Edit|
EditReeks Samenvatting:
1. Salomo verlaat de HEERE
2. Salomo vertoornt de HEERE
3. De HEERE denkt in Zijn toorn aan ontferming
Als we de eerste hoofdstukken van het boek 1 Koningen lezen is het haast te mooi om waar te zijn over wat er allemaal over Salomo te lezen is. De ontmoetingen met God, de herbouw van de tempel en het indrukwekkende gebed bij de inwijding van de tempel, enzovoorts. Het rijk strekt zich uit van de golf van Akaba naar het zuiden. Salomo heeft veel handelsroutes ter beschikking. Dat geeft hem veel macht en rijkdom. Hij wordt over de hele wereld bekend om zijn wijsheid en rijkdom. Velen komen naar hem toe, zoals de koningin van Scheba.
1. Salomo verlaat de HEERE
Dan komen we bij hoofdstuk 11: een scherpe bocht. Salomo verbindt zich met heidense vrouwen. In Deuteronomium 7 was dit uitdrukkelijk verboden. In de geboden voor de koning was ook al aan een koning verboden om veel vrouwen te hebben. Dit zou een koning aftrekken van de Heere.
Het probleem zit bij Salomo kennelijk niet in zijn macht en rijkdom. In de eerdere hoofdstukken wordt er namelijk louter positief over het koningschap van Salomo geschreven. Het probleem is echte de zonde tegen het eerste gebod. Het hart van Salomo wijkt af van de Heere, zoals een paar keer in hoofdstuk 11 te lezen is. Het woord "hart" in de Bijbel heeft vooral met de wil te maken. Het hart gaat over het innerlijke leven dat niet altijd zichtbaar is voor alle mensen. Jezus zegt ook dat uit het hart veel onreine dingen voortkomen.
Al lange tijd voordat het eerste altaar voor een afgod neergezet wordt, is het hart van Salomo al van God afgeweken. De vreemde vrouwen hebben Salomo doen afwijken van God. Het dienen van de Heere werd steeds vormelijker en slapper. Er groeit een korst omheen. Langzaam en onafwendbaar vindt dit plaats. Het gebeurde in de tijd van Salomo's ouderdom (vers 4). Kennelijk worden we nooit zo oud dat het gebed "leidt ons niet in verzoeking" niet weer nodig is. Geestelijke zorg en waakzaamheid voor de ouderen is dus erg belangrijk.
In 1 Koningen 3: 3 lezen we "Salomo had de Heere lief door te wandelen in de instellingen en verordeningen van zijn vader David". Het gaat hier zeker niet alleen maar over politieke huwelijken, maar vooral om huwelijken waar Salomo's hart naar uitgaat. In 1 Koningen 11: 2 lezen we dat duidelijk: "aan hen hechtte Salomo zich in liefde". In 1 Koningen vers 5 en 7 lezen we zelfs dat Salomo achter vreemde goden aanging.
2. Salomo vertoornt de HEERE
Het gevolg is dat de Heere toornig wordt op Salomo. Niet verwonderlijk, want Salomo is tegen de uitdrukkelijke geboden van de Heere ingegaan. Daarnaast gaat Salomo niet meer geheel achter God aan. Heidense goden vonden het prima om meerdere goden te dienen, maar bij de God van Israël is dat anders. In onze tijd en cultuur is er moeilijk te praten over Gods toorn en de exclusiviteit van de God van Israël. Mensen willen niet te maken hebben met een God die geen andere god naast zich duldt.
God had geboden dat Salomo niet achter andere goden aan zou gaan. Voor Salomo waren alle omstandigheden gunstig om juist wel bij de Heere te blijven. Allereerst had Salomo zijn vader David als voorbeeld. David had wel berouw over zijn zonden en David is nooit achter andere goden aangegaan. Daarnaast was de Heere tweemaal aan Salomo verschenen: de eerste keer aan het begin van zijn koningschap (toen Salomo om wijsheid vroeg) en bij de inwijding van de tempel (met de belofte dat zijn nageslacht zou blijven).
Het is kennelijk niet zo dat toerusting en inlichting voldoende zijn om staande te blijven. De les voor ons is dat we ons niet moeten verkijken op de beschermende dijken. Wij hebben God zelf nodig. We moeten ons dagelijks binden aan God en Christus, in gebed en toewijding. Als ons leven als oudere zo is ingericht, hoeven we niet te vrezen voor de toorn van God.
In het vervolg van 1 Koningen 11 lezen we wat er gebeurt: Hadad, Rezon en Jerobeam komen in opstand. Later wordt het rijk verscheurd en nog later verbannen naar Babel.
Achter de schermen is er een strijd gaande met als inzet het hart van de mens. Dat begint vaak met het verlangen naar dingen die afleiden van God. Zijn er in uw of jouw leven zulke dingen die je van God afleiden? Het gaat in ons leven altijd ergens naar toe: van God af of naar God toe. Wij bidden u van Christus wege: laat u met God verzoenen. Er staat veel op het spel.
3. De HEERE denkt in Zijn toorn aan ontferming
De toorn en de straf van God zijn echter niet de laatste woorden. God voert de straf niet tijdens het leven van Salomo uit, omwille van zijn vader David. Enerzijds houdt God zich aan zijn belofte aan David, anderzijds straft God de zonden wel. De straf wordt niet nu en niet volledig uitgevoerd: er blijft nog één stam over en er zullen nakomelingen van David blijven bestaan. Ahia zegt tegen Jerobeam over het geslacht van David "ik zal vernederen, maar niet voor alle dagen". Het twijgje uit de afgehouwen tronk van Isaï zal vrucht voorbrengen. De Heere Jezus is geboren. "Meer dan Salomo is hier." Niet de satan, maar God heeft het laatste woord.
Iemand heeft eens gezegd dat ons hart een fabriek van afgoden is. Voor de toorn van God kunnen we niet bestaan. Maar bij God is vergeving, daarom: "bekeert u en gelooft het evangelie en u zult behouden worden".