Edit|
EditReeks Samenvatting:
1. het Koninkrijk
2. de Koning
3. de onderdaan
De gelijkenis van de koopman lijkt op het eerste gezicht niet moeilijk te begrijpen. De parel betekent de Heere Jezus zelf, de koopman zijn wij en we moeten er alles voor over hebben om die Parel te krijgen. Toch is er veel meer over te zeggen als we er dieper op ingaan. Er staat dat het Koninkrijk der hemelen gelijk is aan een koopman (er staat dus niet dat het koninkrijk gelijk is aan "de parel").
Deze koopman is niet op zoek naar die ene parel, maar hij is op zoek naar allerlei parels om er mee te handelen. In zijn zoektocht ziet de koopman een parel van grote waarde. Voor die ene parel geeft de koopman alles wat hij heeft. Ter vergelijking zou je kunnen denken aan een handelaar in tweedehands auto's. Bij het inkopen doen ziet hij een hele mooie dure auto. Hij verkoopt dan al zijn auto's, zijn bedrijf en huis en koopt die ene dure auto. Dat is heel vreemd, maar zo gaat het wel met de koopman in deze gelijkenis. Het koninkrijk roept hiermee ergernis op.
1. het Koninkrijk
De verklaringen spreken elkaar tegen als het gaat om wie de koopman is: de ene zegt dat de koopman de mens, de andere dat de koopman de Heere Jezus is, die alles geeft voor de mensen. De gelijkenis gaat echter over het koninkrijk, waar zowel de koning als de onderdanen bij horen. Zoals het met de koning gaat is het ook met de onderdanen: beide gaan de weg van het kruis. Dit geldt eigenlijk voor alle gelijkenissen in Mattheüs 13. De Heere Jezus koppelt de gelijkenissen aan elkaar, dit is te zien aan het woordje "ook". De gelijkenissen uit Mattheüs 13 zijn op één dag door de Heere Jezus verteld. De Heere Jezus neemt in de ochtend eerst afstand en spreekt de gelijkenis van de zaaier uit. Dan is hij alleen met de discipelen en legt de gelijkenis van de zaaier uit. Dan komen de gelijkenissen van het onkruid tussen de tarwe, het mosterdzaad en het zuurdeeg. Vervolgens komt er weer een pauze waarin de discipelen deze drie gelijkenissen uitgelegd krijgen. Daarna vertelt de Heere Jezus de gelijkenissen van de schat in de akker en de parel van grote waarde. Als laatste komt de gelijkenis van het visnet aan bod.
Deze zeven gelijkenissen gaan dus allemaal over het koninkrijk. De bedoeling is om de mensen duidelijk te maken dat het koninkrijk van God heel anders is dan de mensen verwachten: geen aards koninkrijk en geen gewapende strijd. Het koninkrijk gaat echter door het kruis. In eerste instantie komt er niets van terecht: veel zaad levert niets op en op het land is niets te zien van het koninkrijk. Het koninkrijk begint ook heel klein met een mosterdzaadje. Vervolgens is het koninkrijk verborgen als we denken aan de gelijkenis van de schat in de akker.
Het blijft vreemd dat de koopman, die niet rijk is, alles verkoop voor maar één parel. Het doet denken aan iemand die een huis koopt dat boven zijn stand is en daardoor in armoede moet leven om de hypotheek te kunnen betalen. Zo kijken mensen meewarig naar iemand die alles over heeft voor het koninkrijk van God.
2. de Koning
De koning in het koninkrijk van God is de Heere Jezus. Net zoals de koopman geeft deze Koning alles wat Hij heeft. Vaak is het juist zo dat een koning van alles neemt, denk maar aan Achab die de wijngaard van Naboth afnam. Deze Koning, de Heere Jezus, geeft echter aan Zijn onderdanen. De Heere Jezus heeft de losprijs betaald om ons vrij te kopen uit de slavernij van de zonden. Dat heeft de Heere Jezus echt alles gekost, namelijk zijn leven door te hangen aan het kruis. Het kruis is de streep door alle menselijke verwachtingen. Dat dachten de Emmaüsgangers ook toen ze zeiden "wij hoopten dat Hij Israël zou verlossen". Toen zagen zij nog miet dat de Heere Jezus de hele wereld zou verlossen. De Heere Jezus heeft de toorn van God gedragen en is zelfs door de hel gegaan. Hij heeft alles gegeven om zondaren vrij te kopen, zelfs voor een Paulus die Hem vervolgde.
