegaan van mijn kant. Dan verdient u Gods toorn, dan verdient u wraak. Maar in het huis van God heb ik ontdekt dat die zonden vergeven kunnen zijn. Zoekend heeft hij het gevonden bij het offer omdat God hem had gevonden. Grijpen naar God in het donker en Hem onverwacht vinden omdat Hij u gevonden heeft. Dat wist die man en dat maakte hem klein.
Dan leert God hem iets anders. Het is niet altijd zingen en blij zijn. Niet altijd rozengeur en maneschijn. Ook als je in het duister zit en denkt dat het nooit meer licht wordt. Schreeuwen met je hart, te midden van ongelovigen. Toch leren amen te zeggen. Dat geeft veel vreugde, ook al had je een onbegrepen weg. Een doodsteek in je beenderen hebben maar niet met je been gaan trekken. Ze wandelen en worden niet mat. Ze lopen en worden niet vermoeid. Van kracht tot kracht verder worstelen; je weg vast houden en in sterkte toenemen, zegt Job. Geloven is niet alleen maar blijheid. Ook talloze moeilijkheden. En toch verder kunnen omdat je gegrepen bent door Hem. Heel diep verlangen naar vroeger; dat oude vertrouwen weer helemaal willen hebben; en het niet kunnen. En toch houdt God je vast. Ook nu.
En als straks dat hert gaat afdalen en de weg gaat zoeken naar het water, dan dank ik aan het eind van psalm 43: dan ga ik op tot Gods altaren. Deze man gaat straks terug naar Jeruzalem en hij mag de offerdienst weer zien. Wij gaat ook, maar wij gaan een stapje verder. Alle golven en baren gingen over Jezus heen.....mijn God mijn God waarom hebt U mij verlaten? Schriftgeleerden zeiden tegen Hem: waar is nu je God? Dat kunnen kerkmensen tegen je zeggen.....en dan blijft God stil....en hij werkt zo bewust mee aan zijn eigen nood. Psalm 42 is vol stiltes, voor de veroordelers. Daar kun je je in herkennen. Wie drinkt van het water dat Ik u geef, zal geen dorst meer hebben in der eeuwigheid. Schreeuwende zielen. Drink. Gemeente van Rotterdam. De Heere zegt: hier ben ik. Wie wil, die neme van het water des levens om niet. Dorstige reizigers vallen op hun knieën en drinken van het water. Laten wij dat ook doen. Knielen, drinken, opstaan en God danken.