Daar moeten we over nadenken, dat de Heere Jezus er alles voor over had om ons vrij te kopen. Niemand verdient dat, maar toch heeft iedereen die waarde in de ogen van de Heere Jezus. Die waarde wordt door de parel uitgedrukt. In 1 Korinthe 7 schrijft Paulus "u bent duur gekocht". Ook in 1 Petrus 1 staat dat we niet door zilver en goud zijn vrijgekocht, maar door het kostbaar bloed van Christus. De Leeuw uit Juda's stam is een Lam dat geofferd wordt. Dat zou je niet van een koning verwachten. Deze koning verkoopt zich arm voor één parel. Bent u die parel? Wat is het onbegrijpelijk dat de Heere Jezus die prijs voor mij wilde betalen. Dat is een reden tot verwondering en een reden om vandaag naar Hem toe te gaan.
3. de onderdaan
In de koopman zien we ook de burgers van het koninkrijk. De onderdaan die alles verkoopt voor die ene parel. De discipelen deden dat toen zij hun netten verlieten om Jezus te volgen. De rijke jongeling wilde dat echter niet. Abram en Noach deden het wel. Het gaat dus om een radicale keuze. Dat is meer dan een beetje van je geld en je tijd besteden aan God. De radicale keuze betekent dat je alles geeft voor de dienst van God. Dat kan beteken dat je dat grote huis niet koopt of dat je niet voor die mooie baan kiest. Dan wil je dat je geld en tijd overhoudt om te dienen in het koninkrijk van God. Dan worden al je keuzes bepaald voor de keuze van de Koning van het koninkrijk. Zijn wij als welvarende mensen hiertoe bereid? Hierbij komt onze weerstand naar boven. De radicale keuzes van het koninkrijk roept dus verzet op. We moeten niet op zoek zijn naar allerlei parels, maar naar die ene parel.
Dat geldt ook voor diegenen die het koninkrijk van God nog niet gevonden hebben. Alles wat we buiten de Heere Jezus vinden zijn nep-parels. Jesaja roept tegen de mensen dat ze niet op zoek moeten zijn naar dingen die leeg zijn. Jesaja roept de mensen op om zonder geld water (leven), wijn (vreugde) en melk (voedsel) te kopen. Het is dus gratis: vergeving van zonde krijgen we van de Heere Jezus om niet. De Heere Jezus heeft hier al voor betaald en dat hoeft niet opnieuw. Het heil en het burgerschap van Gods koninkrijk is gratis. Het koninkrijk van God komt tot ons door het woord: de wet en het evangelie. Het geschreven en het gesproken woord is als een parel.
Als we alles ervoor moeten verkopen, waarom is het dan gratis? Als we leven voor het wonder van verlossing gaan we ons hele leven aan de Heere Jezus geven uit dankbaarheid. Dan jagen we ernaar omdat we hier de volmaaktheid niet bereiken. Luther zegt dat wie een christen is, is het niet. Wie denkt er al te zijn, die vergist zich. In het leven van een christen is dit een levenslang proces. Is de Heere Jezus je alles waard en geef je alles aan Hem? Tot Hem mogen we ook bidden om alles van ons te nemen, zoals in gezang 228 verwoord wordt:
Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan Uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd,
tot Uw lof en dienst bereid.
Neem mijn stem, opdat mijn lied,
U, mijn Koning, hulde biedt.
Maak, o Heer, mijn lippen rein,
dat zij Uw getuigen zijn,
dat zij Uw getuigen zijn.
Neem mijn zilver en mijn goud,
dat ik niets aan U onthoud,
Maak mijn kracht en mijn verstand,
tot een werktuig in Uw hand,
Neem ook mijn liefde, Heer,
‘k leg voor U haar schatten neer,
Neem mijzelf en voor altijd,
ben ik aan U toegewijd.